nieuws

Aanpassing studieprogramma moet ‘solisten’ weren van bouwplaats

bouwbreed

Wie niet in een team kan werken is ongeschikt voor de bouw. Daarom moet in het onderwijs veel aandacht worden besteed aan communicatieve vaardigheden. Verder moeten de kennis en de vaardigheden die studenten opdoen bijzonder goed aansluiten op de praktijk. Kennis verwerven omwille van de kennis, zonder dat een en ander in de praktijk kan worden gebracht, is zinloos.

Het studieprogramma moet daarom zo zijn opgebouwd dat de studenten niet met kennis worden opgezadeld die ze niet kunnen gebruiken. Om dit te bereiken gebruikt de hogeschool nieuwe onderwijsmethoden. Zo wordt het gebruik van de computer in het onderwijs niet geschuwd en worden docenten bijgeschoold zodat ze met nieuwe onderwijstechnieken kunnen werken.

Dit zei A. Koopman, hoofd van de opleiding bouwkunde van het Instituut Bouwkunde en Civiele Techniek van de Hogeschool Enschede. Koopman sprak op het symposium ‘Opleiding voor de bouw’, dat werd gehouden tijdens de Bouw Expo ’98 te Hengelo.

Veel studenten bouwkunde hebben tijdens het eerste jaar van hun studie nog niet of nauwelijks een beeld van de bouw en dit kan nadelig werken voor hun loopbaan, aldus Koopman. Dit geldt vooral voor studenten die na een middelbare schoolopleiding bouwkunde gaan studeren. Eerstejaars die een mts-opleiding achter de rug hebben weten beter waar ze aan toe zijn. De hogeschool geeft tijdens het eerste jaar extra aandacht aan studenten die de bouw niet kennen.

Th. van der Velde, landelijk projectleider van de duale MKB-leerroute, zei veel te verwachten van langdurige stageperiodes. Momenteel experimenteren hogescholen en het midden- en kleinbedrijf met een opleiding waarbij studenten eerst twee jaar colleges volgen en daarna drie jaar stage lopen. Tijdens de eerste twee jaar van de opleiding wordt onder meer aandacht besteed aan de sociale vaardigheden van de student.

De bedoeling is dat de student in het derde jaar in overleg met het stagebedrijf een studieprogramma samenstelt en dit ter goedkeuring voorlegt aan de examencommissie van de hogeschool. Vervolgens bepaalt de examencommissie welke begeleiding de student krijgt. De bedoeling van dit systeem is dat kennis en vaardigheden van de student na afronding van de opleiding zeer goed aansluiten bij de behoeften van het midden en kleinbedrijf.

J. Heerze, Hoofd bedrijfsopleidingen van de Hogeschool Enschede, signaleerde dat bouwbedrijven pas bereid zijn om te investeren in opleidingen als dit op korte termijn rendement oplevert. Hij benadrukte dat aannemers sneller geneigd zijn om nieuwe apparatuur aan te schaffen dan om hun personeel te laten scholen. Deze ontwikkeling is op den duur nadelig voor de bouw omdat er op vrijwel alle niveaus behoefte bestaat aan personeel dat van vele markten thuis is, aldus Heerze.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels