nieuws

Waterbeheer heeft gewoon ruimte nodig

bouwbreed Premium

arnhem – Het Deltaplan Grote Rivieren staat door de wateroverlast van dit najaar opnieuw in de schijnwerpers. Door het op ‘deltahoogte’ brengen van de rivierdijken, moet de wateroverlast worden beperkt. Maar ook in de stroomgebieden van de rivieren, op de hogere zandgronden worden maatregelen getroffen om de wateroverlast in te dammen. Beken krijgen meer ruimte, zodat de piek in waterafvoer wordt gespreid.

“De rivier zit ons in de weg als hij doet wat hij moet doen, namelijk water afvoeren. Zegt dat nu iets over het water, of over de plaats waar wij bouwen?”, redeneert Harro Pruijssen, medewerker inrichting van de Dienst Landelijk Gebied (VROM) in Arnhem. “Het is een teken aan de wand dat in het rivierengebied voornamelijk nieuwbouwwijken last hebben van hoog water, terwijl oude kernen vaak droog blijven.”

Vroeger werd vaak op natuurlijke verhogingen in het landschap gebouwd. Nieuwbouwwijken kwamen tegen de bestaande kern aan en zijn dus vaak lager gelegen. Volgens Pruijssen moet er bij het kiezen van bouwlocaties veel meer gekeken worden naar de hydrologische geschiktheid van het gebied. “We moeten niet denken dat we alles met technische maatregelen op kunnen lossen. Je kan niet eeuwig de dijken verhogen. Waterbeheer heeft gewoon ruimte nodig.”

Lange tijd was het waterbeheer in Nederland erop gericht om zo snel mogelijk het water af te voeren. “Nederland is grotendeels ontgonnen, ten behoeve van agrarisch gebruik”, zegt eco-hydroloog Kees Buddingh, eveneens werkzaam bij de Dienst Landelijk Gebied. “Er zijn diepe sloten aangelegd die het water snel afvoeren, maar dat betekent ook dat het grondwater wordt afgevoerd in situaties waarin je dat niet wilt.”

Door nu beken en sloten meer ruimte in de breedte te geven en ondieper te maken, wordt het water pas afgevoerd als dat nodig is. Ook de grondwaterstand blijft op peil, om verdroging te voorkomen. Bovendien ontstaat er ruimte voor natuurontwikkeling. “Zo kunnen we van de nood een deugd maken”, aldus Buddingh.

Stroomversnelling

De omslag naar integraal waterbeheer is niet iets van de laatste jaren. “Die ontwikkeling is gelijk op gegaan met de groeiende aandacht voor natuur en milieu'”, zegt de eco-hydroloog. “Met het hoogwater van 1993 en 1995 is het echter wel in een stroomversnelling gekomen. Er zijn nu steeds meer concrete plannen.”

Een goed voorbeeld daarvan is het beekherstel van de Vragenderbeek. Die zorgde in de bebouwde kom van Lichtenvoorde nogal eens voor wateroverlast. Door de pieken van waterafvoer te spreiden, kan de overlast worden voorkomen. Die spreiding, ofwel het langer vasthouden van water, begint al hogerop in het stroomgebied van de Vragenderbeek. Daar wordt bij een bepaalde hoeveelheid water een aantal kleine, achter elkaar gelegen duikerstuwen in werking gesteld. Bij een lage afvoer stroomt het water door een kleine opening in de stuw. Bij piekafvoeren stroomt het water over de stuw heen. Het water wordt dus wel afgevoerd, maar komt niet ineens met grote hoeveelheden door de bebouwde kom van Lichtenvoorde. “Zo wordt de bergingsruimte optimaal benut”, licht Buddingh toe.

In het project ‘Waternood’ is per type grondgebruik en per bodemtype het optimale grondwaterregime bepaald. Deze gegevens vormen de basis voor het toekomstig ontwerp van watergangen. Het rapport Waternood is onlangs aan minister Apotheker (LNV) en staatssecretaris De Vries (V en W) aangeboden.

Kwelwater

De Dienst Landelijk Gebied werkt bij de ontwikkeling en realisatie van projecten nauw samen met onder meer de waterschappen, Rijkswaterstaat en de provincie. Doordat de DLG zich bezig houdt met zowel inrichting als grondverwerving en beheer, is zij vaak bij het hele proces betrokken. Per project kan de doelstelling verschillen, maar soms is er ook sprake van een gecombineerde doelstelling. Zo gaan natuurontwikkeling en het voorkomen van calamiteiten vaak samen.

Een aantal projecten in de uiterwaarden heeft zo’n gecombineerde doelstelling. Zo wordt in de Goilberdingerwaard bij Culemborg de uiterwaard ontgraven. Door de ontgraving wordt niet alleen natuurontwikkeling gerealiseerd, maar krijgt ook de rivier meer ruimte. Afgraving kan echter ook gevolgen hebben voor de grondwaterstand van het binnendijkse gebied.

“Er wordt veel kleigrond afgegraven, maar kwetsbare plekken in de bodem die kwelwater makkelijk doorlaten, worden gecompenseerd door een extra kleilaag aan te brengen”, verklaart Buddingh. Woningen achter de dijk hebben nu al vaak te maken met kwelwater. Bij de uitvoering van de uiterwaardprojecten wordt altijd rekening gehouden met de effecten op de grondwaterstand en de kwel.

Grondmarkt

Toch blijkt bestaande woningbouw niet de grootste belemmering voor uitvoering van dergelijke projecten. “De klei die we uit de uiterwaarden halen, moet ergens naartoe”, zegt Pruijssen. “De uitvoerbaarheid van een project staat of valt met de vraag naar zand en klei. Er moet een afzetmarkt zijn. Om die reden werken wij nauw samen met de grondmarkt.” Zo kon in een van de uiterwaardprojecten klei worden geleverd aan een nabijgelegen steenfabriek.

Projecten die erop gericht zijn de hoogwaterstanden in de Rijn en de Maas te bestrijden, kunnen profiteren van een europese subsidie. De regeling Interregionale Rijn en Maas Activiteiten (IRMA), waarin voor Nederland zo’n 220 miljoen gulden is gereserveerd, geldt ook voor projecten op de hogere zandgronden, zoals het beekherstel. Voorwaarde voor de europese bijdrage is echter dat de projecten voor 2002 zijn uitgevoerd. Er is dus haast geboden.

Duikerstuwen in de Vragenderbeek spreiden de pieken van waterafvoer. Foto: Waterschap Rijn en IJssel

Reageer op dit artikel