nieuws

Orkaanbestendige huizen voor de Antillen Waddinxvener bouwt prefab-woningen op Curacao

bouwbreed

waddinxveen – “We hebben stevige huisjes laten ontwerpen en toen we ze lieten testen, bleken ze bestand tegen windsnelheden van 300 kilometer per uur. Dat is ruim twee keer zo veel als een orkaan van 12 beaufort met windsnelheden van tegen de 120 kilometer. Deze huisjes zijn – daarvan is iedereen overtuigd – uitermate geschikt voor het Caraibisch gebied.”

Heeft Rob van der Torre, een naar eigen zeggen eenvoudige Waddinxveense zakenman, het ei van Columbus gevonden? Hij denkt zelf van wel, al heeft hij weinig verstand van bouwen.

“Van huis uit ben ik landmeter, ik heb een groot bedrijf in grootkeukenapparatuur gehad en heb nu twee zaken in Woerden: een voor de reparatie van veilingkarren voor Nederlandse bloemenveilingen en een in airconditioning-apparatuur. Maar met gezond verstand kom je een eind.”

De 53-jarige Van der Torre kwam als leverancier van de marine nogal eens op Curacao en Aruba: “Wat mij opviel was de enorme woningnood. Er is een structureel tekort van achtduizend tot tienduizend huizen. Op een keer zat ik met een kennis daarover te praten toen ik werd aangesproken door de oud-minister Ciro Kroon. Deze had ons gesprek gehoord en was geinteresseerd. We hadden immers zitten praten hoe met een goede en goedkope oplossing snel te bouwen zou kunnen zijn.”

“Via deze man kwam ik in contact met de woningstichting Fundashon Kas Popular. In 1994 heb ik een proefwoning laten bouwen en uiteindelijk kreeg ik opdracht voor honderd huisjes. Ik heb contact gezocht met de staalbouwer Evers in Hillegom en constructiebedrijf Van de Bovenkamp in Barneveld. Samen hebben we de uitvoering bedacht.”

De constructie is simpel: aan stalen kokerprofielen wordt aan weerszijden 16 millimeter dikke cementvezelplaat geschroefd met ertussen glaswol. De ramen en deuren, afkomstig van een Amerikaans bedrijf en in Nederland ingevoerd, worden compleet ingebouwd. De kant-en-klare panelen gaan in een container ter verscheping. In totaal gaan er drie complete huizen in een container.

De binnenwanden zijn van Faay te Vianen, de plafondpanelen van Unidek. Op het dak komen asbestvrije golfplaten die nu eens niet – zoals ter plaatse gebruikelijk – worden gespijkerd, maar geschroefd. Er zijn twee typen: met twee en met drie slaapkamers.

Vorstrand

“Als de onderdelen op de Antillen aankomen”, zegt Van der Torre, “is het een kwestie van als een Ikea-pakketje in elkaar zetten. Dat wil zeggen, alle onderdelen worden met stevige bouten aan elkaar verankerd. Het casco staat zo en dan komen de afbouwers erin. De loodgieter, de elektricien en de schilder waren in dit project allemaal lokale mensen. Hun werk viel trouwens buiten onze verantwoordelijkheid.”

“Maar eerst is er een betonfundering gestort. De grond wordt gevlakt en er komt een betonmixer die de vloer stort. Het merkwaardige is dat volgens de voorschriften een vorstrand moet zijn aangebracht. Dat doet vreemd aan in een land waar het altijd 29 graden is”.

Volgens Van der Torre zijn de huisjes veel beter dan die van een Venezolaans bedrijf. “Dat bedrijf dacht dat de huisjes het best van beton konden worden gebouwd. Zonder isolatie zijn het echter bakovens waar moeiteloos temperaturen van een graad of veertig te halen zijn. In onze huisjes is het wat dat betreft een stuk comfortabeler.”

Uitzendbureau

De manier van werken van Antillianen omschrijft Rob van der Torre sowieso als ‘anders’: “We zijn begonnen met vier lokale aannemers, maar dat werkte niet. Drie huizen per dag bouwen ging die mensen echt te snel. Toen heb ik via een uitzendbureau personeel geworven. Dat ging wel, maar het ligt uitermate gevoelig. Je bent toch een buitenlander die dit doet. Aan de andere kant moet je de vaardigheden van de Antillianen niet onderschatten. Het zijn uitstekende lassers. Dat hebben we te danken aan de bedrijfsopleidingen van Shell, die lang op de eilanden heeft gezeten. En een timmerman is nog echt een timmerman, met al zijn vaardigheden die wij in Holland misschien allang zijn vergeten.”

Niettemin duurde de bouw van de honderd huisjes net buiten Willemstad een stuk langer dan de zes maanden die Rob van der Torre ervoor had uitgetrokken: “Uiteindelijk zijn het negen maanden geworden. De mentaliteit ten opzichte van werk is anders, de temperatuur ook. Ik geef daar geen waarde-oordeel over, ik constateer dit. Bovendien, andere culturen moet je waarderen en niet proberen te veranderen.”

Nu de huisjes er staan, stromen de orders zeker binnen?

“Nou nee”, zegt Van der Torre. “Nog niet. We hebben wel contacten, maar er wordt gezocht naar een passende financiering van de huizenbouw, en die is dichtbij.” De Waddinxvener wil het anders gaan aanpakken. Het verschepen van de panelen is onhandig en duur (“Per container 7000 gulden”) en daarom wil Van der Torre op de Antillen gaan produceren. “Ik ben ervan overtuigd dat op de Antillen genoeg bekwaam personeel is om zo’n fabriek te kunnen laten draaien. Een fabriek zou voor veertig mensen werk opleveren. De Nederlandse overheid is bereid met ‘zachte’ leningen tien miljoen gulden bij te dragen. De enige voorwaarde is dat de Fundashon Kas Popular, de woningstichting, per jaar honderd huizen afneemt.”

Van der Torre meent dat de huizen voor het Caraibisch gebied een prima exportartikel kunnen zijn. “Mijn huizen zijn 17 tot 20 procent goedkoper dan vergelijkbare Antilliaanse bouw. Een tweeslaapkamerhuis kost rond 29.000 gulden, met drie slaapkamers zo’n 43.000 gulden. En als je weet dat ze orkaanbestendig zijn en je ziet hoe recente orkanen hebben huisgehouden, is dit een prachtproduct.”

De fleurig geschilderde huisjes moeten de zware orkanen die het Caraibisch gebied teisteren kunnen weerstaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels