nieuws

Waar het doodskloppertje zich vertoont sterft een monument

bouwbreed

De middeleeuwers geloofden dat het trommelende geluid waarmee de bonteknaagkever een wijfje lokt, een sterfgeval aankondigt en noemden hem daarom het doodskloppertje. Tegenwoordig gelooft niemand dit nog, maar toch bevat het bijgeloof een kern van waarheid. Overal waar de bonteknaagkever zijn gezicht vertoont dreigt een

monument verloren te gaan.

De Werkmaatschappij Bonteknaagkever BV uit Leeuwarden onderzoekt de mogelijkheden om het ondier te bestrijden.

Slot Loevesteijn is misschien het bekendste, maar zeker niet het enige slachtoffer van de bonteknaagkever. In Nederland vreet het diertje – een volle neef van de houtworm – zich een weg door honderden monumenten. In Friesland zorgt het zelfs voor een onvoorziene financiele strop van f. 50 miljoen. (zie Cobouw 24-4-98). Sommige slachtoffers, zoals het raadhuis in Franeker, staan zelfs op instorten.

De kever heeft een uitgesproken voorkeur voor kerken en kastelen. “Het onderhoud van die gebouwen laat vaak veel te wensen over en er is veel eikenhout in verwerkt. Dat is zijn lievelingskostje”, verklaart W.D. van Gelder. Hij is directeur van de Werkmaatschappij Bonteknaagkever BV te Leeuwarden. De maatschappij kwam voort uit de Stichting Bonteknaagkever. Deze onderzoekt de mogelijkheden om het beestje zo effectief mogelijk te bestrijden en geeft voorlichting over de activiteiten van de kever en de gevolgen daarvan. Van Gelder en zijn medewerkers nemen de bestrijding van het monstertje voor hun rekening.

Momenteel is de organisatie vooral in Friesland actief, maar de kever moet ook landelijk worden aangepakt. Van Gelder verwacht dat het f. 300 miljoen zal gaan kosten om alle Nederlandse monumenten knaagkevervrij te maken. Bij die prijs zijn de restauratiekosten inbegrepen. Bovendien levert het zo’n duizend vaste arbeidsplaatsen op. Ongeveer 70 procent van het benodigde geld is afkomstig uit het Monumentenfonds. Het resterende deel moet de eigenaar van een gebouw zelf betalen. Omdat veel kerkparochies niet voldoende geld te beschikking hebben, wordt een beroep gedaan op particuliere sponsors.

De bonteknaagkever legt eitjes in kieren en spleten van eikenhouten balken. Daarin leeft hij zes a zeven jaar. In die periode holt hij het hout uit door een ratenstructuur aan te leggen. Deze bestaat uit tunnels van soms wel 14 meter lang en bijna een halve centimeter breed. Na verloop van tijd maakt het diertje ronde gaatjes in het hout, zodat hij kan uitvliegen.

Tot voor kort waren de gaatjes de enige aanwijzing dat de kever het hout had aangevreten, maar TNO ontwikkelde een methode die uitwijst of er wel of geen larven in het hout zitten: luisteren naar knaaggeluiden.

Eeuwenoud stof

Hoe de kever zich in het hout nestelt, is niet precies bekend. “Als we dat zouden weten, konden we preventieve maatregelen nemen. Nu moeten we wachten tot iemand hem ontdekt en dan is het eigenlijk al te laat”, verzucht Van Gelder.

Duidelijk is dat het beestje een voorkeur heeft voor slecht onderhouden gebouwen, waarvan het houtwerk is aangetast door schimmels en zwammen. “Ik kom soms in kerken waar het stof van eeuwen op de balken ligt”, vertelt Van Gelder. “Bovendien is het er vaak vochtig en heerst er een ander klimaat dan in een woonhuis. In die omstandigheden schijnt hij zich lekker te voelen. Vandaar dat je hem in gewone huizen niet zo vaak tegenkomt, behalve dan als ze al jaren leeg staan en slecht zijn onderhouden.”

Verschillende organisaties zoals TNO en de Britse universiteit Birkbeck College onderzoeken wat de beste methode is om de bonteknaagkever aan te pakken. ‘Doodspuiten’ lijkt een goede oplossing, maar is slecht voor het milieu. Bovendien worden de kevers resistent voor de bestrijdingsmiddelen. Inmiddels zijn goede resultaten bereikt door het aangetaste hout te verhitten en tegelijkertijd vochtig te houden. Deze zogenaamde methode Wijhe biedt de garantie dat de kevers doodgaan. Dat neemt niet weg dat ze kunnen terugkeren. Om ook dat te voorkomen verricht TNO onderzoek naar andere bestrijdingstechnieken.

Het gevecht tegen de bonteknaagkever moet altijd gekoppeld zijn aan een restauratie. “Als je niet gelijktijdig het achterstallig onderhoud aanpakt heeft het geen enkele zin om het beestje te bestrijden”, waarschuwt Van Gelder. “Binnen de kortst mogelijke tijd zit hij er weer in en dat brengt een enorme kapitaalvernietiging met zich mee.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels