nieuws

Bedrijfsterrein profiteert van ondergronds vervoer Haskoning onderzoekt logistieke systemen

bouwbreed

nijmegen – De voordelen van ondergrondse logistieke systemen komen niet alleen tot uiting in binnensteden. Een dergelijke bundeling van vervoersstromen zou op bedrijventerreinen de transportkosten kunnen beperken. Dat blijkt uit de nog voorlopige resultaten van een onderzoek door ingenieurs- en architectenbureau Haskoning naar de mogelijkheden voor een ondergronds logistiek systeem in het Knooppunt Arnhem Nijmegen.

De opdracht voor het uitvoeren van een verkennende haalbaarheidsstudie is verstrekt door de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland. De studie past in de ‘aanjaagrol’ die deze instantie voor het bedrijfsleven heeft. Bovendien moet het een goed hulpmiddel zijn om de betrokken overheden ‘wakker te maken’. Verschillende gemeenten, waaronder Utrecht, Leiden en Tilburg, zijn doende ondergrondse distributie in hun stedelijke gebieden te onderzoeken. Een eerste startnotitie van de Kamer van Koophandel en Haskoning sloot daarop aan. Alhoewel de eerste reacties op deze notitie niet bijster enthousiast waren, heeft dit uiteindelijk toch geleid tot het nodige draagvlak voor het laten uitvoeren van de haalbaarheidsstudie.

Buisleidingen

De studie is in beginsel gericht op het ondergronds vervoeren van goederen door buisleidingen in de regio Arnhem Nijmegen. Leidraad hierin is volgens drs. P.A.A.M. Lambrigts, projectleider van Haskoning voor de OLS-studie, een bundeling van vervoersstromen. In groter verband wordt gesproken over een landelijk ondergronds netwerk voor goederenvervoer. Een regionaal systeem zou daarop moeten aansluiten.

Het blijkt dat bij bundeling niet direct gedacht hoeft te worden aan ondergronds vervoerssysteem. Bundeling zou ook goed per auto of trein kunnen. Eerst moet duidelijk zijn waar bundeling van vervoersstromen mogelijk is. Dan kan pas worden bekeken welke vervoersmodaliteit (auto, trein of buistransport) daar het beste bij past. Een landelijk systeem zou best per spoor kunnen terwijl voor delen van een regionaal systeem ondergronds buistransport in aanmerking komt.

Om te zien hoe steden of regio’s op landelijke systemen zijn aan te sluiten, wordt in de studie onder meer gekeken naar een optimale situatie, waarbij zowel de logistieke als maatschappelijke kosten laag zijn.

Daaruit komen vragen naar voren of bijvoorbeeld extra kelderruimte gereserveerd zou moeten worden voor opslagsystemen over tien jaar. Ook zou op een geplande brugverbinding een extra baan of ruimte gereserveerd kunnen worden voor goederentransport. De waarde van de studie is volgens Lambrigts dan ook mede gelegen in het aanzwengelen van dergelijke discussies.

Bij het vervoer in de regio Arnhem-Nijmegen gaat het om aanzienlijke afstanden. Twintig kilometer buisleiding vergt grote investeringen. Daarom is gezocht naar plaatsen waar het slim is om bovengronds te vervoeren. Het vervoerssysteem zelf moet bovengronds wel gesloten zijn, anders is de capaciteit niet voldoende. In de buis rijden elektrisch aangedreven voertuigen. Voor het goederenvervoer voor stedelijke distributie volstaat een buis met een diameter van zo’n twee meter. Het ondergronds logistiek systeem dat tussen Bloemenveiling Aalsmeer en Schiphol zou moeten komen gaat uit van een diameter van vijf meter. Maar door die buis moeten ook luchtvaartpallets kunnen en die zijn groter dan de standaardpallets.

Investeringskosten

Afgezien van de technische problemen spelen ook nog andere zaken bij het ondergronds goederenvervoer door buizen. Het gaat dan om eenzelfde soort discussie als voor bovengrondse infrastructuur wordt gevoerd. De vraag wie bij het ondergrondse systeem de buis betaalt, is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden, want de investeringskosten zullen hoog zijn. De exploitatie lijkt minder een probleem. Bovendien is er het natransport. Er zal altijd een meter of driehonderd overbrugd moeten worden van de buisleiding naar de ontvanger van de goederen. Hoe dat moet is nog onduidelijk.

Als het aan Lambrigts ligt krijgt de huidige studie zeker een vervolg. Dat zal niet het opstellen van een bestek zijn of zo. Het zou moeten gaan om een haalbaarheidsstudie voor het financieel optimaliseren van bundeling van omvangrijke goederenstromen. Dat zouden de stromen tussen de twee grote steden in de regio kunnen zijn.

Toch gaat het dan nog maar om ongeveer de helft van de goederenstroom. Het restant betreft vervoer tussen bedrijven. Dat kan zich afspelen tussen twee bedrijventerreinen of zelfs tussen bedrijven op een bedrijventerrein. Ook kleinschalig op een bedrijventerrein kunnen problemen zijn met bereikbaarheid. Dergelijke knelpunten zijn inmiddels wel onderkend, maar er is nog geen primaire analyse gedaan.

Aanleg van een Ondergronds Logistiek Systeem kan de bereikbaarheid van binnensteden vergroten en bovendien de transportkosten verlagen.

Resultaten onderzoek eind deze maand

Uitvoeren van de verkennende haalbaarheidsstudie die Haskoning in samenwerking met Buck Consultants International uitvoert, volgt uit de aanbevelingen in de nota ‘Transport onder ons’ die de Interdepartementale Projectorganisatie Ondergronds Transport (IPOT) in april vorig jaar uitbracht. Geadviseerd wordt voor concrete projecten de mogelijkheden voor ondergrondse stedelijke distributie te onderzoeken.

In juli vorig jaar benaderde de Kamer van Koophandel voor Centraal Gelderland het ingenieurs- en architectenbureau Haskoning om mee te denken over de mogelijke aanpak van een OLS-proefproject in het Knooppunt Arnhem Nijmegen. Aansluitend hierop volgde de opdracht voor de verkennende haalbaarheidsstudie.

De resultaten van de studie worden eind mei bekendgemaakt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels