nieuws

‘Tommel vindt rotte fundering probleem van eigenaar’ Gezamenlijke aanpak komt moeilijk op gang

bouwbreed

Gemeenten maken zich in toenemende mate zorgen over de gevolgen van rotte funderingen. Zo praten de 23 middelgrote gemeenten over een gezamenlijke aanpak. Maar de oorzaken en problemen zijn zo divers, dat dat maar moeizaam van de grond komt. Bovendien meent staatssecretaris Tommel dat funderingsproblemen in eerste instantie bij de huizeneigenaren liggen. Een gesprek met de ambtelijk voorzitter van de 23 over palentoeslag, aansprakelijkheid en fatsoen.

Nick van Zanten is hoofd van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Stadsvernieuwing van de gemeente Haarlem, en ambtelijk voorzitter van de 23 middelgrote gemeenten. “Bij het Rijk verschuift de aandacht naar de na-oorlogse wijken, terwijl de moeilijkheden in de oude wijken nog lang niet zijn opgelost. Toen wij de zaak van de rotte funderingen bij Tommel aankaartten, gaf hij te kennen dat niet als een landelijk probleem te zien. In zijn visie is het in eerste instantie een probleem van de lokale eigenaar.” VNG en IPO moeten het voortouw nemen bij een gezamenlijke aanpak. Dan wil VROM wel weer inhaken op het vervolgtraject.

“Die houding is dubbel”, zegt Van Zanten. “Natuurlijk zijn rotte funderingen in eerste instantie het probleem van de eigenaar, maar dat ontslaat gemeenten en Rijk niet van hun verantwoordelijkheid.”

Om toch tot afstemming te komen, sloegen vijf van de 23 middelgrote gemeenten de handen ineen. Schiedam, Gouda, Dordrecht, Zaanstad en Haarlem doen een poging een gezamenlijk protocol op te stellen. Hierdoor kunnen onderzoeken en aanpak op elkaar aansluiten, terwijl zij tevens vergelijkbaar zijn. “Het is niet simpel eenduidigheid te verkrijgen, omdat de oorzaken zo verschillend zijn.” Zo zijn in Haarlem en Zaanstad veel grenen palen aangetast door een bacterie, terwijl in de andere gemeenten schimmels en wisselende grondwaterstanden de boosdoeners zijn.

Van Zanten vestigt zijn hoop op de Tweede Kamer. Die nam afgelopen zomer een motie aan en besloot daarmee de omvang van het probleem in beeld te krijgen. Maar tegelijk is de politieke respons op het ministerie erg klein. “De enige manier om aandacht te krijgen, is de staatssecretaris per gemeente uit te nodigen.” Dat gebeurt nu. In Schiedam was hij al, binnenkort gaat hij naar Haarlem en in mei steekt Tommel zijn licht op in Zaanstad. “Oud-staatssecretaris Heerma zei altijd ‘als een probleem groot genoeg is komt het vanzelf op de politieke agenda’. Dat is niet waar. Ik loop zeventien jaar mee bij stadsvernieuwing en de enige manier om aandacht te krijgen, is hard werken en op de problemen blijven hameren.”

Van de vijf gemeenten is Haarlem het verst. Deze gemeente pakt de funderingsellende in vier wijken aan, en heeft f. 56 miljoen uitgetrokken voor een subsidieregeling om eigenaren daarbij te helpen. Een andere optie is herinvoering van een palentoeslag. Dick Bijlsma, hoofd afdeling Wonen: “Vroeger betaalde het Rijk voor woningen met lange funderingspalen een extra toeslag bij nieuwbouw. Je kunt aan zoiets denken in de vorm van een subsidieregeling voor rotte palen.”

Ook denkt men erover een campagne te voeren om eigenaren

te waarschuwen. “Het is onfatsoenlijk om dat niet te doen. Mensen hebben er recht op te weten wat er aan de hand is. Voor kopers is de funderingsproblematiek een argument om de prijs naar beneden te krijgen. Wie nu een huis koopt op houten funderingspalen, is geen onschuldige eigenaar.” Toch ligt het niet zo simpel,want veel eigenaren zijn er niet van op de hoogte welk probleem zich onder hun huis ontwikkelt.

De gemeente Dordrecht koos voor een andere aanpak. Daar is men terughoudend over de vraag in welke wijken nog meer problemen zijn te verwachten. “Om onnodig onrust te voorkomen”, is het argument.

Van Zanten en Bijlsma zijn het erover eens dat het bijna onmogelijk is iemand aansprakelijk te houden. De vraag wie verantwoordelijk is voor een bacterie, is immers moeilijk te beantwoorden. Ook lekke rioleringen met een te lage grondwaterstand zijn moeilijk te bewijzen. Op grondwater zijn nu eenmaal heel verschillende factoren van invloed. “In Haarlem loopt de Spaarne van zuid naar noord, het grondwater van west naar oost en het laagste punt ligt in de Haarlemmermeer. Door de geschiedenis heen verandert het ook nog eens. Ooit had Haarlem duizend brouwerijen en een lage grondwaterstand. Toen ze dicht gingen, kwam het water omhoog. Later hadden we veel wasserijen die inmiddels ook weer dicht zijn. Het beleid van de provincie is nu, de duinen hun natuurlijke biotoop terug te geven. En weer stijgt het grondwater. Dan mag iemand mij uitleggen bij wie de verantwoording ligt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels