nieuws

SVB overwint tekort leerlingbouwplaatsen

bouwbreed

De bouw trekt meer tijd uit om aankomende bouwvakkers te scholen op een leerlingbouwplaats. Vorig jaar moesten er volgens de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf 16.000 ‘leerlingbouwplaatsweken’ komen. Dit getal is overschreden. Dat de planning dit jaar ruimschoots is gelukt, komt vooral doordat de SVB de contacten met het bedrijfsleven heeft aangehaald.

Het aantal leerbedrijven is toegenomen en de belangstelling van bouwvakkers om leermeester te worden, is groot.

Dit zegt W. Turpijn, directeur van de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (SVB). In 1996 plande de SVB 21.000 leerlingbouwplaatsweken. Aan het eind van het jaar bleek de planning niet gehaald: er kwamen slechts 13.788 leerlingbouwplaatsweken.

Voor de SVB was 1997 ook in andere opzichten een roerig jaar. Door het van kracht worden van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), veranderde de functie van de SVB. Dit vereiste veel aanpassingen binnen het bedrijf. Zo is het niet langer de taak van de SVB om leerlingen te begeleiden.

Het wordt overgelaten aan Regionale Opleidingscentra en leerbedrijven. De SVB daarentegen ziet er op toe dat examens en tentamens zwaar genoeg zijn, controleert of bedrijven die leerlingen opleiden (leerbedrijven) aan de kwaliteitseisen voldoen, en houdt toezicht op het beroepsonderwijs in de praktijk.

Turpijn kijkt tevreden terug op het afgelopen jaar want de leerlingbouwplaats zit in de lift. De organisatorische perikelen zijn op een oor na gevild.

Te weinig geld

“Een leerlingbouwplaats is een fantastische manier van opleiden”, aldus Turpijn. Voor de vuist weg geeft hij een opsomming van de voordelen. “Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de praktijk zijn opgeleid, langer in de bouw blijven werken. Bovendien is bewezen dat een leerlingbouwplaats betere resultaten geeft dan andere opleidingen. Die jongens zitten met leeftijdgenoten in een team en dat is een enorme stimulans voor ze.”

Turpijn mag dan tevreden zijn over de resultaten die op leerlingbouwplaatsen worden bereikt en het aantal leerlingprojecten mag dan bemoedigend zijn, desondanks moet er nog heel wat gebeuren. “Soms komen projecten niet van de grond omdat er geen geld is”, verzucht Turpijn. “Er zouden bijvoorbeeld heel wat jongeren werkervaring kunnen opdoen bij de Stelling van Amsterdam. Je zou ze daar heel goed kunnen opleiden voor restauratiewerk, maar er zijn nog onvoldoende fondsen.”

“Op dit moment zijn er alleen projecten gaande voor bijzondere doelgroepen, terwijl de Stelling zich er goed voor leent om ook andere projecten op poten te zetten.”

Niet alleen het aantal leerlingbouwplaatsen moet worden uitgebreid, maar er moeten ook meer leermeesters komen. Turpijn: “Er is veel interesse voor het leermeesterschap. De aanmeldingen stromen binnen. Op termijn willen we ook leermeesters aantrekken in andere vakgebieden van de bouw bijvoorbeeld bij architectenbureaus.”

Interne veranderingen

De uitvoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs leidde tot een andere interne organisatie van de SVB. Zo was voor het van kracht worden van de WEB leerling, begeleiding de voornaamste taak van de 35 SVB-consulenten.

Nu de WEB van kracht is, bestaat SVB-consulent niet meer, maar heet hij opleidingsadviseur. Zijn taak is onder meer contacten te onderhouden met opleidingsbedrijven en samenwerkingsverbanden en toezien op de kwaliteit van het onderwijs en de examens.

Turpijn: “De meesten zijn gemakkelijk overgegaan naar de nieuwe situatie, maar er zijn ook mensen die er geen zin in hadden en iets anders hebben gevonden. Een van onze voormalige consulenten is bijvoorbeeld adjunct-directeur geworden van een samenwerkingsverband.”

“Ik ben daar niet boos over. Integendeel; ik juich het toe want we hebben een nauwe relatie met de 56 samenwerkingsverbanden die over het land verspreid zitten. Een oud-medewerker van ons op zo’n plaats staat garant voor goede samenwerking. Hij kent onze organisatie en weet waar we voor staan.”

Ondanks de goede relatie met de samenwerkingsverbanden kwam er juist uit die hoek kritiek op de SVB. Begin januari zei Harry Verhoeven, directeur van het samenwerkingsverband te Eindhoven, in Cobouw dat de taken van de SVB moeten worden teruggebracht tot het ontwikkelingen van onderwijsmateriaal en het houden van toezicht op examens. Bijna alle overige taken moeten, aldus Verhoeven, worden gedelegeerd naar de samenwerkingsverbanden.

Turpijn: “De SVB is een van de spelers op het veld en zeker geen dictator. We zijn dan ook bereid om onze organisatie aan te passen in overleg met de andere betrokkenen, maar wat we niet zullen doen, is wettelijke taken overdragen aan anderen. Dat kan niet en bovendien, dat mag ook niet.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels