nieuws

De Boer komt met landelijke norm voor ontzilt zeezand

bouwbreed

Minister De Boer (VROM) komt toch met een landelijke norm voor zeezand op grond van het Bouwstoffenbesluit. Daarnaast zullen er hooguit nog twee klassen komen voor verder ontzilt zeezand. Daarmee hoopt de bewindsvrouwe dat de certificering ervan vrij eenvoudig kan zijn.

Met deze lijn maakt minister De Boer een einde aan de onzekerheden rond het gebruik van zeezand. Oorspronkelijk stond er in het Bouwstoffenbesluit dat in voor verzilting gevoelige gebieden provincies strengere normen voor zeezand kunnen stellen. Dit heeft geleid tot verschillen waarbij bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier al een lozingsvergunning eiste voor zand dat meer dan 35 milligram per kilo droge stof bevatte. In een proefproces van de gemeente Ana Paulowna keurde de Raad van State deze eisen goed.

Volgens De Boer is het daarom nodig toch met een landelijke norm te komen. Zij stelt zich daarbij voor te gaan zitten op de norm voor schoon zand, 200 mg chloor per kg droge stof. In een brak of zout milieu vervalt deze eis.

Daarnaast wil ze dan wel hooguit 2 klassen verder ontzilt zout onderscheiden in het Bouwstoffenbesluit. “Wanneer zo de totale normering beperkt wordt tot enkele beschermingsniveaus, kan certificering van zeezand op vrij eenvoudige wijze plaatsvinden”, zo schrijft de minister.

Gerijpte baggerspecie

De bewindsvrouwe wil nog niet aan een specifieke normstelling voor gerijpte baggerspecie. Momenteel zijn er twijfels of de doelstelling van 20 procent hergebruik van baggerspecie wel gehaald kan worden.

Dit komt door beperkingen in het Bouwstoffenbesluit, die worden veroorzaakt door de te hoge sulfaatuitloging. Ook enigszins te hoge gehalten aan minerale olie, cyanide en zouten vormen soms een belemmering.

Momenteel bekijkt de minister of Actief Bodembeheer Rivierbed een oplossing is. Ook andere streefwaarden voor in baggerspecie aanwezige stoffen kunnen een oplossing zijn.

Voor de baksteenindustrie zal De Boer het besluit verduidelijken. Het gaat hier om de bovengrondse toepassing van baksteen. De minister erkent dat bij een buitenmuur op fundering, de onderste lagen baksteen onder maaiveld liggen.

Die muur wordt inclusief de onderste lagen tot de zogenoemde categorie 1B gerekend als het grondwater dieper ligt en de fundering zodanig is geconstrueerd dat er capillaire onderbreking is naar het grondwater. Baksteen die niet voldoet aan de eisen van categorie 1A maar wel aan 1B, kan dus gewoon worden toegepast in dergelijke constructies.

Bijzondere categorie

Ook voor teerhoudend asfaltgranulaat komt De Boer met een wijziging. In enkele omschreven toepassingen wordt dit granulaat als bijzondere categorie toegelaten. Daarbij is uitgegaan van de gangbare toepassingen en mede vanwege arbeidsomstandigheden koude verwerkingstechnieken.

Sindsdien is er echter een nieuwe toepassing waarbij het granulaat wordt verhit met stoom. De Boer vindt dat die toepassing ook kan worden toegestaan als bijzondere categorie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels