nieuws

Gijzelnemers jagen Slowaakse aannemers uit vroegere Sovjet-Unie

bouwbreed

Met honderdduizenden Amerikaanse dollars moesten enkele Slowaakse aannemers onlangs personeel uit twee voormalige Sovjetrepublieken vrijkopen. In Tsjetsjenie hielden gijzelnemers vier bouwvakkers vast en in Ingoestan acht. Een van hen bleef negen maanden in gijzeling. Als gevolg daarvan neemt de belangstelling van Slowaakse aannemers om in de voormalige Sovjet-Unie te werken volgens prof. ir. Karol Kaldarar flink af. De directeur buitenlandse betrekkingen van het Slowaakse aannemersverbond ZSPS uit Bratislava rekent voor dat in 1996 nog 8000 Slowaakse bouwvakkers in deze regio werkten.

In Kaldarars visie weegt ‘het buitenland’ zoals Duitsland zwaar. Aanvankelijk konden daar jaarlijks zo’n 3000 Slowaakse bouwvakkers terecht. Mede door de hoge werkloosheid in de bouw halveerde dat aantal. Dit jaar kunnen hooguit 800 Slowaakse bouwvakkers naar Duitsland. Kaldarar: “Reeds tijdens het voormalige regime behaalden de (Tsjecho-)Slowaakse bouwbedrijven pakweg 10 procent van hun omzet op de buitenlandse markt. De huidige omzet bedraagt ruim f. 4,2 miljard, waarvan f. 0,42 miljard uit export. Het bedrag neemt van jaar tot jaar af omdat ook andere landen met werkloosheid in de bouw kampen. Ook Tsjechie schermt geleidelijk aan de markt af voor Slowaakse aannemers.” Slowakije telt nu 148.000 bouwvakkers die 75 procent produceren van wat eerder 300.000 bouwvakkers tot stand brachten.

Kaldarar verwacht dat het aantal buitenlandse activiteiten fors kan toenemen zodra het land toetreedt tot de EU. Of dat ooit gebeurt is voor hem geen vraag meer. “De discussie blijft beperkt tot ‘wanneer’. De economische vooruitzichten zijn niet slecht. De kans op aansluiting zal de regering ertoe brengen ‘Brussel’ op velerlei gebied tegemoet te komen. Daar zit ook enige haast achter. Tsjechie zou zich binnen afzienbare tijd lidstaat mogen noemen.” In dat geval verandert de huidige, meer symbolische dan reele, grens tussen beide landen in een zichtbaarder Europese buitengrens. Politiek gezien mogen Tsjechie en Slowakije los van elkaar staan; economisch bleven de banden bestaan. Zo hangt volgens Kaldarar een niet onaanzienlijk deel van de Tsjechische bouw af van Slowaakse toeleveringen van bijvoorbeeld cement. Andersom werken nogal wat Slowaken in Tsjechische bedrijven. De splitsing van het vroegere Tsjecho-Slowakije was politiek en niet economisch bepaald. Zo nu en dan gaan er stemmen op om de deling weer ongedaan te maken.

“De toestand van de Slowaakse bouw stemt niet echt tot tevredenheid”, zegt Kaldarar. “Weliswaar boekte de bedrijfstak in 1997 een redelijke omzet. Het geld om op grotere schaal aan de slag te gaan ontbreekt evenwel. De prijzen namen met 119 procent toe. De productiviteit van werken steeg met 9 procent. Dat zijn goede cijfers. Temeer omdat een bouwvakker drie anderen aan het werk houdt.” Slowakije bouwt momenteel vooral wegen en energiecentrales. Bij het laatste gaat het bijvoorbeeld om de afbouw van een kerncentrale. Slowakije is geen uitgesproken voorstander van atoomenergie maar vindt dat afzien van de oplevering een te grote kapitaalsvernietiging veroorzaakt. De centrale zorgt er verder voor dat het land zichzelf van voldoende energie kan voorzien. Onder meer de cementindustrie vraagt uitermate veel energie, zij het minder dan voorheen. Per hoofd van de bevolking produceerden de fabrieken vijf jaar geleden ruim 4 miljoen ton cement. De huidige productie beloopt zo’n 3 miljoen ton.

Scheef

Macro-economisch gezien boert Slowakije niet slecht. “De banken steunen echter te weinig de nationale economie”, meent Kaldarar. “Te denken valt aan de ontwikkeling van verschillende hypotheekvormen. Het is aan de banken om voldoende kapitaal beschikbaar te stellen voor investeringen. ’s Lands inflatie beloopt 6 procent met aan beide kanten een marge van 0,2 tot 0,3 procent. De banken vragen echter minimaal 20 procent rente op hun leningen. Het gaat te ver om dat misdadig te noemen maar onlogisch is het wel. Daarbij maakt het mensen wantrouwend en wekt de indruk dat er ondanks de lovende berichten toch iets scheef zit in de economie. De banken bouwen overal in het land hun paleizen. De aannemerij profiteert daar natuurlijk van maar het was beter wanneer de middelen de algemene economie ten goede kwamen.”

Teveel geld ging volgens Kaldarar inmiddels ook op aan infrastructuur als autosnelwegen. “Op zich geen slechte keuze maar het mag er niet toe leiden dat er niets overblijft voor andere sectoren als de woningbouw. En dat is nu het geval.”

In de afgelopen drie tot vier jaar bleef de productie beperkt tot hooguit 7000 woningen. Voordien bedroeg de productie om en nabij 58.000. Slowakije blijft daarmee volgens Kaldarar onder de ‘norm van Maastricht’. “Die gaat uit van 450 woningen per 1000 inwoners. Op papier biedt Slowakije 307 woningen per 1000 inwoners. In werkelijkheid ligt het aantal beduidend lager. Willen we de huidige standaard behouden dan moeten er jaarlijks minstens 20.000 woningen bij komen. Komen die er niet dan ontstaat er een aanzienlijk huisvestings- en dus politiek probleem.”

Met eigen geld kunnen mensen geen woning kopen omdat de lonen erg laag zijn. Verder ontbreekt het aan een goed hypotheeksysteem. Daar komt bij dat het stelsel van sociale huisvesting nog niet goed is geregeld. De woningvoorraad is relatief jong maar kampt al wel met dringende problemen. Te denken valt aan een ontoereikende warmte-isolatie terwijl het geboden woonoppervlak naar de huidige normen te klein is. Daar een oplossing voor vinden vergt inventiviteit en daarvoor ontbreekt vooralsnog de basis. Bijvoorbeeld omdat de bijbehorende wet- en regelgeving niet op orde is. Renovatie tot West-Europese standaard vergt per woning een investering van f. 3390 tot f. 5650. De bewoners kunnen dat niet bekostigen. Het gemiddelde maandinkomen bedraagt f. 565, wat lager is dan de gemiddelde inkomens in Tsjechie, Hongarije en Polen.

Kwaliteit blijft achter

De gang van zaken in Nederland toont volgens Kaldarar aan dat het mogelijk is om in korte tijd kwalitatief acceptabele woningen te bouwen. Milieubederf treedt daarbij nauwelijks op. Goede materialen zijn maar een deel van het totaal. De waarde ervan komt tot uiting door een vakkundige verwerking. Kaldarar: “De materialen die in Slowakije worden gebruikt blijven in kwaliteit achter. Het is in de bouw nog niet helemaal doorgedrongen dat de kwaliteit van de materialen en de verwerking de kwaliteit van het gebouwde bepalen. Als dat inzicht ontbreekt is er ook geen basis voor innovatie. Het zal lang duren voordat de Slowaakse bouw op dezelfde wijze werkt als de Nederlandse.”

Die omslag kan in samenwerking met Nederlandse aannemers gebeuren. Bijvoorbeeld in de vorm van uitgewisselde kennis en technologie of van ene gezamenlijk bedrijf. De hoogte van het gemiddelde inkomen wekt niet de indruk dat er direct op grote schaal kan worden verkocht. Het schept wel mogelijkheden om bijvoorbeeld ingenieurswerk en productie uit te besteden. “De huidige wetgeving werpt nog steeds hindernissen op maar maakt wederzijdse activiteiten niet onmogelijk”, relativeert Kaldarar. “Slowakije staat evenwel een volledig Nederlands bedrijf toe. Sinds 1 januari van dit jaar is de Slowaakse munt vrij inwisselbaar tegen harde valuta. De Slowaakse kroon steeg in de afgelopen jaren 10 tot 12 procent in waarde en staat nu gelijk aan de Tsjechische kroon. Een zwakkere Tsjechische munt benadeelt de Slowaakse economie omdat die voor ene niet onaanzienlijk deel afhangt van Tsjechie.”

Buitenlandse investeringen

Oostenrijkse bedrijven investeren het meest in Slowakije. Daarna volgen Duitsers en Amerikanen. De laatsten namen met toestemming van de regering de gehele Slowaakse tabaksindustrie over en kregen daarmee het monopolie. De Amerikanen kwamen in 1993, het eerste jaar van de Slowaakse onafhankelijkheid. De overheid zat dringend om buitenlands kapitaal verlegen en koos noodgedwongen uit twee kwaden de beste.

Momenteel investeerden buitenlandse ondernemingen om en nabij f. 2,2 miljard in het land.

Slowaakse bouw

De ledenlijst van de Zvaz Stavebnych Podnikatelov Slovenska (ZSPS) telt zo’n 500 bouwbedrijven, onderzoeksinstellingen, fabrikanten en raadgevende bureaus. De omzet die de leden met elkaar boeken beloopt zo’n 70 procent van de totale Slowaakse bouw. De organisatie behartigt de belangen van de bouw bij de regering en bij de bonden. De ZSPS is verder aangesloten bij de werkgeversinstanties en voert overleg met de bonden en de regering. De ZSPS-president spreekt namens de werkgevers met de eerste minister en de bonden. Deze tripartite beoordeelt wet en regel voordat die naar het parlement gaan. Slowakije is volledig lid van de FIEC; Tsjechie is geassocieerd lid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels