nieuws

Kijken in de glazen bol van 2030

bouwbreed

We zitten er warmpjes bij in 2030, maar hoe precies, is koffiedik kijken. Huist iedereen in een twee-onder-een-kap-woning en is het Groene Hart volgebouwd? Welke gebouwen staan er nog? Het Binnenhof in ieder geval, maar verder … Het ministerie van VROM loert al enige tijd in deze glazen bol van de toekomst, en gisteren presenteerde de Rijks Planologische Dienst de discussienota ‘Nederland 2030’ aan de Tweede Kamer.

Even voor de vuist weg filosoferend: In Nederland wonen in 2030 zeventien miljoen mensen. Die willen steeds meer ruimte in en om huis en een flexibele woning die zij makkelijk anders kunnen indelen. Bovendien moet dat huis uniek zijn en de levensstijl van de bewoners uitstralen. We rijden in elektrische autootjes en hebben meer vrije tijd. Thuiswerken is heel gewoon en het Internet is de manier om boodschappen te doen.

Dikke oranje rapporten en vele rondetafelgesprekken uit de koker van VROM vermochten tot nu toe niet duidelijk te maken hoe het in 2030 zal zijn. Dat is logisch, want niemand kan in de toekomst kijken. En de animo om dat toch te proberen is dan ook niet zo groot.

In de discussienota ‘Nederland 2030′ schetst de Rijks Planologische Dienst wel een beeld. Gisteren hoorden de Tweede Kamerleden aan hoe de RPD het allemaal ziet. Maar Kamerleden kijken maximaal vier jaar vooruit. Diverse deelnemers aan de rondetafelgesprekken lieten in de wandelgangen al weten dat het eigenlijk allemaal onzin is: “Ze hebben nu hun zaakjes niet eens voor elkaar.” Tijdens de gesprekken bleek het moeilijk het heden los te laten. De meeste deelnemers bleven zo’n beetje bij hun stokpaardje en trokken dat hooguit een paar jaar verder. Volgende week staat het laatste rondetafelgesprek gepland en op 18 maart een afsluitend congres.

Lelijk eendje

Toch zijn er wel degelijk een paar trends te signaleren die de komende decennia een rol spelen. Omdat de economie zich gunstig ontwikkelt, hebben veel mensen het dubbele te besteden van nu. “Een deel van dat geld zal gestoken worden in wonen. En laten we ons geen illusies maken. Mensen met geld kun je niet dwingen in een lelijk eendje te rijden, ook al rijdt dat nog zo zuinig. Het is belangrijk op een rij te hebben hoe de inwoners van Nederland dan willen wonen. Dat is een veel belangrijker uitgangspunt dan te kijken naar de huidige woningvoorraad”, vindt staatssecretaris Tommel van VROM. “We voelen ons nu heel veilig met een afgemeten ruimtelijk ordeningsinstrumentarium, maar dat zal over dertig jaar echt niet meer werken.”

Veel geld stoppen in het opknappen van wijken en flats uit de jaren zestig lijkt in dit perspectief dan ook onzin. Die wijken krijgen het heel moeilijk en zullen voor een groot deel tegen de vlakte gaan. Datzelfde lot dreigt voor eenvormige ‘rijtjeshuizen’. Alleen stukjes Nederland met een heel eigen identiteit zullen het redden. De historische kernen van steden en dorpen blijven.

Statussymbool

“Huizen worden steeds meer gezien als statussymbool. Zoiets als de auto vroeger had. De keus van je huis is afhankelijk van je levensstijl. Een woning moet uniek zijn en een eigen karakter hebben”, voorspelt Tommel.

Dat mensen steeds meer de stad uittrekken, is met geen overheidsmaatregel tegen te houden. “Maar dan is die stad blijkbaar niet aantrekkelijk en dus is het interessanter om te kijken naar hoe die delen van de stad weer wel aantrekkelijk zijn om te wonen. Let wel, je hoort mij zeggen die delen, niet die huizen.”

De standaard rijtjeshuizen stralen geen ‘lifestyle’ uit, en voldoen over dertig jaar niet meer aan onze eisen. Unieke huizen met karakter zullen de straten vullen. Het huis is statussymbool geworden. Tekening: Nederland 2030 discussienota

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels