nieuws

‘Monumenten beschermen tegen grote restauraties’

bouwbreed

amsterdam – Monumenten moeten beter worden beschermd tegen ingrijpende restauraties. Er verdwijnt te veel historisch materiaal in de containers. Daardoor verliezen monumenten hun historische identiteit. Bovendien zou de overheid door minder te restaureren meer rendement kunnen halen uit het budget voor de monumentenzorg.

“Kan het allemaal niet wat minder?”, vroeg drs. A.L.L.M. Asselbergs, directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, aan de bezoekers van het symposium over monumentenonderhoud. Hij doelde op de vele kostbare en spectaculaire restauraties, die elk jaar plaatsvinden. Het zijn er niet minder dan 1500, allemaal een avontuur op zichzelf.

De meeste restauraties zijn complex en ingrijpend. Vaak komt er een geheel nieuw monument achter de steigers vandaan. Daardoor gaat een deel van de historische waarde verloren.

Met wat meer onderhoud zou de noodzaak van grote restauraties minder worden. De overheid kan het geld dan beter verdelen en de wachttijden korter maken. Zo’n aanpak vraagt een nieuwe regeling. Die komt eraan, benadrukte Asselbergs. “Bij zoveel en zo dringende vragen mag het antwoord niet lang meer op zich laten wachten.”

Volgens de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg moeten monumenten net als gewone gebouwen worden gebruikt en beheerd. “Een gezonde exploitatie en een meerjarig, planmatig onderhoud verzekeren de eigenaar ervan, dat het monument als economisch vastgoed een rendabele eindwaarde vertegenwoordigt. Het heeft geen zin om te restaureren en daarna niet te onderhouden.”

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) buigt zich over de vraag, hoe de eigenaren van monumenten te ondersteunen bij de exploitatie. Er moet niet alleen een hoog cultureel rendement worden behaald, ook het economisch rendement moet zo hoog mogelijk zijn.

De RDMZ gaat daarom in het begin van volgend jaar een uitgebreid onderzoek doen onder eigenaren en beheerders van monumenten. Daarna wordt een aantal ‘cases’ uitgediept. De resultaten komen halverwege volgend jaar ter beschikking van de Tweede Kamer.

Voorafgaand aan het grote onderzoek is al een verkennende rondvraag gedaan onder eigenaren van monumenten die algemeen worden beschouwd als kwetsbaar en onrendabel. Daarbij horen kerken en kastelen, maar ook bepaalde woonhuizen en industriele gebouwen.

Zeventig van de honderdveertig vragenformulieren werden ingevuld en teruggestuurd. “Het gaat dus over kleine aantallen, we mogen de resultaten niet te snel generaliseren”, waarschuwde Asselbergs.

Uit het onderzoek komt naar voren, dat het te lang duurt voordat de subsidie wordt uitgekeerd. De rekening van de aannemer is dan al lang betaald.

Het probleem is, hoe de tussenliggende periode te overbruggen. Er is toch al een groot gebrek aan geld. Ook zijn de eigenaren van monumenten meestal geen professionele beheerders. Ze weten niet hoe ze aan financiering moeten komen. Het dagelijks beheer van hun onroerend goed brengt vaak grote problemen met zich mee. Dat geldt ook voor het management van het onderhoud of de restauratie.

Slechts vijf procent van de eigenaren is in staat zonder subsidie hun monument ingrijpend te restaureren. Het gaat daarbij om commercieel ingestelde eigenaren, zoals woningbouwverenigingen.

Ruim dertig procent is nog wel in staat op eigen kracht het hoogst nodige onderhoud te laten doen. Maar evenveel eigenaren zijn zelfs met subsidie en fiscale aftrek niet bij machte de noodzakelijke restauratie uit te voeren.

Uit het onderzoek blijkt, dat eigenaren zich te weinig bezighouden met de mogelijkheden om munt te slaan uit hun monument. “Gek eigenlijk, want je zou verwachten en ervan uit mogen gaan dat de eigenaar er alles aan doet om tot een zo rendabel mogelijke situatie te komen”, stelde Asselbergs. “Wellicht moet daarbij veel meer begeleiding en ondersteuning worden geboden. Waar we op aan moeten sturen is een interactief beleid tussen eigenaar en overheid, waarbij de belangen van het monument centraal staan.”

De ondersteuning hoeft niet altijd van de Rijksoverheid te komen. Drs. A. Moerman, directeur van woningcorporatie Gruno te Groningen, presenteerde het Centraal Onderhoudsfonds Groningen (COG). Eigenaren van gebouwen, ook van monumenten, kunnen daar terecht voor een meerjaren onderhoudsplan, een onderhoudscontract voor vijftien jaar en het beheer en de administratie voor verenigingen van eigenaren (VVE’s).

Het symposium was de afsluiting van het ‘Jaar van het Monumentenonderhoud’, uitgeroepen door de Monumentenwacht (voluit de Stichting Federatie Monumentenwacht Nederland, gevestigd in Amersfoort). In het kader daarvan is een enquete gehouden onder eigenaren van monumenten. Ook uit dat onderzoek kwam naar voren dat het beter is, monumenten te onderhouden dan noodgedwongen te restaureren. De eigenaren blijken bovendien behoefte te hebben aan meer voorlichting en adviezen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels