nieuws

Wild wonen betekent knop om bij overheid en bedrijven

bouwbreed

den haag – De woningmarkt verschuift van een aanbiedersmarkt naar een situatie, waarin de woonconsument herkenning zoekt in een individuele woonomgeving passend bij een van de uiteenlopende leefstijlen die de huidige maatschappij kenmerken. Daarom moet bij bouwbedrijven en overheid de knop om. Dat zegt staatssecretaris J.W. Remkes (VROM) bij het aanvaarden van het eerste exemplaar van het boekje ‘Het wilde wonen’ van architect Carel Weeber.

Het boek is de weerslag van een studie die is gevolgd op het stedenbouwkundig concept van Carel Weeber van de Architecten Cie en Era Bouw met daarin een pleidooi voor meer keuzevrijheid voor de woonconsument. Het concept ‘Eenheid door verscheidenheid’ behelst een stedenbouwkundig kader waarbij huizen individueel door kopers aan de hand van een catalogus kunnen worden samengesteld. Omdat dit concept weinig discussie losmaakte is Weeber gevraagd een vervolgstudie te doen waarin het individuele bouwen in een breder, in een historisch kader, wordt geplaatst. Het eerste deel van deze studie is afgerond en wordt door Uitgeverij 010 gepubliceerd onder de titel ‘Het wilde wonen’.

In de vakwereld is de discussie over het ‘Wilde Wonen’ sinds vorig jaar al gaande. Die gaat tussen een groep die vast wil blijven houden aan een rigide architectuur en een groep die meent dat er meer vrijheid moet komen voor woonconsumenten. Ook buiten de vakwereld wordt door bestuurders, opdrachtgevers en ontwerpers gedebatteerd over een andere aanpak van het wonen. Belangrijk thema daarbij is de kwaliteit van de Vinex-locaties die tot in de Tweede Kamer is behandeld. Remkes heeft zich inmiddels uitgesproken voor vergroten van de rol voor de woonconsument in Vinex-locaties. Het gaat daarbij volgens de staatssecretaris niet uitsluitend over de situatie ‘post vinex’. Hij vindt dat getracht moet worden om bij lopende processen op bestaande Vinex-locaties in te grijpen. “Dat kan uiteraard alleen op basis van vrijwilligheid. Discussie is dan zinvol. Het boek van Weeber is daaraan een belangrijke bijdrage”, aldus Remkes.

Afscheid

Carel Weeber van de Architecten Cie noemt het boek een afscheid van het staatsdenken in de architectuur. Het moet een aanzet zijn om woonhuizen en woonomgeving voor een geemancipeerde bevolking in een vrije markt gestalte te geven. De architect heeft volgens hem te lang in het kielzog van de overheid mogen bouwen. Dat is te merken aan de sociale woningbouw, eenvoudig en recht voor zijn raap. Maar nu gebeurt op de Vinex-locaties bijna hetzelfde.

In zijn optiek heeft de overheidsbemoeienis bij het bouwen zijn tijd gehad. Het zou allemaal veel meer consumentgericht moeten zijn. Hij stelt vast dat zijn ideeen in vruchtbare aarde zijn gevallen, omdat de discussies allengs al minder scherp worden gevoerd. Het boek ‘Het wilde wonen’ is bedoeld om duidelijk te maken dat het anders moet.

Toeval

In het boek schetst Weeber eerst de huidige stand van zaken. “Stadsdesigners leggen onder het toeziend oog van de staat hun stadsbeelden vast. Onderdanige ontwikkelaars en architecten werken dit uit. Dat leidt tot formele patronen die lijken overgeleverd uit feodale tijden toen vorsten nog zelf hun steden ontwierpen.” Weeber pleit daarom voor woonmilieus waarbij het eindbeeld geen inzet is, maar ‘het onontworpen, voortdurend veranderende gevolg van het toeval van het leven’.

De studie van Weeber krijgt nog een vervolg. Era Bouw, opdrachtgever tot de studie, gaat een onderzoek doen naar ‘Personal housing’. Dat is te omschrijven door een op maat uit componenten samengestelde woning: een persoonlijk huis. In de alledaagse praktijk kan dat uiteindelijk betekenen dat een klant op computeranimaties kan zien hoe zijn gewenste woning eruit ziet en wat die kost.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels