nieuws

GWW ageert tegen eisen van selectie Opdrachtgevers moeten voorspelbaar zijn

bouwbreed Premium

den haag – Selectiecriteria en geschiktheidseisen moeten redelijk en relevant voor een project zijn. Ze moeten uitsluitend dienen om ongeschikte en geschikte bedrijven te scheiden. Bij clustering van bestekken mogen aan combinaties geen verhoogde eisen worden gesteld.

Dit zijn de hoofdlijnen van het aanbestedingsbeleid zoals het Grond-, Water- en Wegenbouw Overlegorgaan (GWWO) zich die voorstelt.

In de brochure ‘Het aanbestedingsbeleid en de marktbenadering in Nederland’ schrijft het GWWO dat de markt momenteel nogal verandert. In diverse gremia praten opdrachtgevers en opdrachtnemers met elkaar om tot andere vormen van aanbesteding en contract te komen. Reden voor het overlegorgaan nu zijn visie kenbaar te maken waar het gaat om de manier waarop opdrachtgevers met opdrachtnemers om zouden moeten gaan.

“We willen duidelijkheid scheppen in de wirwar van vraagstukken die zich aandient bij de aanbesteding van infrastructurele werken. We willen bereiken dat er uniformiteit komt in het aanbestedingsbeleid en de marktbenadering van opdrachtgevers”, zo verwoordt voorzitter Nelis het doel van het GWWO.

Het overlegorgaan meent dat bij traditionele contracten een systeem van uniforme geschiktheidseisen moet worden gehanteerd. Als omzeteis wordt daarbij voorgesteld dat de opdrachtgever maximaal hanteert dat de opdrachtnemer in de drie van de afgelopen acht jaar een jaaromzet in de gww-sector heeft gehaald van 150 procent van de inschrijvingssom.

De relevante ervaring kan in de GWWO-visie vorm krijgen aan de hand van referentiewerken, die in de laatste acht jaar zijn opgeleverd. Inschrijvers zouden dan moeten kunnen aantonen minimaal een werk vakkundig en regelmatig te hebben uitgevoerd met een aanneemsom van zestig procent van de inschrijvingssom. Gelijk daaraan zijn twee werken die samen vijfenzestig procent van de inschrijfsom uitmaken. Voor drie werken loopt dat percentage op naar zeventig, voor vier werken vijfenzeventig en voor vijf werken tachtig procent. Als referentiewerk kan alleen een opdracht gelden van minimaal vijftien procent van de inschrijvingssom.

Het GWWO vindt verder dat combinaties voor samengestelde werken moeten kunnen inschrijven zonder verhoogde eisen. “Hiervoor bestaat geen enkele aanleiding. Een samenwerkingsverband van ondernemers dat bij elkaar opgeteld aan de criteria voldoet, is in de gww-sector vaak qua werkwijze gelijk aan samenwerkingsverband van een hoofdaannemer en enkele onderaannemers.” stelt het GWWO vast.

Het overlegorgaan wijst in principe clustering van bestekken af. Opdrachtgevers, waaronder Rijkswaterstaat, doen dit hoe langer hoe vaker wegens vermeende efficiency. Ze denken bovendien een lagere prijs te kunnen krijgen.

Op pagina 3: Clustering verschraalt markt.

Reageer op dit artikel