nieuws

Heilige Laurentius van ondergang gered

bouwbreed

weesp – De Heilige Laurentius op een van de pilaren in de Weesper Grote of Laurentiuskerk is weer geheel als nieuw. Evenals het rooster waarop de diaken in het jaar 258, in opdracht van de Romeinse keizer Valerianus, door verbranding ter dood werd gebracht.

Dankzij diverse acties van de Stichting Vrienden van de Grote Kerk kon de middeleeuwse schildering worden gered. Grondvocht evenals de toepassing van verkeerde verfsoorten bleken de grote boosdoeners. Die waren er de oorzaak van dat de heilige nagenoeg was vervaagd en dat de verf begon te bladderen.

– Het pleisterwerk werd door het vocht naar buiten gedrukt – , legt vice-voorzitter W. Ruijs van de stichting uit. – We weten dat de kolommen om de schildering in de jaren zeventig met een synthetische muurverf zijn besmeerd. –

Tot voor kort twijfelde de stichting er aan of de schildering inderdaad de Heilige Laurentius betrof. Door het blootleggen van het rooster waarop de heilige door verbranding ter dood werd gebracht, is dit raadsel opgelost.

Het kostte de Amsterdamse restaurator D. Schoonekamp zes weken om Laurentius herkenbaar te maken. Een klus waarmee twaalfduizend gulden was gemoeid.

– De eerste weken heb ik alle verfbladders vastgezet – , legt Schoonekamp uit. – Daarna kon de stucador de voegen dichten en heb ik de tekening met waterverf op kleur gebracht. –

Pilaardelen

Bij het voegen kwamen ook de eiken stelwigjes van de bouw tevoorschijn. Die werden ruim vijfhonderd jaar geleden gebruikt om de ruimte tussen de pilaardelen waterpas te stellen. Volgens Ruijs is de kerk als basiliek gebouwd. Nederland was midden vijftiende eeuw nog katholiek. Hij vermoedt dat het interieur in die tijd ook rijkelijk is beschilderd.

Ruim een eeuw later, ten tijde van de reformatie, viel het godshuis in protestantse handen. De nieuwe eigenaars grepen meteen naar de witkwast om alle afbeeldingen van heiligen te verdoezelen. Volgens de jaarboeken van de kerk was het F.C.W. Hopman, vermoedelijk een bekende plaatselijke schilder, die rond 1860 weer op sporen van de schilderingen stuitte. Hij vond niet alleen de staf en mijter van een bisschop maar ontdekte ook beeltenissen van priesters. Maar ook toen verkozen de hervormde kerkbestuurders de witkalk boven de heiligen. Nadat Hopman de schilderingen met een beschermende lijnolielaag had bedekt, lieten ze alle kolommen met menie besmeren. Daarna werden ze met een laagje zand afgedekt en overgewit, een behandeling die de invloed van vocht moest tegengaan. Bij zijn onderzoek kwam Schoonekamp op alle pilaren gewijkruizen tegen. Die dateren volgens Ruijs uit 1462 toen de kerk werd ingewijd.

Hij vermoedt dat in diezelfde tijd plafond en muren zijn beschilderd. De stichting is vastbesloten ook de andere schilderingen van de ondergang te redden. Onder de verfbladders van een tweede pilaar zit nog een priester verstopt en op een derde staat vermoedelijk Johannes de Doper. Bij Monumentenzorg die nauw bij de restauratie is betrokken is 60.000 gulden subsidie aangevraagd. Maar de stichting hoopt ook op financiele steun vanuit het bedrijfsleven.

Dankzij diverse acties van de Stichting Vrienden van de Grote Kerk kon de middeleeuwse schildering behouden blijven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels