nieuws

Jo Coenen met het Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam (1988-1993)

bouwbreed

Het is een divers gezelschap dat in de zomer van 1998 zijn ontwerpen inlevert voor een nieuw architectuurmuseum in Rotterdam: Quist, Benthem/Crouwel, Coenen, Koolhaas, Henket (die de Zweed Erskine vervangt) en de Zwitser Snozzi. Rem Koolhaas is in alle commentaren de gedoodverfde favoriet, maar het is de jonge Heerlense architect Jo Coenen (1949) die via deze besloten prijsvraag een van de meest prestigieuze opdrachten in Nederland in deze eeuw verwerft.

Het werk van Jo Coenen loopt uiteen van de uitbreiding van een woning tot een stedenbouwkundig masterplan voor het KNSM-eiland in Amsterdam en het Sphinx-terrein in Maastricht. Hij realiseerde onder andere het stadskantoor van Delft (1986), de bibliotheek van Heerlen (1986), een collegegebouw in Maastricht (1991), woningbouw in Den Haag (1993) en een concertzaal in Tilburg (1996). “Het NAi is het moeilijkste project van dit decennium”, aldus Coenen.

Hij is opgeleid aan de TU Eindhoven, waar de studenten anders dan in Delft geen historische ballast aantreffen zoals de strijd tussen modernisme en Delftse School. Het opkomende postmodernisme en andere internationale ontwikkelingen worden gretig bestudeerd. Een ondogmatische houding is het gemeenschappelijke kenmerk van Jo Coenen, Koen van Velsen, Sjoerd Soeters, Rudy Uytenhaak en andere architecten van de enigszins kunstmatig gecreeerde ‘Eindhovense School’.

Het ontwerp van Coenen voor het Nederlands Architectuurinstituut is een goed voorbeeld van deze ondogmatische houding. Een drietal geheel verschillend vormgegeven bouwdelen zijn op virtuoze wijze samengevoegd: een banaanvormig archiefgedeelte, een hoog glazen kantoorgedeelte en een vierkant tentoonstellingsgebouw.

Het archief volgt de rooilijn van de drukke verkeersweg en heeft met zijn golfplaten bekleding een zakelijk uiterlijk. Het is op betonnen schijven geplaatst, waardoor een klassieke, voornaam ogende arcade is ontstaan waarin ’s avonds het spectaculaire lichtkunstwerk van Peter Struycken is te zien.

Het kantoorgedeelte heeft ook een klassiek vormelement in een modern jasje: een stalen pergola, het verlengde van de stalen draagconstructie die aan de buitenzijde is geplaatst, wel eens denigrerend het wasrekje genoemd. In de gevel van de onderbouw met entree en koffieshop is structural glazing toegepast.

Het tentoonstellingsgedeelte bestaat uit een vierkante betonnen zaal belicht door een glazen dak en bekleed met baksteen. Onverzoenlijke tegenstellingen als tussen high tech en classicisme en een veelheid aan thema’s en vormen worden door Coenen tot een vakkundig geheel samen gesmeed.

“Architectuur is zoeken. Voortdurend bijstellen, fijnslijpen, herformuleren en ontwikkelen. Alle meningen moeten op elkaar botsen. Tenslotte volgt daaruit vanzelf de juiste richting voor een specifiek ontwerp”, verklaart Coenen zijn werkwijze.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels