nieuws

Jorritsma ziet niets in tolwegen

bouwbreed

Minister Jorritsma ziet niets in de aanleg van tolwegen om private financiering voor infrastructuur te krijgen. Dit bleek gisteren tijdens het congres ‘Ruimtelijke en infrastructurele investeringen na de verkiezingen’. Onderzoek wijst uit dat tot 2020 zo’n f. 120 miljard moet worden geinvesteerd in infrastructuur.

In haar inleiding wees Jorritsma er nog eens op dat zij de komende twaalf jaar nog minstens f. 35 miljard extra nodig heeft om alle lopende plannen te kunnen uitvoeren. “Dit bedrag is trouwens niet helemaal vrij van natte vingerwerk. Het kan nog hoger uitvallen, want voor menig project is nog niet over het trace beslist. En ik heb nog nooit meegemaakt dat een project goedkoper wordt dan geraamd.”

Een oplossing zou dan kunnen zijn private financiering, maar daarover blijft zij enigszins sceptisch. “Een ondernemer moet wel risico blijven nemen. Dus niet zijn kosten en risico’s op de overheid afwentelen.” Tolwegen zijn daarom geen goed voorbeeld van hoe het wel zou kunnen. “Bij dat idee moet de overheid nog steeds het grootste deel van de investeringen ophoesten, maar bedrijven mogen wel lekker tol heffen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De automobilist betaalt dan dubbel: via de motorrijtuigenbelasting en via de tol. Bovendien is dan de vraag wat nog de toegevoegde waarde van het bedrijfsleven is.”

Met haar woorden ging de bewindsvrouwe lijnrecht in tegen de werkgevers, die eergisteren juist pleitten voor tolwegen (A4 Midden-Delfland) en paylanes.

Toch ziet zij wel mogelijkheden. “Pas als het bedrijfsleven zijn kennis in het beheer en de exploitatie van een project stopt, is private deelname interessant. Dan kan er meer en beter, voor minder geld. Bij de Betuweroute en de HSL-Zuid doet ondanks andersluidende berichten het bedrijfsleven al volop mee. En bij de eventuele aanleg van de Tweede Maasvlakte is het voor mij onvoorstelbaar dat die geen pps (publiek-private samenwerking, red.) -constructie zou worden.”

Zorgelijk

Daarnaast vindt Jorritsma de toenemende roep om betere inpassing van de infrastructuur een zorgelijke ontwikkeling. “Bij alle tracebesluiten zit al een standaardpakket inpassing ter waarde van gemiddeld wel 10 tot 25% van de aanlegkosten. Soms is dat bedrag zelfs nog hoger. Bij de A2 bij Leidsche Rijn was het bijna de helft. Daarom denk ik dat een volgend kabinet al in het regeerakkoord duidelijke afspraken moet maken hoeveel er naar inpassing gaat. Eindeloos voortkabbelende projecten, zoals het doortrekken van de A4 Midden-Delfland, kunnen dan eindelijk worden afgerond. Alle extra discussie betekent oponthoud bij het aanpakken van de problemen rond de bereikbaarheid.” De minister wees daarbij op de vuistregel dat ondergrondse aanleg vier keer zo duur is als maaiveldligging. “Voor een tunnel moet je dus drie wegen schrappen.”

Uit het rapport ‘Wensen, weten en wegen’ van ABN Amro, Twijnstra Gudde en Buck Consultants blijkt overigens dat er de komende tijd nog aanzienlijk meer geld nodig is voor infrastructuur. In het rapport is uitgegaan van drie mogelijke ontwikkelingsscenario’s: Nederland Logistiek, Nederland Dienstenland en Nederland Silicon Valley.

In het logistieke scenario zijn de extra investeringen in fysieke infrastructuur het hoogst. In de periode 1998-2020 is circa f. 120 miljard extra nodig. Voor Dienstenland bedragen deze f. 100 miljard en voor Silicon Valley ongeveer f. 75 miljard. Omgekeerd ligt het dan met de kennisinfrastructuur. Jorritsma’s eerste reactie: “Ik wou dat het zo eenvoudig was.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels