nieuws

Riskant duikwerk voor Westerscheldetunnel Ervaring in Nederland gaat niet dieper dan 35 meter

bouwbreed

delft – Tijdens de bouw van de Westerscheldetunnel zullen duikers zich voor inspectie en onderhoud van de boorkop regelmatig voor het boorschild moeten wagen. De specialisten zijn er nog niet uit hoe die duikers van de benodigde zuurstof worden voorzien. En bovendien: wie moet dat onderzoek betalen?

Iedereen die in Nederland iets met beroepsmatig duiken van doen heeft, bevond zich maandag in Delft, waar het Nederlands Duikcentrum een symposium hield over nieuwe duiktechnieken. Tot de sprekers behoorde Jan Stouten van Noordhoek Underwater Contractors. Samen met een Duitse partner zal dat bedrijf het duikwerk verrichten dat noodzakelijk is bij de aanleg van de Westerscheldetunnel.

Hoe vaak de duikers in stelling zullen worden gebracht en onder wat voor omstandigheden is nu nog niet te zeggen. Op het diepste punt bevinden ze zich ruim zestig meter onder het oppervlak en werken ze bij een druk van 8,3 bar. Met caissonwerk bij dergelijke drukken is wereldwijd nog weinig ervaring opgedaan; in Nederland is men nooit verder gekomen dan 35 meter.

Om in ieder geval mensen ter plekke te hebben, zullen altijd drie duikers deel uitmaken van de boorploeg. Die werken mee bij de boorkop voor onderhoud en besturing. Aangezien er dag en nacht gewerkt wordt, hebben Noordhoek en het Duitse Nordseetaucher continu negen man op het werk. Een kostbare zaak voor aannemer Kombinatie Middelplaat Westerschelde, maar die denkt er niettemin voordelig door uit te zijn. Want in het geval dat duikers nodig zijn, zijn die ook direct ter plekke en kunnen meteen aan de gang. Op die manier hoeft het werk zo min mogelijk stil te liggen, wat nog veel duurder is.

Elbetunnel

Met deze werkwijze is ervaring opgedaan bij de bouw van de Elbetunnel in Hamburg. Daar werden duikers eveneens opgenomen in de boorploegen. Die kennen daardoor de boormachine en het werk goed en weten direct wat van ze verwacht wordt. Net als bij de Westerscheldetunnel gingen de duikers geregeld voor het boorschild om de snijtanden te controleren en zonodig te vervangen. Ook bleek het zo af en toe nodig om een grote zwerfkei voor de boorkop te splijten en af te voeren. Bodemonderzoek heeft uitgewezen dat de kans daarop onder de Westerschelde gering is.

Geen water

Duiken in de bouw betekent overigens allang niet meer dat ook daadwerkelijk onder de waterspiegel wordt afgedaald. Als alles goed gaat in de Westerschelde, kunnen de duikers gewoon droog hun werk doen. Ze werken in een beperkte ruimte voor het boorschild waar een hoge lucht- of gasdruk wordt gecreeerd die het water op afstand houdt.

En als het fout gaat, is het waarschijnlijk ook geen water waar zij in terecht komen, maar de boorvloeistof bentoniet. In die dikke, modderachtige slurrie zullen ze geen hand voor ogen zien en moeten ze op de tast hun werk doen; misschien zelfs laswerk.

In beide gevallen moeten na afloop allerlei decompressiestappen worden gemaakt om te voorkomen dat stikstof- of andere gasbellen in het bloed ontstaan die ernstige gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Daarom is het van belang dat getrainde duikers al het werk voor het boorschild uitvoeren, ook het droge werk.

Hoe lang de duikers bij welke drukken en diepten gedecomprimeerd moeten worden, daar zijn de specialisten het nog niet over eens. Dat hangt ook af van de toegepaste duikgassen. Op grote diepte maken luchtmengsels slechts korte duiken mogelijk van soms maar tien minuten, waarna de duikers wel vier uur in de decompressietank plaats moeten nemen. Dat schiet dus niet op, wanneer een defect aan de boorkop hersteld moet worden.

Met andere gasmengsels met zuurstof, stikstof en helium ligt die verhouding iets gunstiger. Maar zodra echt langdurig onderhoudswerk nodig is op grote diepte, bijvoorbeeld om de snijtanden te vervangen, gaan de duikers in saturatie. Dat betekent dat ze, wekenlang achtereen, dag en nacht onder druk met een bepaald gasmengsel leven. Na hun werk voor het boorschild worden ze met een drukcabine op een treintje naar de uitgang van de tunnel gereden, waar op de wal een leefruimte wordt gemaakt waar twaalf mensen onder druk kunnen leven.

Nieuwe tabellen

De aangewezen man om de decompressietabellen op te stellen voor het werk aan de Westerscheldetunnel is de Leidse hoogleraar prof.dr. W. Sterk. Die was ook van de partij op het symposium in Delft. Hij gaf daarbij te kennen niet blind te willen varen op de Duitse ervaringen in de Elbetunnel. Volgens Sterk zijn daar iets te optimistische tabellen opgesteld. Om lange-termijneffecten als botnecrose bij de duikers zoveel mogelijk te voorkomen, staat de medicus een conservatievere aanpak voor. Oftewel: kortere duiken en langere decompressietijden. In Duitsland ging men, overigens ook niet dieper dan 45 meter.

Maar eerst moet Sterk een officiele opdracht krijgen voor dat werk. De aannemer en duikbedrijf Noordhoek zijn er nog niet uit wie voor die kosten op moet draaien. Want Sterk zal waarschijnlijk ook een monitorprogramma opzetten, om de gezondheidstoestand van de duikers over langere tijd te meten. Dat kan in de papieren lopen.

Ondertussen dringt de tijd, want de bedoeling is om in juli met boren te beginnen. Op zijn vroegst in november dit jaar bevindt de boor zich op een diepte van zo’n dertig meter. Dan houdt de bestaande Nederlandse regelgeving dus op en moeten de tabellen er zijn. Volgens Stout van Noordhoek lukt dat nog wel, maar dan moeten nu wel spijkers met koppen worden geslagen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels