nieuws

Politiekeurmerk stevent af op landelijke standaard

bouwbreed

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen heeft zich, nog voordat de experimentele fase is beeindigd, een niet meer weg te denken plaats verworven in de Nederlandse woningbouw. Inmiddels zijn, of worden 150 tot 200 projecten uitgevoerd aan de hand van het keurmerk. Bewoners blijken zich veel veiliger te voelen en ook ontwerpers en bouwers reageren positief.

Het woord successtory hanteerde projectleider R. Scherpenisse van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) nog met een vraagteken op de studiemorgen gisteren op de BouwRai. De experimentele fase van het keurmerk is immers nog niet ten einde en of de criminaliteit in de gecertificeerde wijken ook echt afneemt, is nog niet bewezen. Maar intussen zijn er nauwelijks wanklanken te horen. Bouwers, architecten en stedenbouwkundigen zien het keurmerk eerder als een stimulans dan als een belemmering. De eisen van het keurmerk heeft tal van nieuwe producten geleverd. En bewoners van woningen met keurmerk lopen helemaal over van enthousiasme.

Wat enkele jaren geleden begon in de politieregio Hollands Midden en later uitgroeide tot een landelijk experiment, zal eind dit jaar zijn experimentele karakter verliezen. Het politiekeurmerk wordt als een regulier preventie-instrument ondergebracht bij het Nationaal Centrum voor Preventie. Ook zullen de aan het keurmerk ontleende eisen voor inbraakpreventie worden opgenomen in het Bouwbesluit en zullen andere certificatieregelingen in het keurmerk worden geintegreerd. Een verplichte rookmelder zal dan tot de eisen behoren.

Wanklanken

Eerdere plannen om het keurmerk op 1 januari 1999 om te dopen in Landelijk Keurmerk Veilig Wonen, zullen waarschijnlijk afketsen. De SEV zal in elk geval het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseren het bij ‘politiekeurmerk’ te houden. De rol van de politie in het geheel is namelijk een zeer essentiele, al was het alleen maar omdat de gemiddelde bewoner daaraan zijn vertrouwen ontleent.

De positieve geluiden betekenen overigens niet dat er helemaal geen wanklanken zijn. Zo blijkt de integrale aanpak van het keurmerk – er worden zowel eisen aan woning als aan woonomgeving gesteld – soms nog een punt van discussie. Voor nieuwbouw wordt dit uitgangspunt echter niet verlaten.

Bestaande woningen kunnen daarentegen wel worden gecertificeerd op grond van louter woning-eisen. De eisen voor de openbare verlichting zullen in de definitieve versie van het handboek van het keurmerk wel worden bijgesteld. De huidige voorwaarden vergen van veel gemeenten namelijk net een stapje te veel. Daardoor haken met name in landelijke gebieden keurmerkaanvragers nogal eens af.

Om onmogelijke dilemma’s te voorkomen (veel verlichting versus energieverspilling, zicht op parkeerplaatsen versus teveel blik op straat) probeert de SEV verder met een aantal gemeenten de eisen op het terrein van veiligheid, levensloopbestendigheid en duurzaamheid in elkaar te schuiven.

Enquete

Voor bewoners van gecertificeerde woningen kan het keurmerk niet meer stuk, zo blijkt uit een Nipo-enquete onder de eerste 500 bewoners. Zo’n negentig procent vindt de maatregelen zinvol, waarbij de openbare verlichting het hoogst scoort. Tweederde heeft f. 750 tot f. 1000 of een huurverhoging van f. 10 per maand over voor de genomen maatregelen. Negentig procent voelt zich veiliger dan vroeger; bijna driekwart wil dan ook bij verhuizing weer naar een woning met keurmerk. Slechts 54 procent denkt overigens dat woningen met keurmerk meer waard zijn dan zonder.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels