nieuws

Proefschrift over model voor toekomst stedenbouw

bouwbreed

groningen – “Een drempelwereld. Moderne ervaring en stedelijke openbaarheid.” Zo heet het proefschrift van R. Boomkens uit Bussum, waarop hij op 29 oktober promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale vraag in zijn dissertatie is of de moderne stad nog toekomst heeft. Het onderzoek van Boomkens, lector Grootstedelijke vraagstukken aan de Haagse Hogeschool, werd onder meer gefinancierd door het Stimuleringsfonds Bouwkunst.

De moderne stad, zoals wij die nu ruim anderhalve eeuw kennen, lijkt op beslissende wijze van gedaante te veranderen, aldus Boomkens. Wat is het model voor de toekomst van de stad? Deze vraag speelt volgens Boomkens in de hedendaagse samenleving een belangrijke rol, bijvoorbeeld in het Berlijn na de eenwording en in de Randstad in Nederland. Om een antwoord op de vraag te vinden reconstrueerde Boomkens in zijn onderzoek filosofische, politieke en wetenschappelijke debatten gedurende de afgelopen vijf jaar.

Hij concludeert onder meer dat de tegenstelling tussen wonen in een open en veranderlijke stedelijke cultuur en de behoefte aan intimiteit en privacy nog steeds wordt onderschat. Boomkens laat de geschiedenis van de moderne stad beginnen in Parijs aan het einde van de negentiende eeuw. In die periode ontstond de moderne, grootschalige stadsplanning van baron Von Hausmann. Tegelijk ontwikkelt zich een stedelijke massa die voor het eerst in de rol van consument wordt gezien. De keerzijde van deze ontwikkeling is de stedeling die vlucht voor anonimiteit in de wereld van het burgerlijke interieur.

Tussen 1910 en 1930 volgt de echte radicale avant-garde met de voor Nederland zo belangrijke Stijl-groep. Eenvoud en zuiverheid moesten een eind maken aan modern-stedelijke chaos.

Boomkens licht deze ontwikkeling toe aan de hand van de plannen rond de stadsuitbreiding van Amsterdam.

Bij deze avant-garde is geen ruimte voor de rol van intimiteit en privesfeer.Met en in New York bereikt de klassiek moderne stad haar voorlopige hoogtepunt. Manhattan lijkt in een voortdurende shocktoestand van hektiek te verkeren en mensen vluchten de stad uit naar hun veilige buitensteden waar het rustig is. De tegenstelling tussen de modern intieme sfeer en de moderne stedelijke openbaarheid wordt zichtbaar, aldus Boomkens. Los Angeles is volgens hem de postmoderne stad bij uitstek. De stad bestaat volgens hem meer uit een eindeloze reeks film- en televisiebeelden dan uit werkelijkheid. Er is niet langer sprake van gelijkvormigheid maar van extreem individuele identiteiten. Tegenover deze postmoderne stad als aaneenschakeling van verbunkerde privedomeinen staat een postmoderne architectuur die op zoek is naar een koppeling tussen prive en openbaar.

Is Los Angeles het model voor de toekomst van de stad, zo vraagt Boomkens zich af. Hij betoogt dat de kern van het vraagstuk van moderne stedelijkheid moet zijn het debat over de specifieke verbinding tussen wonen en openbaarheid. De begrippen landschap en stad/stedelijkheid vult Boomkens opnieuw in. Stedelijkheid wordt bij hem een verzameling van stedelijke praktijken waarvan de openheid en onvoorspelbaarheid wortelen in een drempelruimte, die privesfeer en openbare sfeer verbindt en tegelijk scheidt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels