nieuws

Ook natuur moet worden ontworpen

bouwbreed

Op de Nieuwe Kaart van Nederland is meer groen dan rood te vinden. Er staat meer nieuwe natuur op stapel dan bebouwing. Maar over het ontwerp van die natuur is het opvallend stil.

Over grofweg tien jaar is er 25.000 hectare stedelijk gebied bijgebouwd in Nederland. Aan groengebieden moet er het tienvoudige zijn bijgekomen: voor 250.000 hectare aan plannen staat ingetekend op de Nieuwe Kaart van Nederland. Over alle stenen die moeten worden gestapeld, tunnels die gegraven dienen te worden en wegen die er wel of niet moeten komen heerst een permanente discussie. Over het groen hoor je eigenlijk niets. Alsof dat vanzelf groeit.

In veel landen doet het groen inderdaad zelf het werk. De steppen, savannen en oerwouden behoeven weinig begeleiding, hoogstens bescherming. In Nederland is dat anders. Komt er in Oost-Groningen landbouwgrond vrij, dan laten wij die niet verwilderen maar gaan aan de slag om er natuur van te maken.

Vermommingen

Bijna automatisch hoort bij dit soort nieuwe natuur het bijvoegsel recreatie. Ook natuur moet in dit calvinistische land nuttig werk doen. Op zijn minst dient het als groene ‘buffer’ tussen steden. En zelfs als de natuur slechts de natuur hoeft te dienen – zie de Oostvaardersplassen – zorgen wij er alras voor dat dat gebeurt op de manier die wij het meest effectief vinden.

In Nederland komt dus bij elk stukje natuur een ontwerper om de hoek kijken. Die ontwerper heeft verschillende vermommingen. Van oudsher was die vermomd als agrarier. Maar de tijd dat alle gebied buiten de stad betiteld werd als natuur, is voorbij. Er is een tegenstelling gegroeid waarbij stedelingen en natuurbeheerders aan de ene kant staan tegenover de agrarische sector aan de andere kant. De ontwerpers zijn nu te vinden in de hoek van de natuurbeheerders.

Binnen dat natuurbeheer zijn er echter ook weer verschillende ontwerpers te onderscheiden. De ware natuur komt de laatste tijd vooral uit de ecologische hoek. De natuur moet terug naar hoe het ooit was, of op zijn minst moet de natuur de vorm aannemen die ecologisch gezien het best is.

Stilzwijgend wordt daarbij aangenomen dat duidelijk is wat goed, beter en best is. Vanzelf ook krijgen de argumenten van de ecologist gewicht – als die zegt dat de brilduiker van essentieel belang is voor de plek waar IJburg komt, dan is dat zo.

Aan dat gewicht draagt bij dat natuur door iedereen goed gevonden wordt. Niemand is tegen natuur. (Behalve wellicht Gerrit Komrij die ooit verzuchtte: “Liever tien jaar gelukkig in de stad dan een leven lang maf in een dennenbos.”)

Wat echter tegen de ecologische aanpak pleit bij het grote publiek, is dat de nieuwe natuur vaak zo lelijk is. Hele stukken heide worden op de schop genomen en opzettelijk kaal en schraal van grond gemaakt omdat alleen zo het voortbestaan van een honderd procent heideveldje is gewaarborgd. Bossen worden gesloopt om ze te verlossen van uitheemse soorten. En zo kent ieder wel een voorbeeld uit eigen omgeving waarbij het ecologische en esthetische belang niet vanzelfsprekend in elkaars verlengde lagen.

Keuze

Deze complete kluwen aan vreemde opvattingen, automatismen, vooroordelen en modes is ontleend aan twee boeken die vooral een ding duidelijk willen maken: we kunnen kiezen. In “Oorden van onthouding” zijn tientallen opstellen opgenomen die evenzovele keuzemogelijkheden demonstreren, hoe we onze nieuwe natuur kunnen inrichten. Een van de samenstellers van dit boek, Dirk Sijmons, heeft over het werk van zijn bureau H+N+S Landschapsarchitecten bovendien het eigen boek

“= Landschap” uitgegeven.

Dirk Sijmons en zijn medewerkers beschrijven een reeks concrete opgaven: van de aanleg van IJburg tot de bouw van een windmolenpark in Friesland. Dit doen ze pas na eerst een paar grote processen in kaart te hebben gebracht, zoals de waterwinning in Nederland. Zodoende weten ze op een beeldende en effectieve manier voor het voetlicht te brengen dat er ook andere manieren zijn om de natuur in te richten dan de nu gangbare ecologische. De verborgen agenda is natuurlijk dat, terwille van deze nieuwe wegen, deze landschapsarchitecten solliciteren naar de leidende rol van ontwerper.

Hoewel “Oorden van onthouding” dezelfde agenda heeft, om natuurbeheer als culturele ontwerpopgave te promoten, is de inzet gevarieerder. Onder de samenstellers zitten behalve landschapsarchitecten ook een journalist, een bioloog en een milieu-adviseur. Hun inzet is allereerst om de sectorale verkokering in hun branche te doorbreken. Het boek biedt daarom niet een reeks ontwerpen of pasklare oplossingen voor de aanleg van de genoemde Ecologische Hoofdstructuur, maar vooral een reeks tegenspraken. Deze maken duidelijk dat niets vanzelfsprekend is als het gaat over natuur in Nederland.

Beide boeken zijn een rijke bron van ideeen en argumenten voor de discussie hoe het Nederlandse groen (en blauw!) al dan niet op de schop moet. Net als de bouw is de natuur een publieke zaak, beide moeten onderworpen zijn aan democratische besluitvorming. Het wordt tijd dat de discussies over de keuzemogelijkheden in bredere kring wordt gevoerd. De eerste grondstof is daarvoor nu geleverd.

F. Feddes (red.): “Oorden van onthouding”. NAi Uitgevers, f. 65; ISBN 90-5662-066-5.

D. Sijmons: “=Landschap”. Uitg. Architectura en Natura, f. 49,50; ISBN 90-71570-81-9.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels