nieuws

Samenhang in Europese bouw blijft hels karwei

bouwbreed

Het is triest gesteld met het concurrentievermogen van de Europese bouw. Eind vorig jaar wijdde de Europese Commissie er zelfs een rapport aan, dat voor advies naar het Europees Parlement is gestuurd. Dat heeft nu voor het eerst gereageerd en de algehele visie is dat het een hels karwei zal worden.

Voordat het parlement zich uitspreekt, heeft het deeladviezen gevraagd van drie parlementscommissies. Deze zijn nu gereedgekomen.

In een van de adviezen wijst de parlementscommissie voor economische en monetaire zaken en industrie (rapporteur Roberto Mezzaroma) erop dat de bouwnijverheid de grootste industriele sector is in Europa. In 1996 bedroeg de bruto productie van de bouwsector in de vijftien landen van de Europese Unie ruim f. 1650 miljard (750 miljard Ecu), wat overeenkomt met ongeveer 11 procent van het bruto nationaal product (bnp) van de EU. De bouw geeft rechtstreeks werk aan 8,8 miljoen mensen, 7 procent van de actieve bevolking, en is daarmee de grootste werkgever.

Volgens Mezzaroma is er sprake van een grote versnippering in de bouw: 93 procent van de bedrijven heeft minder dan 20 werknemers in dienst. Voorts kent de bouw een grote mobiliteit van bedrijven en werknemers, en een sterke afhankelijkheid van de economische conjunctuur.

Ofschoon de wereldmarkt beperkt is, blijkt het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen, die samen 52 procent van de wereldmarkt voor hun rekening nemen, globaal goed. Ondanks het feit dat de uitgangspositie in elk land verschillend is.

De bouwnijverheid kampt met talrijke problemen. Zo hebben maar weinig bouwbedrijven een kwaliteitscertificaat. In elk geval ligt dat niveau veel lager dan bij de overige productiesectoren (met name in de industrie). De bouw slaagt er niet in deze kwaliteit te realiseren. Dat komt niet alleen door het prototype-karakter van de producten, maar ook door de gebrekkige opleiding van ondernemers en werknemers en door de onvoldoende gebruik van standaardproducten of -processen.

Verder is de bouwsector sterk afhankelijk van de overheidsmarkt, hetgeen ongewenste verschijnselen in de hand werkt, zoals abnormaal lage offertes.

De arbeidskrachten in de bouw zijn vaak onvoldoende beroepsbekwaam, wat vooral te wijten is aan de geringe aantrekkelijkheid van de bouwsector. Het is immers bekend dat de lonen er laag zijn, de sociale status gering is en het werk gevaarlijk. Bovendien worden de regels inzake de sociale zekerheid er dikwijls met voeten getreden. Dit is weer gevolg van het feit dat het werk in de bouw vaak onderaanbesteed wordt.

Alles draait om kwaliteit

In het advies geeft de parlementscommissie hoofddoelstellingen aan voor het concurrentiebeleid: streven naar optimale kwaliteit, opbouw van een markt voor de ondernemers en vaststelling van EU-regelgeving daarvoor, realiseren van Europese integratie op het gebied van de infrastructuurvoorzieningen, beter onderwijs en opleiding, herorientering en versterking van onderzoek, en ontwikkeling op het vlak van de menselijke en technologische hulpbronnen. Vergroting van de werkgelegenheid en opwaardering van de sector als instrument voor de verbetering van de levenskwaliteit, vallen eveneens onder de hoofddoelstellingen.

Volgens rapporteur Mezzaroma hangt het concept ‘kwaliteit’ nauw samen met het concurrentievermogen, omdat de kwaliteit op alle niveaus van het bouwproces alleen bevorderd kan worden in een reeel en legaal mededingingskader.

Bezeten winstbejag

De rapporteur klaagt over het winstbejag van de ondernemers, ook in de bouw. Dit komt volgens hem door het steeds groter belang aan de financieel-economische prestaties van de onderneming. Mezzaroma: “Er is sprake van een mechanisme dat de middelgrote en kleine ondernemers discrimineert. Zij vormen een grote meerderheid in de bouwsector.”

Het werk in de bouw wordt gekenmerkt door onzekerheid (hoge percentages zelfstandigen, tijdelijke werknemers en deeltijdwerkers), lage lonen en moeilijke werkomstandigheden. Bovendien is er, veel meer dan in andere sectoren, sprake van clandestiene situaties en illegale arbeidsvoorwaarden. Dit maakt reglementering en controle moeilijk en zelfs onmogelijk.

De opbouw van een echte interne markt is ongetwijfeld een van de belangrijkste doelstellingen van de EU. De overheidsinstanties spelen een doorslaggevende rol bij het scheppen van de voorwaarden, die een stabiele markt en duurzame groei mogelijk maken. Een van de mogelijkheden die daartoe bijdragen is het aanleggen van al dan niet grensoverschrijdende infrastructuur. Mezzaroma: “Tussen de lidstaten van de EU bestaan grote verschillen in infrastructuur. Om het concurrentievermogen van het Europese systeem globaal te verbeteren, moeten deze verschillen snel uit de weg worden geruimd. Het is niet de bedoeling een aparte marktsector te creeren. Integendeel. De hele sector van de openbare werken moet worden bevorderd. Daarvoor is een regelgevend kader nodig dat de inbreng van particulier kapitaal mogelijk en voordelig maakt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels