nieuws

‘Je mag je vrouwelijke kanten laten zien’ Pietrik Hoornstra heeft nooit echte problemen met mannelijke collega’s

bouwbreed

ijsselham – Vrouwen in de bouw, het wordt een steeds normaler beeld. Niet meer alleen op kantoor, de administratie, achter de balie of tekentafel, maar steeds vaker ook in de uitvoerende sector. Pietrik Hoornstra is zo’n vrouwelijke uitvoerder. Al vier jaar werkt ze in de weg- en waterbouw. En ze vindt het prachtig.

We treffen elkaar in de keet op het werk in Ossenzijl. Pietrik verzorgt hier in opdracht van de gemeente IJsselham de uitvoering van een bergbezinkriool. Ook in Scheerwolde en in Kuinre voert ze dergelijke projecten uit, terwijl de aanleg van een bergbezinkbassin in Oldemarkt ook onder haar verantwoordelikjkheid valt.

Omdat ze hier geen volledige werkweek aan heeft, is ze tevens belast met de uitvoering van de aanleg van een laadkuil en parkeerplaatsen bij een overslagloods op een bedrijventerrein in het Noordhollandse Zwaagdijk en de aanleg van een parkeergelegenheid ten behoeve van het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen. “Een kleine klus even tussendoor”, zegt ze.

Pietrik Hoornstra werkt voor aannemersbedrijf Van der Wal Infrastructuur in Lemmer. Het bedrijf is onlangs samengegaan met Fernhout Aannemingsbedrijf uit Zwolle.

Boerendochter

Dat ze als boerendochter in de weg- en waterbouw is beland, is geen logische weg geweest. “Ik was altijd al tegendraads en dus werd het wat anders dan wat de anderen deden”, begint Hoornstra haar verhaal. “Na de lagere school moest ik eigenlijk maar naar de huishoudschool,wat dat betreft zijn ze in onze streek nog behoorlijk rolbevestigend. Ik wilde dat niet en dus werd het mavo, dan kon ik altijd nog zien wat ik wilde. Toen we in de tijd van beroepskeuzes terecht kwamen, vulde ik altijd buitenberoepen in, iets in de veehouderij of iets met bloemen of de weg- en waterbouw, dat leek me ook wel wat. Na de Meisjes Doe-dagen op de mts in Leeuwarden viel de keus definitief op de civiele techniek. Vooral de bouw van grote kunstwerken zoals sluizen, waterwerken en rioleringen interesseerden mij mateloos.

Mijn vader vond het allemaal maar niks, maar mijn moeder heeft mij al die jaren enorm gestimuleerd. Vooral tijdens de opleiding liep ik tegen enorm veel tegenstand aan. Door de Meisjes Doe-dagen leek het of men de keuze voor techniek bij meisjes wilde stimuleren, maar eenmaal op school kwam daar weinig van terecht. Ook nu zijn er maar heel weinig meisjes die voor een mts kiezen en wie er eenmaal zit moet vooral bij de leraren nogal wat vooroordelen wegwerken. Maar ik rolde er door en deed in het eindjaar mijn stage bij het Waterschap Friesland en bij Ballast Nedam in Surhuisterveen.

Bij deze laatste zat ik eerst op kantoor, totdat er een uitvoerder kwam die het vreselijk druk had en mij wel als assistent-uitvoerder kon gebruiken.Hij heeft mij letterlijk achter het bureau weggeplukt en op de bouw neergeplant. En het liep meteen als een trein. Ik heb verschrikkelijk veel van hem geleerd”, stelt Hoornstra.

De ‘jongens’

Het eerste project waarmee ze in aanraking kwam, was de uitvoering van beschoeiingen, damwanden en vijverpartijen in het nieuwbouwplan van Hallum. In 1995 had ze als twintigjarige officieel haar stagejaar afgerond en kreeg vervolgens een vast contract bij Ballast Nedam, waar ze vooral in de uitvoering van uitbreidingsprojecten en rioleringsprojecten kwam.

Hoornstra: “Voor Ballast heb ik ook nog zes weken op Schiphol gezeten voor de aanleg van een minirotonde in een tunnelbak met erboven een startbaan. Ik zag er als een berg tegenop, vooral omdat je in het westen toch met ander werkvolk te maken hebt. Maar het is een schitterend werk geweest, heel hectisch, maar heel fascinerend.”

Het contact met het werkvolk, de ‘jongens’, ervaart Pietrik Hoornstra als goed. “Het is verbazingwekkend hoe demotiverend men op school heeft gereageerd en hoe normaal het in de praktijk wordt gevonden. Voor mijzelf had ik ook het idee dat het moeilijker zou gaan, dat je minder geaccepteerd zou worden, maar dat viel reuze mee. Door mijn collega’s word ik gewoon als een van hen gerekend. Misschien is het ook maar net hoe je je opstelt. In de vier jaar dat ik nu uitvoerder ben, heb ik nooit echte problemen gehad. De jongens beweren wel dat de sfeer anders is, gemoedelijker en ook andere praat. Zelf merk ik daar weinig van.”

Seksuele intimidatie

Dat ze te maken heeft met ‘vunzige’ praat of seksuele intimidatie, zoals Cobouw onlangs nog meldde, moet Hoornstra ten stelligste ontkennen.

“Er wordt echt wel eens een goor grapje gemaakt, maar daar kun je natuurlijk op allerlei manieren mee omspringen. Als je er geen probleem van maakt en er met een kwinkslag op reageert, is er helemaal niets aan de hand. Een geintje moet kunnen, men bedoelt het niet zo kwaad. Ja, en je moet op een bouw natuurlijk niet in strakke truitjes of een kort rokje gaan lopen, maar daar leent het werk zich ook niet voor. Gewoon dragen wat je lekker vindt en daarbij mag je echt je vrouwelijke kanten wel laten zien. Stoer gedrag werkt juist averechts. Als je als vrouw in de bouw je vrouwelijke charmes laat zien en verder gewoon je werk goed doet, is er niets aan de hand.

Ook bij strijdpunten ervaart Pietrik Hoornstra haar vrouwzijn of haar nog vrij jonge leeftijd niet als een probleem.

“Natuurlijk is er wel eens een verschil van mening met je opdrachtgever of met de jongens op de bouw. Maar als er iets fout is gegaan, moet je dat kunnen erkennen en met overleg kun je een heel eind komen. En in geval van grote conflicten of in geval van een echt geschilpunt met de opdrachtgever kun je altijd terugvallen op je projectleider. Maar dat geldt voor elke bouw, of ik er nu zit of een mannelijke collega”, stelt ze nuchter.

Hoornstra werkt sinds november vorig jaar voor Fernhout Aannemingsbedrijf in Zwolle. “Ballast Nedam had vorig najaar weinig werk meer, waardoor ik in de ww dreigde te komen. Hoewel ik dit voorjaar wel weer aan het werk zou komen, had ik toch het gevoel tussen het wal en het schip te raken. Via via werd ik door Van der Wal-Fernhout benaderd. Daar ben ik toen op ingegaan. Ik heb nu de hele winter doorgewerkt”‘, legt ze de overstap uit.

Kinderen

Voor haar werk vertrekt Pietrik elke morgen om zes uur van haar huis in Schalsum bij Franeker om bijtijds op de bouw te kunnen zijn. Ondanks het vroege tijdstip, de druk die bij het werk hoort en de vermoeidheid ’s avonds, ervaart ze haar werk als een lot uit de loterij. “Ik heb een schitterend beroep. Tot op zekere hoogte ben ik gewoon eigen baas. In de uitvoering heb je een enorme vrijheid, die je bij een andere baan niet zo snel hebt. Bovendien is het afwisselend werk en ik zou het graag willen blijven doen.” Dit enthousiasme wordt getemperd door de toekomstplannen. Want ze woont samen en wil later ook graag kinderen.

Hoornstra: “Ik werk nu vier jaar in de uitvoering. En ik zit hier echt op mijn plek. Maar mijn vriend zit ook in de weg- en waterbouw met dezelfde werktijden. Wanneer je dan aan kinderen begint, moet je goed weten wat je wilt. Ik denk niet dat het uitvoerderschap dan nog te combineren is met een gezinssituatie. Dat zijn dan toch de beperkingen waar je als vrouw in de bouw tegenaan loopt. En natuurlijk zou mijn vriend ook de zorgtaak over kunnen nemen of zou ik een parttime baan of parttime uitvoering kunnen doen. Maar ik vraag me oprecht af of dat haalbaar is. Ook als vrouw in de bouw voel je je verantwoordelijk voor je gezin en met het vroege tijdstip dat je weg moet, zal dat met kinderen heel moeilijk te combineren zijn. Dat is een realiteit. En of het dan allemaal nog haalbaar zal zijn, moet de praktijk nog uitwijzen.”

Uitvoerder Pietrik Hoornstra: “Ik heb een schitterend beroep. Tot op zekere hoogte ben ik gewoon eigen baas”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels