nieuws

Overheid voorstander geleide overstroming

bouwbreed

arnhem – Bij dreigend hoog water moeten ‘gecalculeerde overstromingen’ mogelijk zijn. Dat vindt een overgrote meerderheid van bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders van overheden en instellingen die betrokken zijn bij watermanagement.

Maar liefst negentig procent van de waterdeskundigen is bereid land onder te laten lopen als daarmee een grotere ramp afgewend kan worden.

Dat bleek tijdens een bijeenkomst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in het Arnhemse Gelredome, waar ruim honderd afgevaardigden van provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat, waterschappen, polderdistricten, landbouworganisaties en milieufederaties discussieerden over de voortgang en de toekomst van het Deltaplan grote rivieren.

Ruim zestig procent van hen, zo bleek ook, vindt dat gemeenten te veel naar hun groeicijfers kijken en te weinig naar de bouwlocaties. Woningbouw en de aanleg van bedrijfsterreinen in overstromingsgevoelige gebieden moet worden voorkomen, is hun mening.

Deltaplan

Na de extreme hoogwaterstanden in 1993 en 1995 is in snel tempo de eerste fase van het Deltaplan uitgevoerd: in twee jaar tijd werd 295 kilometer dijken en kades versterkt en aangelegd. Momenteel is de tweede fase aangebroken waarin nog 450 kilometer dijken moet worden verzwaard en verhoogd. Pas dan is de veiligheidsdoelstelling – alle rivierdijken in het jaar 2000 op Deltahoogte – gerealiseerd.

Aangevoerd door het Rijk wordt momenteel nagedacht over de strategie voor de nabije toekomst.

“We zijn veiliger dan ooit, maar de natuur blijft ons bedreigen”, zei staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat. “De winters zijn steeds natter en er komt steeds meer water naar ons land. Bovendien heeft het water steeds minder haast om ons land te verlaten doordat de zeespiegel stijgt terwijl het land daalt.”

Het verhogen van dijken en het versterken van kademuren is volgens haar niet meer genoeg. “We moeten kijken waar het probleem vandaan komt. De laatste jaren zijn de rivieren teveel ingesnoerd en is er teveel gebouwd in gebieden waar dat in verband met overtromingsgevaar beter niet had gekund.”

Afvoerputje

Volgens de staatssecretaris is het de hoogste tijd voor een principiele discussie over de risico’s die Nederland wil lopen en hoe die risico’s beperkt kunnen worden. Zij liet nog eens weten dat haar voorkeur ernaar uit gaat om rivieren de ruimte te geven: bredere rivieren en uiterwaarden. Ook moet er land(bouwgrond) gereserveerd worden waarin tijdelijk water opgevangen kan worden. “De opzet is om de schade te beperken.”

De staatssecretaris kreeg dus veel bijval van de bestuurders en politici. Ruim negentig procent deelt haar mening. Overigens vindt De Vries dat ook onze buurlanden betrokken moeten worden bij de waterbeheerplannen. “Want als zij er slordig mee omgaan zit ons land, ook wel het afvoerputje van Europa genoemd, met de problemen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels