nieuws

Helft joint ventures ontploft reeds na een jaar

bouwbreed

Joint ventures ofwel gezamenlijke ondernemingen zijn populair bij bedrijven en hun managers. Zo’n gezamenlijke onderneming opent de weg naar specifieke kennis of naar een bepaalde markt. De grote populariteit ten spijt mislukken vele joint ventures. Zo’n 30 tot 50 procent overleeft het eerste jaar niet. De problemen hangen veelal samen met de onderlinge afhankelijkheid van de deelnemers. Goede managers onderkennen deze problematiek en gedragen zich er naar.

De onderlinge afhankelijkheid kan conflicten oproepen over de verdeling van verantwoordelijkheden, uit te voeren taken, controle en beheersing.

Niet altijd streven de deelnemers hetzelfde doel na. Soms staat het doel van het ene bedrijf haaks op dat van het andere. De partijen zullen van tevoren zoveel mogelijk kwesties regelen en in contracten verwerken. De afzonderlijke bedrijven en hun gezamenlijke onderneming maken evenwel veranderingen door. Onverwachte gebeurtenissen zijn niet vooraf in een contract te bepalen. De managers moeten zodanig op die veranderingen kunnen reageren dat de goede relaties en het gezamenlijke bedrijf behouden blijven.

Afhankelijkheid

R. Kemp leerde tijdens de voorbereiding van zijn proefschrift ‘Managing Interdependence for Joint Venture Success’ (*) dat naar de onderlinge afhankelijkheid nog maar weinig onderzoek is gedaan.

Uit het weinige dat over dit onderwerp is verschenen blijkt duidelijk, dat een gezamenlijk bedrijf valt of staat met het beheer. Een goede onderlinge verstandhouding kan de managers van een joint venture meer autonomie geven. Dat kan tot betere prestaties leiden. Elke vorm van conflict veroorzaakt onzekerheid, waardoor de prestaties teruglopen.

En een joint venture bestaat bij de gratie van goede resultaten. Daarbij gaat het vooral om wederzijds welbevinden en in iets mindere mate om economische prestaties. Een strakke en formele leiding beinvloedt dus niet op voorhand het resultaat van de joint venture.

Hoe meer de deelnemende bedrijven de onderlinge afhankelijkheid accepteren en daarnaar handelen, hoe minder de kans op conflicten. Zodra een deelnemer minder afhankelijk van de andere wil worden, is de basis voor wantrouwen en opportunisme gelegd. Daardoor is het falen van het gezamenlijke bedrijf eigenlijk al een feit. Het opbouwen van vertrouwen moet al voor het sluiten van het contract beginnen. Is dat vertrouwen eenmaal gebleken, dan zijn de deelnemers eerder genegen lang lopende overeenkomsten aan te gaan. Daarin ligt de nadruk minder op gelijkwaardige inbreng.

Een goed functionerende gezamenlijke onderneming is het meest gebaat bij goede sociale verhoudingen. Die vergroten de onderlinge afhankelijkheid, waardoor het voor beide partijen minder aantrekkelijk wordt om te zien naar alternatieven. Daardoor slaan de deelnemers de prestaties van de joint venture hoger aan.

(*) R. Kemp schreef ‘Managing Interdependence for Joint Venture Success; an empirical study of Dutch international joint ventures’ voor de faculteit Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels