nieuws

Overvloed aan funderingstechnieken levert grote hoeveelheden ongebruikt materieel op

bouwbreed

gouda – Honderd funderingsprojecten per jaar maakt HBW-dochter Nederhorst Grondtechniek, en steeds verschillen de maten en technieken. Daarvoor is veel materieel beschikbaar dat niet voor elk project geschikt zal zijn. Naar verhouding ligt er op de HBW-werf aan de Distelweg in Amsterdam-Noord veel stil.

Hoeveel wil adjunct-directeur A. Smits niet vertellen. “Als u dat gesprek nou met de concurrent voert, dan weten wij het ook meteen.” Maar dat er een kapitaal ligt aan schroef-, boor- en vibropalen, silo’s, pompen en aggregaten is wel duidelijk. “We proberen het tot een minimum te beperken, maar we moeten wel kunnen grijpen waar de klant om vraagt.”

Nederhorst beheerst ongeveer twintig paal- en specialistische funderingstechnieken, waarvan vibro-, schroef-, prefab, stalen buis en boorpalen en diep- en cementbentonietwanden – al dan niet met groutankers – en chemische injectie de belangrijkste zijn. Voor de paalfunderingen bezit het bedrijf twaalf kranen die elk alle paalsoorten kunnen verwerken. Vier daarvan zijn nieuw en funderen vier meter dieper dan voorheen. Vibropalen kunnen nu tot 42 meter diep worden geheid en schroefpalen komen tot 46 meter.

Een vibropaal behoort tot de groep geheide palen en is eenvoudig toe te passen. Er wordt een stalen buis de grond in geheid, waarin wapening wordt gehangen en beton gestort. Daarna wordt de buis weer getrokken. Het voordeel van deze methode ten opzichte van prefab palen is dat de lengte van de paal in het werk kan worden aangepast. “Bij een prefab paal zijn er drie mogelijkheden”, merkt Smits droog op. “Hij is te lang, te kort, of precies goed. Bij een vibropaal kun je vaststellen waar de dragende zandlaag zit en zo lang maak je de paal.”

Heien kan echter niet overal, vanwege geluidsoverlast en met name de trillingen. Een oplossing hiervoor bieden schroefpalen: op de werf vervaardigde stalen spiralen die de grond in worden geschroefd tot de vaste zandlaag. De spiralen zijn hol en bij het trekken ervan wordt door de holle kern beton gestort. Dit lijkt ideaal, maar heeft ook beperkingen.

Berg losse grond

Ten eerste staan de werknemers op de losse grond, die door de paal omhoog wordt gewerkt. Dat is wat ongemakkelijk werken. Ten tweede verliest de bodem een deel van haar spanning, waaraan de paal zijn draagvermogen ontleent. Een schroefpaal moet dus langer of dikker zijn dan een geheide paal, waarbij de mortel bovendien duurder is. Verder is wapening maar tot beperkte diepte mogelijk, omdat je het er achteraf in moet drukken. Ook hier boet de paal weer aan kracht in.

De oplossing is de buisschroefpaal. Deze bezit een as met extra grote diameter en een kleinere spoed. Dat boort lastiger, maar biedt wel de mogelijkheid er wapening in te hangen.

Een derde variant is de verbuisde schroefpaal. Want al levert een schroefpaal geen trillingen, hij ontspant toch de grond. De verbuisde schroefpaal doet dat niet. Hij bestaat uit een spiraal in een buis en die draaien tegen elkaar in. De grondspanning wordt zo minimaal aangetast.

Sluiten met klap

Dit is tevens het voor de omgeving meest rustige systeem om wanden te maken. Daarbij boort Nederhorst eerst vrijstaande palen op afstanden die net kleiner zijn dan de diameter van de boor. Daarin wordt beton gestort en als die is verhard, wordt de tussenliggende grond weggeboord. In die gaten wordt ook beton gestort, eventueel een wapening. Deze manier van wanden maken is alleen uitvoerbaar met de verbuisde schroefboor, omdat alle andere boren bij de tweede serie gaten van het beton af willen ketsen.

Voor grote gaten (in Nederland maximaal 1,75 meter; wereldwijd 2,50) heeft Nederhorst boorpalen: ronde bakken met sleuven onderin, die de grond bij het draaien naar binnen werken. Eenmaal vol wordt de bak opgehesen, waarbij een pin tegen een daarvoor aan de kraan bevestigde plaat slaat. Die draait een nok in de bodem van de bak open, de bodem scharniert en de grond valt eruit. De bak slaat dicht door een veer en de nok draait dicht wanneer de bak met een klap op de bodem van het gat neerkomt.

Tentharing

Een van Smits’ lievelingetjes op het gebied van wandfunderingen is het groutanker. Dit anker maakt stutten en stempelen om te voorkomen dat wanden naar binnen vallen overbodig. Het werkt zo’n beetje als een tentharing. De groutankermachine brengt door de wand heen een plastic buis in de grond tot zanddiepte. Daar wordt een stalen draad of staaf doorgevoerd. Vervolgens wordt cementgrout in de buis gebracht, waarna de buis wordt getrokken. Door voldoende druk op het grout te houden, wordt de ruimte die de buis innam opgevuld met cement, dat hard wordt en de stalen staaf of draad verankert in de grond.

Een andere funderingstechniek is bodeminjectie. Deze techniek biedt de mogelijkheid een waterafsluitende laag te maken in een bouwput, om die vervolgens te kunnen bemalen zonder te veel water aan de omgeving te onttrekken. Ook is de methode geschikt om het draagvermogen van de grond te verbeteren.

Nog een techniek is die van de cementbentonietwand. Deze wand heeft geen sterkte, maar is wel waterdicht. Hij wordt bijvoorbeeld toegepast bij de zwaar vervuilde Diemerzeedijk in Amsterdam, waar de vervuilde grond waterdicht van de omgeving moet worden afgesloten. Hierbij hapt een grijper aarde en stort tegelijk het cementbentoniet. Dat wordt pas na een paar dagen hard, zodat de grijper door het reeds gestorte bentoniet heen verder kan graven.

Indien sterkte een vereiste is, kan een diepwand worden aangelegd. Daarbij worden panelen gegraven van beperkte lengte op maaiveld maar wel tot op diepte. Ook hier gaat dat weer op regelmatige afstanden. steeds een stukje gegraven en gevuld. Net als bij de wand van verbuisde schroefpalen wordt de tussenliggende grond later verwijderd opgevuld met beton. Voordeel van deze methode is echter dat de delen niet hoeven te overlappen. Ook de eerst gegraven delen kunnen dus worden gewapend, wat de wand beduidend sterker maakt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels