nieuws

Forse ingreep universiteit Twente

bouwbreed

enschede – Universiteit Twente heeft tot dusver 180 miljoen gulden nodig voor bouwkundige en technische aanpassingen aan de gebouwen op de campus. De universiteit is bezig met een inventarisatie van alle campusgebouwen. Projectleider H. van der Wetering sluit niet uit dat meer geld nodig is om alle ambities van de faculteiten te verwezenlijken.

Als eerste wordt vanaf mei 1999 het onderkomen van de afdeling Werktuigbouwkunde gerenoveerd.

Evenals andere gebouwen op het campusterrein kampt Werktuigbouwkunde met een achterhaald gebouw. De functionele indeling voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd en de technische installaties in de meeste gebouwen zijn hopeloos ouderwets.

Bepaalde werk- en onderzoeksmethodes zijn de afgelopen dertig jaar veranderd. Simpel gezegd verschuift het werk in toenemende mate van de werkplaats naar het kantoor waar de computer een belangrijke rol speelt in procesontwikkeling. “Er zijn bijvoorbeeld minder grote laboratoria nodig. Vroeger waren procesopstellingen van zes a zeven meter hoogte normaal. Dat kan tegenwoordig veel kleiner en compacter. Daarom moeten we tot een andere indeling van de ruimten komen. Bovendien zijn meer voorzieningen nodig die aan de arbo-eisen voldoen. Nieuwe klimaatbeheersing- en koelwatersystemen en aan- en afvoerleidingen van gas- en perslucht bijvoorbeeld”, zegt Van der Wetering.

Irritaties

De klus in Werktuigbouwkunde is pas in 2002 klaar, omdat het hele gebouw op de kop moet. Er komt onder meer een compleet nieuwe luchtbehandelingsinstallatie in. Ook worden andere elektriciteitskabels gelegd. Het huidige centrale verwarmingssysteem is achterhaald en voldoet niet meer. Studenten en personeel hadden zelfs last van geirriteerde oog- en slijmvliezen door rondvliegende stofdeeltjes. De universiteit wil het energieverbruik met tien procent terugdringen. Behalve nieuwe installaties worden de onderwijsgebouwen opnieuw geisoleerd.

Tot dusver is zeker dat er een nieuw onderkomen voor chemische technologie komt. De gebouwen van Werktuigbouw en Elektrotechniek/Natuurkunde worden ingrijpend gerenoveerd. Tegelijkertijd wordt het vele asbest verwijderd.

Het universiteitsbestuur broedt op een omvangrijke operatie die over vijftien jaar wordt uitgesmeerd. In de eerste fase worden alle gebouwen op hun technische staat beoordeeld. In de tweede en derde fase beoordeelt men de functionaliteit van de gebouwen. Tenslotte bepaalt de universiteit wat concreet moet gebeuren.

De opzet en architectuur van de Twentse ‘studentenstad’, die met tussenpozen in de jaren zestig en zeventig verrees, zal enigszins veranderen. Het bureau Zandvoort Ordening en Advies maakt een stedenbouwkundig ontwerp, architect J. Hoogstad laat zijn licht schijnen over de vormgeving van de gebouwen en de omgeving.

Landschap

Volgens Van der Wetering streeft de universiteit naar een compactere opzet van de campus, zonder de landschappelijke waarde geweld aan te doen. Sparen van het landschappelijk schoon is altijd een belangrijk uitgangspunt geweest van de geestelijke vaders W. van Tijen en S.J. van Embden.

Niettemin zit de universiteit krap in haar ruimte. Sommige faculteiten kunnen niet voldoende studenten herbergen, andere houden ruimte over vanwege de onhandige indeling van het gebouw. De ruimtebehoefte moet per gebouw worden geinventariseerd.

Het functionele netto vloeroppervlak bedraagt alleen al 120.000 vierkante meter.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels