nieuws

Bouwbedrijven komen en gaan sneller

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 De bouw is een conjunctuurgevoelige sector. De sector kent opvallend veel starters, maar ook het aantal faillissementen is hoger dan gemiddeld. Wie failliet gaat, verdient echter een tweede kans. Dat vindt staatssecretaris Ybema van Economische Zaken.

Bij een surseance van betaling valt nu in 95 procent van de gevallen het doek voor de onderneming. Dat moet anders, vindt het ministerie. De Faillissementswet zal op korte termijn worden aangepast. Daarbij denkt het Economische Zaken aan een langere afkoelingsperiode met veel meer aandacht voor een doorstart.

“Een surseance is nu veel te veel gericht op het liquideren van een onderneming. Een bedrijf moet in het vervolg een kans krijgen te reorganiseren en in afgeslankte vorm verder te gaan”, vindt Ybema. Nog voor de zomer wordt de gewijzigde wet in het Kabinet besproken.

In de bouw is sinds 1993 een dalende tendens waar te nemen van het aantal faillissementen. Toch liggen die aantallen nog boven het niveau van het gemiddelde particuliere bedrijfsleven.

Imago

De staatssecretaris vindt het jammer, dat aan faillissementen zo’n negatief imago kleeft. Een tweede kans is op dit moment bijna uitgesloten als een bedrijf eenmaal failliet is gegaan. Daar wil de staatssecretaris graag verandering in brengen.

In Nederland zijn relatief weinig mensen met een eigen bedrijf. “In Nederland bestaat een echte werknemerscultuur. Maar zeven procent van de studenten overweegt een eigen bedrijf op te zetten. Dat is in de Verenigde Staten drie keer zo hoog.”

De bouw is met 25.000 zelfstandigen zonder personeel een relatief gunstige uitzondering op. Volgens onderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid overweegt 23 procent van de bouwvakkers een eigen bedrijf te starten.

Vestigingswet

Ybema houdt zich vooral bezig met startende ondernemers. In dat kader buigt hij zich ook over de Vestigingswet. De wet stelt diverse eisen aan startende ondernemers. De ervaring van de staatssecretaris is dat de versoepeling van de regels drie jaar geleden de drempel voor starters lager heeft gemaakt. Wat dat betreft zou het volgens de bewindsman geen kwaad kunnen de wet af te schaffen. Maar de beslissing daarover moet nog vallen en alle opties liggen nog op tafel.

Ybema haalt zijn schouders op bij de waarschuwingen vanuit de bouw. NVOB-voorzitter Ravesloot heeft voorspeld dat afschaffing het einde van de organisaties zal betekenen. “Het zou toch raar zijn als de NVOB alleen haar bestaansrecht ontleent aan de Vestigingswet. De wet zegt niets over kwaliteit van het eindproduct en zal ook nauwelijks effect hebben op bestrijding van bijvoorbeeld beunhazerij.”

Ybema zou het liefst een open markt zien met veel toetreders en weinig uittreders. De bouw is wat hem betreft een beetje vreemde eend in de bijt. “Die markt reageert heel snel. Zodra de economie aantrekt, vertaalt zich dat in bouwactiviteiten. Bouwbedrijven slepen dan overal werknemers vandaan, maar steken weinig energie in het opzetten van de organisatie. Zit het dan ook maar een beetje tegen, dan verdwijnen veel van die bedrijven weer als sneeuw voor de zon.”

Hij vindt het niet jammer dat de sector in eerste instantie onder zijn collega Remkes van VROM valt. “Dat heeft alles te maken met de bijzondere positie die het Rijk altijd aan de volkshuisvesting heeft toegekend.” Ybema benadrukt ogenblikkelijk dat de samenwerking met VROM uitstekend loopt.

De woningmarkt heeft in zijn ogen lange tijd slecht gefunctioneerd. “Het Rijk is veel te lang doorgegaan met het dicteren van de bouw van huizen. Daardoor hebben we nu forenzensteden op plekken die anders nooit waren ontstaan. Ook zijn er veel te veel huizen in de sociale sector gebouwd. Dat breekt ons nu op.”

De staatssecretaris denkt dat de marktwerking inmiddels langzaam intrede doet binnen de woningmarkt.

De grondmarkt is wat hem betreft eveneens een vreemd functionerende markt. “Prijzen zijn soms laag op plaatsen waar schaarste is en verrassend hoog op plekken waar grond in overvloed is.”

Het is hem bekend dat inmiddels flink wat boeren en tuinders kunnen rentenieren als gevolg van lucratieve grondverkopen. Ybema heeft in het kader van bedrijventerreinen veel te maken met grond. In zijn nota over Ruimtelijk Economisch Beleid komt het grondbeleid aan bod. Dat zal zich vooralsnog echter niet vertalen in concrete maatregelen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels