nieuws

Enorme (ver)nieuwbouw op Heyendaal

bouwbreed Premium

nijmegen – Nog een goed jaar en het Academisch Ziekenhuis Nijmegen (AZN) Sint Radboud inclusief de medische faculteit van de universiteit kunnen het eerste deel van de (ver)nieuwbouw op landgoed Heyendaal in gebruik nemen. Dan is voor ruim 88 miljoen gulden in een researchtoren aan de oostelijke, en een onderwijscomplex aan de westelijke zijde van het Geert Grooteplein gestoken. Een fiks bedrag maar toch slechts een slok op een borrel van 620 miljoen, die het tweetal tot 2005 van het Rijk mogen investeren. Voor de komende jaren betekent dit veel sloop en nieuwbouw op nu bezette locaties.

Feitelijk is het Academisch Ziekenhuis Nijmegen (‘De Radboud’ in Nimweegs jargon) betrekkelijk jong. Na de eerste aanloop in 1956 kwamen de afgelopen jaren tritsen gebouwen klaar, hoofdzakelijk voor behandeling en verpleging van zieken. Ze werden in de lengte aan het oorspronkelijke ziekenhuis gebreid met als meest zichtbare gevolg een centrale verbindingsas van 1,3 kilometer lengte. Minder zichtbaar leidde het tot versnippering: organisatorische en geografische scheiding van bij elkaar behorende afdelingen. Inmiddels is door overschakeling op een clusterstructuur aan de organisatorische scheiding goeddeels een einde gemaakt. De (ver)nieuwbouw moet dit ruimtelijk bewerkstelligen.

Merkwaardig genoeg gaf het ruimtegebrek niet eens de doorslag om tot nieuw- in plaats van verbouw te besluiten. Wel het kwistig gebruik van asbest in de oudere gebouwen. Uitgerekend de luchtbehandelingskanalen zitten er vol mee. “Dit maakte renovatie praktisch onmogelijk en onbetaalbaar”, constateren AZN en de medische faculteit.

De problemen leidde rond 1990 tot een structuurplan met bijbehorend prijskaartje van ruim een miljard gulden. “Te veel” oordeelde het Rijk zuinigjes en ging vrolijk schrappen. In 1992 kreeg de uitvoering van tranche 1 van het plan goedkeuring van de overheid. Kosten: 620 miljoen gulden, te verdelen over drie uitvoeringsfasen. Om het blik kwijt te raken en het Geert Grooteplein zijn oorspronkelijke functie van groene ontmoetingsruimte te hergeven, werd er een fase O aangeknoopt. De bouw van een wat chique en unieke “ingrondse parkeergarage”. Het inmiddels in gebruik genomen gebouw biedt plaats aan 675 auto’s, verdeeld over drie lagen. Kosten: 22 miljoen.

Een dergelijk complex valt natuurlijk niet te realiseren zonder uitgebreide organisatorische voorbereidingen. Voor het geheel is AHA opgericht, de Architectenmaatschap Herstructurering Academisch ziekenhuis Nijmegen. Hierin werken het Projectbureau Nieuwbouw van AZN (directeur A. de Haes) en de architectenbureaus EGM, Dordrecht en Nijst, Idema, Burger uit Amsterdam samen. Toegevoegd zijn Constructiebureau Aronson, Rotterdam, het Technisch Adviesbureau Van Heugten, Nijmegen en het bureau voor bouwfysica Peutz en Associes te Molenhoek/Mook.

In fase 1 worden zo ongeveer de laatste stukjes open grond van het landgoed Heyendaal volgebouwd. Hierop komt de bouw van een nieuw kantoorcomplex waarin allerlei zaken die het onderwijs raken, zoals de medische bibliotheek, collegezalen en onderwijsresearch zitten. Aan de oostkant van het plein verrijst een researchtoren met in de onderbouw centrale sterilisatie en het logistieke centrum. In totaal acht lagen met dertienhonderd vierkante meter vloeroppervlak per laag. Het nieuwe kantoor levert achthonderd vierkante meter bruto op. Bouwcombinatie Boele Van Eesteren en Visser en Smit tekent voor de realisering, GTI Arnhem voor de elektrotechniek en Kropman BV, Nijmegen voor de installatietechniek. De wens naar integratie van opleiding en verpleging werd vertaald in een carre-model. Aan de zuidkant van het Geert Grooteplein blijven de ziekenhuizen, aan de noordkant de gebouwen, voor de medische opleidingen.

Twee complexen in aanbouw omzomen de kopkanten van het plein. De verbindingen bestaan uit bruggen op laag 1 en tunnels op -1 en -2. Op hun beurt passen ze in de integrale indeling van de carre waarbij -2 de puur technische leidingen herbergt en -1 dient voor de interne logistiek.

Op de begane grond kan het publiek naar de poliklinieken en liften voor het bereiken van de verpleeglagen. Hierbij geldt over het totale complex, laag 1 als behandelverdieping met onder meer operatiekamers en dagverpleging. Op de tweede verdieping komen de laboratoria en de diensten voor de eerste en derde verdiepingen die nagenoeg identieke functies hebben. De vierde en vijfde verdieping zijn bestemd voor laboratoria en staf, de zesde en laatste voor techniek en toegang tot het helikopterdak. Als de twee klaar zijn, kan er gesloopt en nieuw gebouwd worden. Fase 2 omvat het gebouw voor vrouw en kind en behelst alles van gynaecologie tot kinderziekenhuis. Er komt ook een vleugel voor diagnostiek (radiodiagnostiek, pathologie, medische microbiologie en mortuarium). In fase 3 worden nieuwe gebouwen voor de poliklinieken en operatiekamers alsmede een zalencentrum gesticht. De fasen worden in delen geknipt en Europees aanbesteed.

Voor monumentenbouwers zal het een gruwel zijn, af te moeten breken wat naar hun begrippen nauwelijks in functie is. Zo niet in de medische wereld, waarin de ontwikkeling het gebouwenapparaat snel doet verouderen. Desondanks worstelen ze op het projectbureau met dit probleem. “We moeten voorkomen, dat we straks in een museum komen. We dienen dus nu al te denken in de ideeen van 2005”, zegt De Haes. “Dat is de grootste taak van het projectbureau; dat is de uitdaging”. Hij kijkt er nog stralend bij ook.

‘Niet ruimtegebrek, maar asbest gaf de doorslag nieuw te bouwen’

Reageer op dit artikel