nieuws

Bedrijfsarts maakt uit of werk kan worden hervat Onnodig lang ziekteverzuim door tegenstrijdige adviezen

bouwbreed

De bedrijfsarts bepaalt of een werknemer na ziekte weer aan het werk kan. Zo keihard staat het weliswaar niet in de gezamenlijke visie van de huisartsen en de bedrijfsartsen, maar als de huisartsen het ermee eens zijn dat ‘de bedrijfsarts de deskundige is op het terrein van arbeid en gezondheid’, zoals in het gezamenlijke rapport staat, dan laat de gisteren aan minister Borst gepresenteerde visie geen andere conclusie toe.

‘Trekt u er eens een paar weekjes lekker tussenuit’, adviseert de huisarts. ‘Nee, niks daarvan’, oordeelt de bedrijfsarts, ‘gaat u morgen maar weer gewoon aan het werk’. Wat te doen?

Ligt het aan de aard van de beroepsgroep of is de door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) bereikte overeenkomst brozer dan de geneesheren willen doen voorkomen? De rapporteurs bezigen een omzwachtelend taalgebruik, waarin de gezamenlijke zorg voor ‘de gezondheid en het welbevinden van de werknemer centraal staat’, enzovoort.

Onafhankelijkheid

Als 80 procent van de ondervraagde huis- en bedrijfsartsen van mening is dat de onderlinge samenwerking voor verbetering vatbaar is, dan gaat er in de praktijk veel verkeerd. Op kosten van de werkgevers, want tegenstrijdige adviezen leiden tot onnodig lang ziekteverzuim, oordeelt de gezamenlijke werkgroep.

De reserves van de huisartsen ten aanzien van de bedrijfsartsen werden sterk gevoed door twijfels aan de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts. Aan die onduidelijkheid is met het Professioneel Statuut een einde gekomen. Daarin is de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts gewaarborgd. De daarmee samenhangende vertrouwenspositie sluit volgens de gezamenlijke visie uit dat bedrijfsartsen nog als controleur optreden. Een controlerende rol vergroot volgens de rapporteurs “de kans dat de werknemer zich gaat fixeren op allerlei medische klachten en desnoods met een gang langs vele specialisten zijn gelijk probeert te halen”.

De artsen nemen het advies over van AWV/Industriebond FNV ‘bij verzuim niet te snel een arts in te schakelen vanwege het gevaar van medicalisering’.

Meningsverschil

Een werkhervattingsadvies moet zorgvuldig tot stand komen, “in goed overleg tussen arts en werknemer, zeker bij langer durend verzuim”, benadrukt de werkgroep.

Als werknemer en bedrijfsarts van mening verschillen, wil dat niet op voorhand zeggen dat de dokter gelijk heeft, stellen beide artsenorganisaties. “Blijven beiden, ook na een nachtje slapen, bij hun mening, dan zijn de mogelijkheden van de sociaal-medische begeleiding (SMB) op dat moment uitgeput en dient de arts zijn advies te melden aan de werkgever”.

Werknemers kunnen een onafhankelijk oordeel aanvragen bij de uitvoeringsinstelling (UVI: vroeger de second opinion bij de bedrijfsvereniging). Is de UVI-arts het met de werknemer eens dan zal de UVI zo nodig het loon doorbetalen in de vorm van ziekengeld met verhaal op de werkgever.

Is de werkgever het oneens met de werknemer en de bedrijfsarts dan kan ook hij bij de UVI terecht.

Werkgeversbelang

De praktijk zal moeten uitwijzen of de gezamenlijke visie voldoende houvast biedt bij het oplossen van meningsverschillen. “Bij verschillende belangen heeft de bedrijfsarts primair de taak de gezondheid van de werknemer te beschermen, voorzover dit geen (ernstige) schade toebrengt aan derden”, houden de opstellers van de gezamenlijke visie duidelijk rekening met de belangen van de werkgever.

Terwijl de bedrijfsarts de aangewezen deskundige is op het terrein van arbeid en gezondheid, laat het basistakenpakket van de huisarts er geen twijfel over bestaan dat “bij de behandeling van de patient ook behoort het geven van adviezen omtrent het functioneren van mensen in het arbeidsproces”.

Volgens de gezamenlijke visie blijft het verwijzen naar specialisten in eerste instantie de taak van de huisartsen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels