nieuws

Brabantse aannemer vindt certificeren niet zaligmakend ‘Kwaliteit zit in de genen, in de ziel van het bedrijf’

bouwbreed

Aannemers die al te zeer bezig zijn met interne processen en certificeringsprocedures, zouden hun doel wel eens voorbij kunnen schieten. Zo’n opstelling kan namelijk al heel gauw contraproductief werken op het totale bouwproces en daarmee op de kwaliteit van het eindproduct.

De directie van het middelgrote Brabantse bouwbedrijf Van der Linden (178 werknemers en een omzet van f. 83,6 miljoen) plaatst die kritische kanttekening in het jaarverslag over 1997. Bij de vele jubel over de grote waarde van ISO-certificering past volgens de aannemer enige relativering.

Vorig jaar verkreeg het bedrijf zelf ook het ISO-9002 certificaat. En het traject dat het daarvoor moest doorlopen, ervoer men “onverdeeld positief”. Want “het expliciet en meer bewust omgaan met kwaliteit heeft onmiskenbaar geleid tot aanwijsbare verbetering in onze bedrijfsvoering”.

Bij Van der Linden bestaat beslist geen twijfel aan het belang van certificering. Maar het bouwbedrijf ergert zich aan “de ongenuanceerde en gratuite benadering die de buitenwacht tentoonspreidt bij de waardering van het ISO-certificaat, als zou dat het belangrijkste, zo niet het enige houvast moeten zijn bij de beoordeling van de kwaliteit van een bouwer”.

Doorslaggevender

Volgens de Brabantse aannemer wordt daarbij “volledig voorbij gegaan aan de bijzondere organisatievormen die de Nederlandse bouw in zijn voortbrengingsprocessen zo kenmerken. In die context namelijk, zijn andere kwaliteiten doorslaggevender dan die welke zich voornamelijk richten op de formeel correcte uitvoering van de interne processen”.

In Nederland wordt heel veel gebouwd met gescheiden verantwoordelijkheden voor ontwerpende en uitvoerende partijen, dikwijls zelfs nog gesplitst naar diverse disciplines. “Bij deze complexe contractvorm kunnen discussies over ieders verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van het proces en het product in principe leiden tot een eindeloos zwarte-pietenspel.”

Dat dit meestal niet gebeurt, dat de Nederlandse bouw nog niet helemaal is ‘verjuridiseerd’, mag volgens Van der Linden een wonder heten. Het bedrijf heeft daarvoor wel een passende verklaring: “Dit heeft te maken met de sterke wil tot samenwerken en de bereidheid van de meeste procespartners om de complexe bouwopgaven en de tijdens de realisatie opdoemende problemen gezamenlijk en in goed overleg tegemoet te treden”.

Grote waarde

“Die attitude, die mentaliteit, is nauwelijks in een certificaat te vangen”, betoogt het bedrijf. “Terwijl dit nu juist in zeer belangrijke mate de kwaliteit bepaalt van een bouwer, die ook in dit marktsegment actief is.”

Zaken waaraan men wel grote waarde zou moeten hechten zijn loyaliteit, inlevingsvermogen, flexibiliteit, pro-activiteit, respect, teamgeest en een verantwoordelijkheidsgevoel naar derden, dat verder gaat dan wat contractueel is overeengekomen.

“Voor dit soort kwaliteit bestaat geen certificaat, want de beoordelingen kunnen nu eenmaal niet worden verricht door onafhankelijke gespecialiseerde instituten en instanties. Dat kunnen alleen de opdrachtgevers en procespartners. Nee, dit soort kwaliteit zit in de genen, in de ziel van het bedrijf.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels