nieuws

De keerzijde van het poldermodel

bouwbreed

Het poldermodel heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de wetgeving in ons land. Dat schrijft de Raad van State in zijn jaarverslag. Voor de wetgever, zo laat het belangrijkste adviescollege van de regering weten, staat het compromis tussen conflicterende belangen voorop, zo nodig ten koste van de duidelijkheid.

Gevolg is dat vertragingen ontstaan in de uitvoering van projecten, waardoor die tegen de tijd dat ze verwezenlijkt zijn niet meer aansluiten bij de behoefte.

Terecht laat de Raad van State deze waarschuwende woorden horen. Al jaren lang wordt maatschappelijk en politiek de klacht gehoord over de lange voorbereidingstijden van projecten. De steeds mondiger burger maakt ook hoe langer hoe vaak gebruik van mogelijkheden voor bezwaar en beroep tegen besluiten. Deze ‘juridisering’ van de maatschappij kost tijd en geld.

Diverse advieslichamen hebben zich al bezig gehouden met deze problematiek. Zo kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid enkele jaren geleden met het advies eerst een nut- en noodzaakdiscussie te houden. De gedachte was, dat als die achter de rug was, nut en noodzaak nooit meer ter discussie zouden worden gesteld.

Draagvlak

De praktijk bewijst anders. Om te beginnen tijdens de politieke besluitvorming in de Tweede Kamer, komt soms nut en noodzaak weer naar boven. Maar ook in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures duikt het telkens weer op.

De Raad van State laat bij monde van vice-voorzitter Tjeenk Willink weten dat de klaagzang van bestuurders over het teveel aan inspraak- en beroepsmogelijkheden van burgers veelal niet terecht is. Hij vindt die mogelijkheden voor het verkrijgen van bestuurlijk draagvlak juist nodig. Wel kan er een probleem ontstaan als er sprake is van verbrokkelde wet- en regelgeving.

Op zich heeft Tjeenk Willink daar gelijk in. Het grootste tijdverlies in de totale procedures zit’m niet in inspraak en procedures, maar in ambtelijke, bestuurlijke en politieke voorbereiding.

En in die zin is de opmerking van de Raad dat het poldermodel averechts kan werken, terecht. Juist in de bestuurlijke en politieke voorbereiding wordt maar al te vaak gestreefd naar compromissen, die het praktisch onmogelijk maken aan de burger nog duidelijk te maken waar het precies om gaat. Zo was iedereen eigenlijk tegen de boortunnel onder het Groene Hart. Alleen om toenmalig milieuminister De Boer tevreden te stellen, kwam die er toch.

Woonomgeving

Leg dan mensen in Brabant maar eens uit dat die tegen een vijftien meter hoog talud en geluidsscherm aan moeten kijken omdat er geen geld is voor een betere oplossing. Dat leidt dan weer tot bezwaar- en beroepsprocedures.

De voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State, mr. P. Boukema, vindt dat het te overwegen valt om die procedures te beperken tot die mensen die er rechtstreeks in hun woonomgeving mee te maken hebben. De vraag is of dat uitmaakt. Het gros van bezwaren en beroepen is nu ook al afkomstig van rechtstreeks belanghebbenden.

Meer valt er te verwachten van het advies van de Raad voor Verkeer en Waterstaat ‘ambities bundelen’. Daarin wordt betrokkenheid van belanghebbenden vanaf het begin bepleit, waardoor geintegreerde oplossingen voor inpassingsvraagstukken mogelijk worden. Voorwaarde is dan wel dat bestuurders en politici zich dan ook – wellicht binnen vooraf te stellen kaders – committeren. Dat scheelt in ieder geval achteraf kromme uitleg.

De keerzijde van het poldermodel zoals de Raad van State die signaleert, kan dan op die wijze gehanteerd, de juiste zijde blijken te zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels