nieuws

Over megaprojecten wordt te eng gedacht

bouwbreed

Of de minister het nu leuk vindt of niet, de economische ontwikkeling zal zich blijven afspelen rond de Europese corridors. Wat dat betreft zijn die beleidsresistent. Daarnaast is een andere manier van denken rond de megaprojecten nodig.

Deze prikkelende stellingen poneerde de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, prof. Ad Geelhoed, tijdens een symposium ‘Infrastructuur afgestemd op megaprojecten’ aan de Technische Universiteit Twenthe. Daarmee stelt hij zich dan wel lijnrecht op tegenover minister De Boer die niets wil weten van de corridorgedachte, maar vasthoudt aan de stedelijke knooppunten.

Geelhoed wees in dit verband op de ontwikkelingen die gaande zijn langs de achterlandverbindingen A1, A2, A12, waar al sinds jaar en dag de economische activiteiten een plaats vinden. Hij erkende dat er uiteraard conflicterende belangen zijn, zowel op rijksniveau als bij de andere bestuurslagen. “Zo wil Den Haag terecht kantoren in het binnenstedelijk gebied. De randgemeenten (Voorburg, Leidschendam, Rijswijk) zetten nerveus gesneden kantoorpanden langs de snelweg.”

Beperkte politiek

Maar ook ministeries, zo vertelde hij, hebben ieder hun eigen toekomstbeeld dat niet altijd strookt. Zo wil het ministerie van Economische Zaken langs die corridors ruimte reserveren voor economische activiteiten, waar het ministerie van VROM juist tegen is. “Maar”, zo troostte hij zijn gehoor, “corridors zijn beleidsresistent.” Daarmee gaf de topadviseur van premier Kok aan dat andere krachten dan politieke bepalen waar ontwikkelingen plaatsvinden.

Dat hij het daarmee eens is bleek wel uit zijn opvatting dat “het niet de vraag is hoe je ruimte in Nederland verdeelt, maar hoe je de ontwikkelingen accommodeert.”

Geen speeltje

Wat hem betreft moet het denken over grote infrastructuurprojecten om. “Het is riskant om grote projecten te zien als iets waar het land voor overhoop wordt gehaald. Het moet worden gezien als de oplossing van problemen. Zo is de discussie rond de Betuwelijn verontreinigd doordat die werd gezien als speeltje van Rotterdam. Het is echter reservecapaciteit voor de mainport en als zodanig een strategische beslissing.”

Hij ziet in de manier waarop in Nederland wordt gediscussieerd over grote projecten ook een groot gevaar. Daardoor wordt er over elke kilometer driftig gepraat en gezocht naar compromissen die extra duur uitvallen. “Een compromis per vierkante kilometer is buitengewoon moeilijk houdbaar”, zo zei hij.

Veel beter is het in zijn visie om te kijken naar compensatiemogelijkheden voor verloren gaande waarden. “Het is onmogelijk om op dezelfde plek alles te bewaren wat er was. Zo vertelde de directeur van een natuurorganisatie mij dat het in de discussie rond de Betuwelijn veel beter zou zijn geweest als de meerkosten (zo’n f. 4 miljard) was gestopt in het aankopen van natuurterreinen elders dan te proberen de natuur zo goed mogelijk te sparen rond de infrastructuur”, aldus Geelhoed.

Centrale sturing

In dit verband moet de ruimtelijke planning in ons land ook maar eens op de schop. “We hebben nu in feite maar een instrument, het bestemmingsplan. Als je dan weet dat het meeste dan nog volgens de zogenoemde artikel 19-procedure gaat, dan is dat een verkeerd instrument.” Veel meer ziet hij in een tweedeling in de planologie: beschermingsplanning, conserveren wat we echt willen bewaren, en ontwikkelingsplanning.

Tegelijkertijd bepleit hij daarbij een sterkere centrale sturing van megaprojecten. “Wij kunnen het ons niet veroorloven grote projecten over te laten aan toevallige uitkomsten van overleg tussen verschillende overheden. De regisserende en arbitrerende functie is niet goed gedefinieerd. We moeten toe naar rijksprojectensturing. Dat is niet alleen een kwestie van snelheid, een argument dat nu meestal wordt gebruikt, maar ook van prioriteiten stellen”, aldus Geelhoed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels