nieuws

Bouw vrij tevreden met Rijkswaterstaat

bouwbreed

De bouw is redelijk tevreden met Rijkswaterstaat als opdrachtgever. Toch leven er met name in het middenbedrijf wensen. Daarbij gaat het vooral om de clusterwoede, waardoor de kleinere bedrijven nauwelijks als hoofdaannemer aan de bak kunnen komen. Regionaal zijn er verschillen in optreden van de diverse directies te constateren.

Als je gww-aannemers vraagt hoe ze over Rijkswaterstaat als opdrachtgever denken, krijg je louter positieve verhalen. Leg je de pen neer en de benen op tafel, dan wordt het beeld direct genuanceerder.

Vooral de grote bedrijven blijken dan een groeiende waardering te hebben voor de professionaliteit van vooral de Bouwdienst. Maar dat is anders geweest, zo valt van diverse kanten te beluisteren.

Dat had volgens insiders alles te maken met de zogenoemde 4 x 2%-operatie, waarbij gedurende vier jaar twee procent van het aantal rijksambtenaren moest verdwijnen. Dat was in de tijd dat Neelie Kroes het departement van Verkeer en Waterstaat bestierde.

Het waren zeker niet de slechtsten die toen uit zichzelf bij Rijkswaterstaat vertrokken. Bovendien werd er toen vanuit gegaan dat de dienst alles kon uitbesteden, waardoor andere disciplines dan civiel ingenieurs nodig zouden zijn. Gevolg was dat opdrachtgever en opdrachtnemer niet meer dezelfde taal spraken, zo weten diverse aannemers zich te herinneren.

Gelukkig is Rijkswaterstaat daar zelf ook achter gekomen, waardoor er weer een inhaalslag heeft plaatsgevonden. Niet voor niets doet de voormalige staat in de staat mee aan de gww-campagne Go Infra. Er kan weer met civielen worden gesproken.

Hekel

Minder te spreken is het midden- en kleinbedrijf. De trend om bestekken te clusteren maakt het voor bedrijven uit deze sector vrijwel onmogelijk om leuke klussen als zelfstandig hoofdaannemer uit te voeren. En als zij ergens een hekel aan hebben, dan is het continu als onderaannemer op te treden.

Ook bij de grote aannemers wordt dit probleem erkend. Een oplossing is echter niet zo simpel. Dit heeft onder meer te maken met de regionalisering van de grote bedrijven. Toch, zo is vrij algemeen het gevoel, zou het goed zijn als Rijkswaterstaat werken globaal zou bestemmen voor het midden- en kleinbedrijf. Weliswaar kunnen regionale vestigingen van grote bedrijven daar ook op inschrijven, maar dat gebeurt dan in volledige concurrentie.

Daarmee wordt dan overigens wel een eerste stap gezet in de richting van een soort prekwalificatie en classificatie zoals Belgie tot in het absurde kent. Juist de wat kleinere grote bedrijven en de grotere middenbedrijven zitten daar echter niet op te wachten. Een dergelijk rigide systeem maakt het immers praktisch onmogelijk ooit groter te worden.

Regionale verschillen

Een punt waar de aannemers echt minder over te spreken zijn, is het verschil in werkwijze tussen de diverse regionale directies. Logisch is het dat er cultuurverschillen zijn in de verschillende regio’s. Maar, zo menen de aannemers, het kan niet zo zijn dat wat in de ene regio mag, in een andere regio volstrekt anders moet.

Een bekend voorbeeld is dat ondanks pogingen om tot standaardisatie over te gaan, bij wegwerkzaamheden de ene regionale dienst vol opgetuigde veiligheidsmaatregelen wil, waar een andere met enkele hoedjes volstaat.

Vooral grote aannemers lopen verder aan tegen de manier waarop door Rijkswaterstaat gecontroleerd wordt. De accountantsdienst blijkt volgens hen ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld prestatiecontracten nog niet goed te kunnen volgen. Dat betekent dat er toch nog in hun ogen veel te gegevens over tafel moeten, terwijl dat bij prestatiecontracten juist niet nodig zou moeten zijn.

Belemmering

Een wat traditionele manier van denken zien de aannemers duidelijk als een belemmering voor de ontwikkeling van publiek-private samenwerking. Vooral zaken als design-build-operate and transfer worden hierdoor gehinderd.

Punt daarbij is dat Rijkswaterstaat vindt dat planologisch eerst alles rond moet zijn gebreid, alvorens private partners in de arm te kunnen nemen. Dat vinden de private partijen jammer, omdat hun meerwaarde juist ook in het voortraject zit.

Als voorbeeld wordt onder andere de Wijkertunnel genoemd, bron van een diepgeworteld syndroom waarvan iedereen vindt dat zoiets nooit meer kan. Die tunnel is privaat gefinancierd, maar dan wel met een goudgerande rendementsgarantie voor de financier.

Volgens insiders is dit puur het gevolg van trage besluitvorming. Verkeer en Waterstaat heeft zich daardoor in een tijdsklem laten komen, waardoor van onderhandelen nauwelijks meer sprake kon zijn.

Maar afgezien van deze verbeterpunten is de bouw best tevreden met de grootste gww-opdrachtgever in ons land.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels