nieuws

Jongensboekenweek

bouwbreed

“Ja zoon, vroeger waren er nog echte polders en havens met zeilmakerijen.” Pa Mak tuurt naar buiten, naar een verte vol verhalen. Mieters vindt Geert het als zijn vader vertelt. Hij schurkt dicht tegen hem aan. “He pa, vertel nog eens over het ontsnapte land”.

Onwillekeurig denkt Geert aan de vakantie die voorbij is. Oei, wat had hij spannende tochten gemaakt met De Kleine Olifant. Op zoek naar het ontsnapte land. Wat was dat fijn geweest!

Geert voelt de ruwe stof van vaders boezeroen. Pa kan mooi vertellen. Maar als zijn blik afdwaalt naar buiten, naar het nieuwe Schiedam dat in de plaats gekomen is van de oude zeilmakerijen, bah, wat lelijk is dat dan!

Zat hij maar weer op De Kleine Olifant. Het was een onooglijk bootje, maar zo lelijk als het was, zo dapper kliefde het de golven. Geert had ermee gevaren op meren en plassen, sloten en kanalen, dwars door steden en dorpen in het Hollandse land. Achter het heuse stuurwiel voelde hij zich de koning te rijk. Hylke en zijn Kameleon waren er niets bij.

Kon het altijd maar zo blijven.

Wie had kunnen raden dat kleine Geert een beroemd schrijver zou worden. Dat hij het boekenweekessay zou schrijven over ‘Het ontsnapte land’. Dat er zelfs van ‘Maktoerisme’ gesproken zou worden omdat honderden bewoners uit die lelijke nieuwe steden zijn avontuurlijke tochten gingen nadoen. Naar Jorwerd in het Hoge Noorden maar ook naar de Hollandse IJssel die Geert “gewoon razend lelijk en chaotisch” had genoemd.

Het essay over de boottocht door de Randstad laat zich lezen als een jongensboek. Een Kameleon-serie voor volwassenen. Het roept het onweerstaanbare verlangen op om ook met een bootje de Randstad te verkennen.

Nadeel is dat het essay dezelfde valse romantiek kent als een jongensboek. De weemoed over het plattelandsleven “dat gedoemd is op korte termijn te verdwijnen”. De weerzin tegen de “spekranden van flats” om de steden, en tegen de nieuwste wijken vanwege het “samengaan van modes met een ongekende massaliteit”.

Geert Mak is verre van dom, dus heeft hij oog voor het gevaar van oppervlakkigheid bij een “zoektocht naar oorspronkelijkheid in dit land van Blokkers en Hema’s”. Hij wraakt oude stadjes die worden opgepoetst tot “Disneyland”.

Maar hij heeft zich door zijn bootje in slaap laten wiegen. Zijn vaak rake observaties worden uiteindelijk overheerst door de toon van nostalgie. Mak vergelijkt het heden met de tijd van zijn vader. In “Het ontsnapte land” kijkt hij met de ogen van een oude beurtschipper naar de Randstad. Het is niet een poging om de merkwaardige verschijningsvorm van dit stuk land een nieuwe lezing te geven.

Voor stedenbouwers en architecten biedt het essay daardoor hoogstens een globaal idee hoe de door hen (en ontelbare andere krachten!) geschapen omgeving wordt geapprecieerd. Hoe een romanticus op een Kleine Olifant de Randstad ervaart. Hoe het verder moet valt ver buiten dat kader, al schept de nostalgie de gevaarlijke verleiding om terug te keren naar vroeger.

Oei, wat had hij spannende tochten gemaakt met De Kleine Olifant. Op zoek naar het ontsnapte land. Wat was dat fijn geweest!

Kon het maar altijd zo blijven.

Maar niets blijft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels