nieuws

Beunhazerij in de bouw

bouwbreed

Op grond van het Vestigingsbesluit Bedrijven is het verboden zonder vergunning de bij dat besluit aangewezen bedrijven uit te oefenen. Het bouwbedrijf is een van die aangewezene. Van belang daarbij is wat onder een bouwbedrijf in de zin het besluit wordt verstaan.

De Stichting Bevordering Aannemersbelangen Noord-Nederland (SBAB) eiste op 29 mei 1996 in kort geding dat de President van de rechtbank aan ene Bleeker zou verbieden het bouwbedrijf uit te oefenen. Hij had geen vergunning, die het Vestigingsbesluit vereist en was niet in bezit van een ontheffing als bedoeld in de Regeling Ontheffingen Vestigingsvergunningen Bedrijven. De verbouwing van een woning in Beilen, die Bleeker toen uitvoerde, was daarom onrechtmatig jegens haar, stelde de Stichting.

Twee weken na de indiening van de eis wees de President hem toe, maar Bleeker ging direct in hoger beroep. Ook het Gerechtshof in Leeuwarden was daar gauw mee klaar en bekrachtigde op 20 november 1996 het vonnis van de President.

Feiten

Het gebeurt maar zelden in bouwgeschillen. We kregen een uitspraak van onze hoogste rechter want Bleeker ging in cassatieberoep bij de Hoge Raad. Die ging in zijn arrest van de volgende drie feiten uit:

1. SBAB heeft als doel belangenbehartiging van in Noord-Nederland gevestigde ondernemers in de bouwnijverheid, die lid zijn van een in N-Nederland gevestigde vereniging, aangesloten bij het AVBB in Den Haag of lid zijn van een in N-Nederland gevestigde vereniging, aangesloten bij de Vereniging Samenwerkende Prijsregelende Organisatie.

2. Bleeker oefent een zogenaamd klussenbedrijf uit. Hij is bezig geweest de woning te Beilen te vergroten.

3. Bleeker had geen vergunning op grond van art. 3 van het Vestigingsbesluit Bedrijven noch een ontheffing op grond van art. 5 van de Vestigingswet Bedrijven in verbinding met het bepaalde in de Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven.

Die feiten kon Bleeker moeilijk ontkennen, maar hij had in art. 3 van het Vestigingsbesluit een aanknopingspunt gevonden om te bestrijden dat hij een in dat Besluit aangewezen bedrijf had uitgeoefend. Als uitoefening van het bouwbedrijf noemt dat besluit namelijk het uitvoeren of doen uitvoeren van bouwwerken of verbouwingswerkzaamheden op het gebied van de burgerlijke- en utiliteitsbouw.

Nu had Bleeker al voor het Hof betoogd, dat hij zichzelf had beperkt tot het verrichten van die werkzaamheden, die zonder vergunning verricht mogen worden. Het voor het overige laten uitvoeren van het bouwwerk of de verbouwingswerkzaamheden door iemand die daarvoor wel de vereiste vergunning bezit, zou hem daarom niet vergunningsplichtig maken. Dat zou ook blijken uit de tekst en de strekking van de Wet en het Besluit.

Maar Bleeker had bij het lezen van de tekst van art. 5 van het Besluit een woordje over het hoofd gezien. Niet alleen het ‘uitvoeren’ van bouwwerken, ook het ‘doen uitvoeren’ daarvan mag niet zonder vergunning plaatsvinden. De Hoge Raad maakte dan ook korte metten met dat argument. Bleeker had naast een strikt formeel juridisch bezwaar tegen de uitspraak van het Hof ook een feitelijk argument. De vergroting van de woning was een eenmalige gebeurtenis geweest. Het Hof was er daarentegen van uitgegaan dat de werkwijze van Bleeker zich niet had beperkt tot de woning in Beilen maar dat hij die werkwijze bedrijfsmatig ‘met een zekere regelmaat of frequentie’ had toegepast.

De eis dat dit ‘bedrijfsmatig’ moet gebeuren komt voor in art. 3 lid 2 van het Besluit, maar daaraan was wel voldaan. De constatering van het Hof dat deze werkwijze van Bleeker vaker was toegepast was van feitelijke aard; over de vraag of feiten juist zijn beoordeeld, buigt onze hoogste rechter zich niet. De Hoge Raad is immers gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld, zo bepaalt ons Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het is maar goed dat de wetgever in het Vestigingsbesluit Bedrijven naast het (zelf) uitvoeren ook het (door een ander) doen uitvoeren van bouwwerken in art. 5 heeft opgenomen. Anders zouden listigheidjes als van Bleeker aan klussenbedrijven de mogelijkheid hebben geboden om aan de doelstelling van de Vestigingswet grote afbreuk te doen.

(BR 1998 p. 876) Mr. Math Verstegen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels