nieuws

Smeerolie voor bouwexport

bouwbreed

Als smeerolie voor de bouwexport, maar vaak ook als initiatiefnemer voor het aangaan van betrekkingen met het buitenland, waar later wel eens export uit voort kan komen. Zo is de taak van de directie Buitenlandse Zaken van Rijkswaterstaat het beste te omschrijven.

“Waar bemoeit de overheid zich eigenlijk mee? Dat zou een vraag kunnen zijn.” Een retorische dan voor Ben Mulderink, directeur internationale zaken. “In feite hebben we twee manieren waarop wij betrokken worden. Soms krijgen we uit het bedrijfsleven signalen: ‘Gaan jullie eens naar dat of dat land’. Er zijn nu eenmaal landen waar je zonder overheidssteun maar heel moeilijk voet aan de grond krijgt. De tweede manier is dat we door ons eigen departement, maar vaker nog door anderen, worden gevraagd een inhoudelijke inbreng te leveren in verband met een bezoek van een minister. Als bijvoorbeeld de minister-president naar de Filippijnen of Israel gaat, dan wordt de vakdepartementen gevraagd of hij nog wat aan belangenbehartiging kan doen. Als Rijkswaterstaat vragen we dan het bedrijfsleven of er in dat land nog projecten zijn waar we nog wat sturing aan kunnen geven.”

Vervolgens gaan de ambtenaren dan schrijven wat de mogelijkheden zijn, een beginselverklaring voor samenwerking wordt opgesteld, maar alleen als er enige zekerheid is dat er geld beschikbaar is of komt voor een project.

Aanloopkosten

“Vroeger gingen we wel eens aan het schrijven om er later achter te komen dat er niets van de grond kwam wegens geldgebrek. Nu doen we dat niet meer.”

Als het bezoek hoog genoeg is, dan is er altijd wel een potje waaruit de aanloopkosten kunnen worden betaald. Dat werkt vaak als smeermiddel. Vervolgens worden er mensen uit die landen uitgenodigd voor een tegenbezoek. Daarbij wordt er dan veel gepraat.

“Dan hoor je hoe langer hoe meer van wat dat land precies wil. Zo wilde Rusland wat met ons doen op het gebied van water. Nu hebben ze daar heel veel water waarmee je ook nog veel kunt doen. Na enkele bezoeken hebben Rijkswaterstaters een leesbaar verhaal gemaakt van wat er op watergebied in Rusland allereerst moet gebeuren. Dan gaat het vooral om kwaliteit van zowel het oppervlaktewater als van drinkwater. Ook het voorkomen van weglekken van grondwatervoorraden is zo’n onderwerp. Dat wordt dan besproken met diverse organisaties in Nederland zoals de NABU. En als er dan werkelijk iets uitkomt voor het bedrijfsleven, dan trekken wij ons terug.”

Een ander voorbeeld is een tegenbezoek dat premier Kok aan de Filippijnen bracht in november 1996. “In Manilla zit men behoorlijk omhoog met de bevolkingsgroei en een gebrek aan ruimte. Een oplossing was landaanwinning in de Baai van Manilla. Een tweede project was de Laguna de Bay, een plek voor visserij en ook voor drinkwater. Die plek is milieutechnisch gesproken echter bijna onherstelbaar verwoest. Dus ook hier weer hebben wij samenwerking gezocht. In beginsel is er geld van minister Pronk voor. Buitenlandse Zaken gaat echter eerst kijken of er sprake is van een duurzaam project. Ik weet dat ingenieursbureaus, het Waterloopkundig Laboratorium en de baggeraars met belangstelling kijken. Het is nu zaak niet te lang meer te blijven praten, er moet wat gebeuren. Want concurrentie uit andere landen is er volop.”

Kwaliteitsvraag

Een voorbeeld daarvan is de wegenaanleg in Polen. Ook daar heeft Rijkswaterstaat een initierende rol gehad. Toen het echter op aanbesteden aankwam, ging een ander dan een Nederlands consortium ermee strijken. “Dat was twee jaar geleden. Dat consortium kon de klus absoluut niet aan. Gevolg is dat de wegen er nog moeten komen. We gaan daarom ook eens voorzichtig vragen wat er nu gaat gebeuren.”

Daarmee komen we dan terecht bij de kwaliteitsvraag. “Ik durf rustig te zeggen dat landen als Argentinie, Israel en Polen graag met Nederlanders werken, omdat ze weten dat die kwaliteit leveren. Argentinie is echter een speciaal geval. Toen het ging om een baggerproject in de de Parana-rivier ging dat project aan Nederland voorbij omdat de Belgische concurrent een kredietgarantie kon krijgen, die in Nederland niet te vinden was. Een ander gevolg is dat de Belg nu veel materiaal heeft liggen en ook in andere projecten in de buurt iets goedkoper kan aanbieden.”

Voorbereidingstijd

Een nieuwe kans om contacten te leggen creeert Rijkswaterstaat in het kader van het 200-jarig bestaan. “Half november houden we een symposium over duurzame ontwikkeling van deltagebieden. Alle economische centra liggen in delta’s. We nodigen 15 landen uit die aan delta’s liggen en problemen hebben. India, Bangla Desh, Egypte, Thailand, Suriname, Argentinie, en noem maar op.”

Het is echter niet altijd gemakkelijk om in een land aan de slag te komen. “China bijvoorbeeld, daar moet je niet denken dat je vandaag binnenkomt en morgen vette contracten binnenhaalt. Daar kun je zomaar vier jaar of meer voorbereidingstijd nodig hebben en aan het eind constateren dat je niets in handen hebt. De problemen met de rivieren aldaar zijn een voorbeeld. China zit te springen om baggermaterieel. Maar dat willen ze dan wel in een joint venture doen en wel in China. Het kan best over vijftig maar ook over honderd schepen gaan. Wij hebben daar over gesproken met Chinese autoriteiten. Die zeiden na afloop: ‘Hartelijk dank, maar we gaan nu in Japan praten over hetzelfde onderwerp.’ In feite betekent dit waarschijnlijk dat er nog wat van de prijs af moet.”

Zoals gezegd trekt Rijkswaterstaat zich terug zodra het bedrijfsleven voet aan de grond heeft. “Dan horen we zelden hoe het afloopt. Alleen als er problemen zijn, komen ze nog eens terug om onze smeerolie-kan te lenen”, zo besluit Mulderink.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels