nieuws

Noordelijke waterkeringen zijn op Delta-hoogte Stijging zeespiegel en daling bodem maken extra maatregelen in de toekomst noodzakelijk

bouwbreed

In tegenstelling tot de meeste andere regio’s in Nederland ligt het noorden goed op schema als het gaat om het ophogen en het onderhoud van de waterkeringen in het kader van het Deltaplan.

Dat blijkt uit de eerste interprovinciale concept-verordening Waterkering Noord-Nederland, die de Provinciale Staten op 1 juli 1998 definitief moet vaststellen.

Een broodnodige inventarisatie zal de komende jaren moeten uitwijzen of de effecten van de verwachte zeespiegelstijging, in combinatie met de bodemdaling door aardgaswinning, tot extra ingrijpende maatregelen in het noorden moeten leiden.

Als vervolg op de eerste fase van het nationale Deltaplan, die vanaf de Watersnoodramp in 1953 in gang is gezet, is sinds 15 januari 1996 de Wet op de Waterkering van kracht. De wet verplicht de provincies waarin zogeheten dijkringgebieden zijn gelegen, eens in de vijf jaar een eigen Verordening Waterkering voor te leggen aan de minister van Verkeer en Waterstaat. Dit gebeurt in nauw overleg met de waterschappen, die sinds de Wet op de Waterkering zelfstandig verantwoordelijk zijn voor de veiligheid en het onderhoud van de waterkeringen in hun gebied.

Op Deltahoogte

Klaas Klaassens, senior-beleidsmedewerker waterschappen bij de provincie Groningen, legt uit dat alle noordelijke dijken, sluizen en overige waterkeringen inmiddels nagenoeg op Delta-hoogte zijn.

“Daar is de afgelopen tientallen jaren behoorlijk in geinvesteerd”, zegt Klaassens. “Zo is eind jaren zestig al een begin gemaakt met de Lauwersmeerdijk en de dijken rond Delfzijl. Tussen eind jaren zeventig en begin jaren tachtig zijn de dijken rond Lauwersoog en de Eemshaven op hoogte gebracht en medio jaren tachtig is de Dollarddijk aangepakt. De situatie in Friesland is vergelijkbaar. Daarmee verkeert het noorden in een unieke positie, want in de rest van het land moet de komende jaren nog veel meer gebeuren.”

Inventarisatie

Klaassens benadrukt dat een nadere inventarisatie in het noorden, die op 15 januari 2000 moet zijn afgerond, mogelijk uitwijst dat er alsnog extra ingrijpende maatregelen nodig zijn. “Ik doel daarmee op de bodemdaling als gevolg van de aardgaswinning en de stijging van de zeespiegel door het broeikaseffect. Daar bestaat op dit moment nog geen helder totaalbeeld over. Met de minister is afgesproken dat we die inventarisatie de komende jaren geleidelijk uitvoeren. Daar kun je de waterschappen niet ineens mee opzadelen, want het is nogal een kostbare kwestie. Naar schatting kost alleen al dat onderzoek – het in kaart brengen van alle hoogtemetingen en de effecten op termijn – circa honderd miljoen gulden.”

Veel gegevens, waarmee tot op heden wordt gewerkt, dateren vaak nog uit de jaren zestig. Klaassens: “Recente gegevens ontbreken simpelweg. Voorheen waren het allemaal kleine versnipperde gebiedjes, die onder kleine beheerders vielen. Die kenden die overzichtelijke gebiedjes heel goed en stuurden daar voor controle regelmatig een schouw op af, die de situatie ter plekke perfect in beeld had. Nu inmiddels al die kleine waterkeringbeheerders zijn gefuseerd tot veel grotere waterschappen, blijken in de praktijk nogal wat harde gegevens te ontbreken.”

Serieus probleem

De stijging van de zeespiegel als gevolg van het broeikaseffect is een probleem dat pas sinds enkele tientallen jaren serieus wordt onderkend. Aanvankelijk gingen de deskundigen in hun berekeningen nog uit van een stijging van het waterniveau in de Waddenzee van twee centimeter per eeuw.

“Inmiddels gaan de meest recente berekeningen al uit van een stijging van tachtig centimeter per eeuw”, legt Klaassens uit. “Dat is aanzienlijk. Bedenk daarbij dat tegelijkertijd de bodem in het noorden ook nog daalt door die aardgaswinning. Dan praat je toch over een behoorlijk effect. Zeker omdat waterkeringen in Nederland voor een periode van vijftig tot honderd jaar moeten worden gebouwd.”

Ramp nodig

Klaassens kan dan ook nog met geen mogelijkheid aangeven tot welke maatregelen dit zal leiden. “Ik sluit in het geheel niet uit dat over een paar jaar blijkt dat alle waterkeringen in het noorden opgehoogd moeten worden. Daarvoor zijn goede hoogtemetingen en deskundig onderzoek van essentieel belang. Ik verwacht dat daar in het noorden medio 1999 meer duidelijkheid over bestaat, want dergelijke effecten zijn natuurlijk van groot belang voor de veiligheid van de burgers. De overstromingen in Midden-Nederland van enkele jaren terug, hebben maar weer eens laten zien dat je dat niet moet onderschatten. Vaak is zo’n ramp nu eenmaal nodig om serieuze aandacht voor zo’n probleem te krijgen.”

Ter illustratie: in het ongunstigste geval zou een fikse dijkdoorbraak in het noorden, die in theorie eens in de vierduizend jaar voorkomt, ertoe kunnen leiden dat de stad Groningen tot aan de Martinitoren onder water komt te staan. Klaassens: “Veel mensen wimpelen dat af met de mededeling: dat zal mijn tijd wel duren, want dat is pas over vierduizend jaar. Dat is onterecht, want het kan in principe ook morgen al gebeuren.”

De kaart geeft duidelijk aan welk deel van de noordelijke provincies geen droge voeten houdt als de waterkeringen niet op peil blijven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels