nieuws

Rijksbouwmeester: dring rol bouwbedrijf in Vinex terug Patijn keert zich tegen ‘plat marktdenken’

bouwbreed

Op diverse plaatsen gaat de invloed van aannemers bij de ontwikkeling van Vinex-locaties te ver. Zij hebben zich ingekocht en bepalen de plannen van stedenbouw tot architectenkeuze. Dit gaat ten koste van de kwaliteit, vindt Rijksbouwmeester Wytze Patijn. Hij pleit voor een sterkere regie van de lokale overheid.

“De kwaliteit in Vinex-locaties wordt in toenemende mate bepaald door uitvoerende bouwbedrijven die als projectontwikkelaar optreden. Via grondaankopen hebben zij zich een positie verworven aan de onderhandelingstafel bij gemeenten, waarna zij als opdrachtgever en uitvoerder eigen woningbouwprojecten realiseren. Hun invloed op elk niveau van de planontwikkeling is zorgelijk, omdat die te vaak uitsluitend op bedrijfseconomische doelstellingen is gebaseerd.”

Deze kritiek op het uitvoerend bouwbedrijf verwoordde Rijksbouwmeester Patijn gisteren in Rotterdam in zijn eerste ‘Pyramide-lezing’, bij de bekendmaking van de nominaties voor de gelijknamige ‘Rijksprijs voor excellent opdrachtgeverschap’.

Gevraagd naar concrete voorbeelden , verduidelijkt Patijn: “Ik wil geen namen noemen. Het heeft gespeeld in de buurt van steden als Amersfoort en Tilburg maar ik kom het verschijnsel regelmatig ook elders tegen. Het gaat daarbij niet om projectontwikkelaars die samen met een gemeente een gebied ontwikkelen, maar om aannemers die productiecapaciteit willen veilig stellen.”

Als cruciaal verschil met de jaren zeventig, toen bouwers ook speculatieve grondaankopen deden, noemt Patijn de nieuwe trend dat ze nu ook in een opdrachtgevende rol terechtkomen. “Daardoor gaat hun invloed te ver”, aldus Patijn.

‘Patat en cola’

In zijn lezing pleitte Patijn voor een onafhankelijk opdrachtgeverschap. “Bij het opstellen van Vinex-plannen moet de lokale overheid de leidende partij zijn. Die moet de verschillende belangen met elkaar in evenwicht brengen.”

Desgevraagd licht hij toe dat hij zich keert tegen een te “plat marktdenken”. Patijn: “Je moet een toekomstige samenleving vormgeven, een stuk stad met alle nodige voorzieningen. Het is een te makkelijke ideologie om te denken dat de markt dat wel doet. De beer is los als er alleen maar een vrij spel van maatschappelijke krachten is. Dan wordt het een lappendeken van woninkjes voor de markt. Het moet meer zijn dan alleen maar patat en cola.”

Actievere rol

Patijn pleitte in zijn Pyramide-lezing voor een herorientatie op het welstandstoezicht. “Welstand zou meer openbaar moeten zijn en een actievere rol moeten spelen in het lokale architectuurbeleid.”

Patijn zelf ziet deze uitspraak als eerste voorzet voor het onderzoek dat het ministerie van VROM gaat verrichten naar het maatschappelijk nut en het effect van welstandstoezicht. Patijn: “Welstand zou een sterker idee moeten hebben hoe de stad in elkaar moet zitten.”

Ideeen om het welstandstoezicht juist terug te dringen, zoals het “Wilde Wonen” van Carel Weeber, waarbij elke huizenbezitter in hoge mate zelf het uiterlijk van zijn huis bepaalt, bestempelt Patijn als “ideologische verhalen in de sfeer van een avondwijding”. Patijn: “Het gaat mij om het concrete werk, de problemen die nu spelen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels