nieuws

Ballast Nedam haalde met smeergeld brugbouw binnen Volgens oppositie Suriname

bouwbreed

Oppositiepartijen in de regering van Suriname beschuldigen Ballast Nedam van het betalen van smeergeld. Met de steekpenningen zou het concern het contract voor twee bruggen hebben verworven. Van Hattum en Blankevoort, een van de andere gegadigden, zou daardoor buiten de aanbesteding zijn gevallen. Naar verluidt rekende dit bedrijf een lagere prijs voor. Volgens sommige parlementariers stelde Ballast Nedam f. 21 miljoen in het vooruitzicht. Een deel daarvan zou al zijn betaald.

Niet bekend

Gesloten

Woordvoerder G. Anneveldt van Koninklijke Volker Wessels Stevin uit Rotterdam, waaronder Van Hattum en Blankevoort, ressorteert bevestigt dat het Woerdense bedrijf indertijd meedeed aan de inschrijving. Naast Van Hattum en Blankevoort en Ballast Nedam dongen nog enkele andere aannemers mee. Op een gegeven moment ontving ‘Woerden’ de mededeling dat het niet voor het project in aanmerking kwam en daarmee beschouwde de bouwer de kwestie als gesloten. Het is ook om die reden dat ‘Rotterdam’ de berichten over smeergeld niet nader onderzoekt.

De vraag of Van Hattum en Blankevoort inderdaad goedkoper was dan Ballast Nedam laat Anneveldt ‘uit concurrentie-overwegingen’ onbeantwoord. Koninklijke Volker Wessels Stevin voerde tot op heden geen werk uit in Suriname. Anneveldt noemt de inschrijving op de brug een ‘eenmalige’ poging voor dat land.

Een deel van de oppositie in de Surinaamse regering bracht de zaak aan het rollen. Het bericht doet de ronde dat het land de bouw van de bruggen wil financieren met Nederlands ontwikkelingsgeld. Voormalig minister N. Smit van Verkeer en Waterstaat zou zich daarvoor sterk maken. Smit zit in de raad van commissarissen van Ballast Nedam.

Eerder liet de Surinaamse regering weten de rekening voor de bruggen te betalen met ‘eigen inkomsten en besparingen’. Het departement van ontwikkelingssamenwerking liet evenwel weten dat de financiering van de bruggen niet voorkomt op de lijst van bilaterale contacten. Ook anderszins kwamen de bruggen niet aan de orde in het overleg tussen Nederland en Suriname.

Dat beleidsoverleg is overigens al enige tijd niet meer gevoerd als gevolg van de ‘gespannen verhoudingen’. De Surinaamse ambassade in Den Haag was niet bij machte op de kwestie te reageren.

Oplevering

Ballast Nedam tekende mei ’97 het contract voor een brug over de Suriname- en over de Coppename-

rivier. De laatste oplevering staat voor 1 november 2000 op de lijst. Daarna beschikt het land over een aaneengesloten weg tussen oost en west.

De eerste paal voor de Coppename-brug gaat op 1 juni de grond in. Die voor de Suriname-brug volgt elf maanden later. De overeenkomst had aanvankelijk een waarde van f. 138 miljoen. Daar kwam later voor f. 30 miljoen aan meerkosten bij voor civiel-technische werken.

De Suriname-brug meet exclusief de opritten 1472 meter bij een breedte van 9,80 meter. De vrije doorvaarthoogte bij de middenoverspanning beloopt 43 meter. De afstand tussen de hoofdpijlers op die plek komt op 155 meter. De Coppename-brug meet in lengte en breedte respectievelijk 1536 en 8,20 meter bij een vrije doorvaarthoogte van 7,50 meter.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels