nieuws

HBG doktert er dapper op los

bouwbreed

Hollandsche Beton Groep (HBG) de bedrijvendokter, dat is misschien de beste omschrijving voor deze aannemer. Het bouwconcern nam twee buitenlandse bouwbedrijven over. Het hele jaar 1997 ging op aan integratie van deze twee ondernemingen. Een bijkomend probleem voor de Rijswijkers is, dat ze niet echt kerngezond zijn. ‘Dokter’ Jan Veraart, de nieuwe voorzitter raad van bestuur, hield vaak spreekuur.

Analyse

Het Rijswijkse bouwconcern is met vallen en opstaan bezig om drie Europese thuismarkten op te bouwen. Nederland heeft over de hele breedte uitstekend gepresteerd. De goede economie heeft zijn uitwerking niet gemist. Het is slechts wachten op een nieuwe landenstructuur. Het wrange is dat door de buitenlandse aankopen er geen versterking in zit voor de te kleine E/WTK-groep (HMI). Dit onderdeel hangt er nu zo’n beetje bij, terwijl concurrenten zich juist in dat segment versterken. In kantoren van de toekomst is beton en staal steeds onbelangrijker en neemt de E- en WTK-component steeds verder toe.

In Engeland en Duitsland is nog een lange weg te gaan. Ter versterking van deze twee landen werden eind 1996 twee bedrijven overgenomen, te weten Higgs en Hill (UK) en Wayss en Freytag (D). Door deze aankopen, het kostte HBG f. 330 miljoen, vloog de omzet richting de f. 10 miljard, maar het resultaat bleef steken.

Begin 1997 werden alle utiliteitsbouwbedrijven in Engeland – GA, Kyle Stewart en Higgs en Hill – ondergebracht in HBG Construction. Infrabouwer Edmund Nuttall bleef buiten deze constructie. De bedrijven hebben een geschatte omzet van circa f. 2 miljard. Net als concurrent Ballast Wiltshier is het sappelen voor HBG-aannemers. De vraag is of er winst wordt gemaakt. De UK-markt staat er niet al te best voor.

Duitsland – 34 procent van de omzet – is een drama. De aankoop van Wayss en Freytag (W en F) vond plaats onder een zeer slecht gesternte. Het argument in die dagen was dat “het bedrijf daardoor goedkoop” was. Eind vorige week sprak concurrent Koninklijke Volker Wessels Stevin de verwachting uit dat in het volgende millennium de Duitse bouw zich pas herstelt. Helaas voor HBG realiseert dochter W en F ongeveer 70 procent van de omzet in Duitsland. De raad van bestuur heeft in 1997 erg veel aandacht besteed aan de nieuwe Duitse loot. Het resultaat van deze inspanning is vooralsnog onduidelijk. Het achterliggende jaar heeft het Rijswijkse concern geen verkopen gemeld van W en F-dochters, terwijl dat onderdeel was van de gezondmaking. Alle bedrijven die bouwproducten leveren, moeten eruit.

Maar hoe wordt dan de winst in 1997 op peil gehouden? Een belangrijke bron van inkomsten is verkoop van bedrijfsactiviteiten. Dit is na bouw en ingenieursdiensten (Tebodin) een derde kernactiviteit te noemen. HBG stuurt de winst al geruime tijd richting de f. 110/ – 113 miljoen. De afbouw van het 50-procentsbelang in Nem naar 20 procent en de verkoop van Sedneth, offshore-activiteiten, moeten genoeg geld hebben opgeleverd om samen met de belangrijke baggerinkomsten, Tebodin en Nederland, weer in de buurt uit te komen van de f. 113 miljoen. Echter, dat is te weinig, want de nettomarge moet 2,5 procent zijn. Op f. 10 miljard moet het resultaat f. 250 miljoen zijn.

De door Wayss en Freytag gebouwde telecommunicatietoren in Kuala Lumpur.

Schurmann richt 700 miljoen mark schade aan

Terwijl het Schurmanngebouw in Bonn weer krampachtig uit zijn ruines herrijst, levert de advocatuur fel slag over de onbetaalde rekeningen. Het Hooggerechtshof heeft voor de catastrofale overstroming van de bouwput de Duitse regering verantwoordelijk gesteld. Die op haar beurt probeert de claims door te schuiven naar hoofdaannemer de Hollandsche Beton Groep (HBG).

“Een belangrijk strijdpunt is, of ook de winstverwachting van de onderaannemers vergoed moet worden”, zegt de Bonner advocaat Torsten Arp. Hij is een van de juristen die verwacht nog jarenlang handenvol werk te hebben aan de schade-afwikkeling van het Schurmanngebouw. “Ik ben bezig met een half dozijn zaken en reken toch wel een schadevergoeding van zeker dertig miljoen gulden te kunnen binnenhalen. De totale schade is te ramen op 600 tot 700 miljoen mark.”

De Duitse regering heeft als opdrachtgever direct na de overstroming in 1995 alle bouwopdrachten ingetrokken die betrekking hadden op het Schurmanngebouw. Vast staat inmiddels dat alle geleverde prestaties betaald moeten worden. Ook erkent de rechter rekeningen voor schade door gedwongen stilstand. Advocaat Torsten gaat samen met een groepje collega’s nog een stap verder en probeert bovenop de directe schade ook de te verwachten winst vergoed te krijgen.

Slepen

“Als iedereen het onderste uit de kan wil, blijft de affaire van het Schurmanngebouw zich nog tot ver na de eeuwwisseling voortslepen”, verzekert Torsten Arp. “Dikwijls speelt het hof de zaak weer terug naar een lagere rechter, moet advies worden ingewonnen of volgt bemiddeling. Uiterst interessant is bijvoorbeeld de kwestie van de gevelbouwer. Tegenwoordig is het niet meer nodig om zo’n gevel ter plekke te maken, hetgeen bij het Schurmanngebouw dan ook niet gebeurde. Na de overstroming had de bondsregering niet meer zo’n behoefte aan de oude gevel. Daarmee wordt zo’n fascade van de ene op de andere dag een hoop afval. De bondsregering eist van de gevelbouwer een schadevergoeding van zes miljoen DM. De bouwer van de gevel ziet geen enkele reden om te betalen en wil daarentegen tien miljoen schadevergoeding van de regering. Toch mooi een verschil van zestien miljoen DM”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels