nieuws

Bouwbonden staan met 7-0 voor op de werkgevers

bouwbreed

den haag – In de na-oorlogse periode hebben de bouwbonden zeven keer met stakingen hun eisen kracht bijgezet. Alle zeven keren zijn daarbij de werkgevers door de bocht gegaan.

Indien het ditmaal opnieuw op stakingen uitdraait in de bouw, zouden de werkgevers er dan dit keer misschien in slagen de stand een iets draaglijker aanzien te geven, door de stand op 7-1 te brengen?

De eerste vijftien jaar na de oorlog is het rustig geweest aan het loonfront. In die wederopbouwperiode voerden de achtereenvolgende kabinetten een stringent loon- en prijsbeleid, dat voor onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden nauwelijks ruimte liet. En dus ook niet voor conflicten.

Ook in 1960 was dat nog het geval, zij het in mindere mate. Om de inflatie in toom te houden, had de regering besloten dat loonsverhogingen afgestemd moesten zijn op de stijgingen in productiviteit en niet tot prijsstijgingen mochten leiden.

De werkgevers wilden de verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden echter wel doorberekenen in de prijzen, hetgeen door het toenmalige College van Rijksbemiddelaars werd verboden. Vervolgens weigerden de werkgevers het cao-akkoord te ondertekenen.

Na een staking van twee weken en de tussenkomst van de toenmalige minister van Economische Zaken De Pous, zwichtten de werkgevers. Aan de actie deden bijna veertigduizend werknemers mee, voor in totaal 410.000 stakingsdagen.

Koppelbazen

Tien jaar later was het wederom raak. De bonden eisten toen vierhonderd gulden eenmalig om de hogere lonen die koppelbazen betaalden, te compenseren. In september 1970 braken er stakingen uit waar naar schatting twintigduizend werknemers aan meededen. Toen de rechter in kort geding de stakingen goedkeurde, keerden de werkgevers terug naar de onderhandelingstafel. De werknemers kregen hun vierhonderd gulden.

Bemiddelaar

Het bleek nog slechts het begin van een hectische periode. In mei 1971 al gingen ongeveer twaalfduizend bouwvakkers drie weken in staking wegens het uitblijven van een nieuwe cao. Oud-VNO-voorzitter Bosma werd gevraagd om als bemiddelaar de onderhandelingen vlot te trekken.

1977: Het conflict ging dit keer over de automatische prijscompensatie. Drie weken duurde de staking waarbij op het hoogtepunt door achtduizend bouwvakkers werd gestaakt op 160 bouwplaatsen. Uiteindelijk kwam er toch een cao inclusief de prijscompensatie.

De acties in 1985 gingen over werkgelegenheid in de vorm van arbeidstijdverkorting en vervroegde uittreding. Ondanks de slechte werkgelegenheidssituatie werd er door ruim tienduizend werknemers gestaakt.

Na drie weken kon met Pinksteren alsnog een akkoord worden bereikt, waarin aan de eisen van de bonden grotendeels werd tegemoet gekomen.

Ook in 1990 gingen de acties wederom over werkgelegenheid. Dit keer was het conflictpunt de invoering van de 36-urige werkweek. Gedurende drie weken werd er door zestienduizend werknemers gestaakt, waarna de werkgevers alsnog akkoord gingen met de harde eisen van de bonden.

In 1995 lag het conflict ingewikkelder. Formeel ging het om de vut-regeling. Werkgeversonderhandelaar Hans Vahstal vond echter dat het conflict fundamenteler was. Hij wilde eerst het financiele kader vaststellen op maximaal 5,5 procent loonsomstijging. Daarom weigerde hij stelselmatig te praten over de lange lijst wensen van de bonden als daar geen prijskaartje aan hing.

Bij overschrijding van de 5,5 procent, moesten de bonden maar iets anders inleveren, zo vond hij. Een staking van 14 maart tot 13 april was het gevolg. Daaraan deden 36.000 bouwvakkers mee, waardoor het record van 1960 van 410.000 stakingsdagen ruimschoots werd gebroken.

De cao die er uiteindelijk kwam, willigde alle eisen van de bonden in. De 5,5 procent die Vahstal in zijn hoofd had, werd ver overschreden.

Achtste

Nu staan we aan de vooravond van de achtste na-oorlogse staking. Deze zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de staking ‘van de weigerende werkgevers’. Werkgevers vertikken het te praten over de voorstellen van de bonden.

Alhoewel zij ongetwijfeld zullen wijzen op de pogingen van hun kant om te komen tot een moderne raam-cao, waarbij per sector de meer specifieke zaken moeten worden geregeld.

Als de geschiedenis zich herhaald, staat de uitkomst nu al vast: het cao-boekje zal weer dikker worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels