nieuws

Plan grootschalig, voer kleinschalig uit

bouwbreed

De grootschaligheid van de Vinex-locaties betekent in de praktijk dat slechts een handvol grote ontwikkelaars en bouwbedrijven daar bouwen. De positie van het midden- en kleinbedrijf is daarmee in het geding. Hetzelfde dreigt nu ook te gebeuren bij de stedelijke vernieuwing, signaleert NVOB-bestuurder Rob Hoogendoorn. Zijn advies aan corporaties en gemeenten: Plan grootschalig, maar voer kleinschalig uit.

De aannemer van vandaag wil zijn marktaandeel natuurlijk niet alleen vasthouden, maar zelfs vergroten. Maar daarbij stuit hij op een aantal ontwikkelingen op de woningmarkt die er niet om liegen. Een daarvan is het Vinex-beleid van de Rijksoverheid, dat de afgelopen tien jaar gezichtsbepalend is geweest voor de Nederlandse woningbouw.

De diverse Nota’s Ruimtelijke Ordening lieten er geen twijfel over bestaan: er moesten circa 800.000 woningen worden gebouwd pal naast de grote steden of in al dichtbevolkte gebieden. Daarbij draait het om grootschaligheid en compact bouwen.

De gevolgen van deze ‘op-elkaar-bouw’ benadering bleven niet uit.

In de nieuwsmedia zijn de schaduwkanten al uitgebreid aan bod gekomen: bewoners die erover klagen dat ze ongeveer bij hun overburen aan tafel zitten. Tuinliefhebbers die een illusie armer zijn nadat ze hun postzegelgrote achtertuin hadden ontwaard. En er is meer Vinex-leed.

Een misrekening van de overheid is bijvoorbeeld dat we met z’n allen niet te ver van huis willen werken. Vandaar dus ook het tegen de stad aan bouwen. Maar dat strookt niet met het feit dat steeds meer mensen graag zelf hun woonwensen bepalen. En daar best het een en ander voor over hebben. Die bijvoorbeeld de dagelijkse files voor lief nemen, als daar een betere woonkwaliteit en woonomgeving tegenover staan.

De Vinex-gedachte is ook in de bouwwereld niet met open armen ontvangen. De gemiddelde aannemer staat niet te juichen bij dit staaltje van mega-bouwen. In negen van de tien gevallen vist hij namelijk achter het net. Want het is slechts een paar dozijn mammoetbedrijven die aan de haal gaan met de complete Vinex-productie. Het midden- en kleinbedrijf profiteert niet of nauwelijks van het gigantische bouwvolume op Vinex-locaties. Ik vraag mij dan ook in gemoede af of dit de optimale aanpak is geweest voor deze grote bouwopgave.

Alternatief

Toch wil ik hier geen beeld schetsen van alleen maar pessimisme. Natuurlijk is het zo dat dit type woning best voor een deel voldoet aan de wensen van de woonconsument. De keuze voor een moderne woning op Vinex-locatie boven een oncomfortabele woning in de stad wordt door velen nu nog gemaakt.

De vraag is echter of deze Vinex-woningen ook aantrekkelijk blijven op het moment dat het alternatief, door stadsvernieuwing en herstructurering van oude wijken, bestaat uit een wel degelijk comfortabele woning in de binnenstad. Want dit werkveld komt eraan als na 2000 de grote uitbreidingen achter de rug zijn. Voor de middelgrote en kleine aannemers kan dit het nodige perspectief bieden.

De meer dan honderd woningcorporaties in ons land trekken tot het jaar 2000 rond de 40 miljard gulden uit voor herstructurering. Tienduizenden woningen zullen worden gesloopt of grondig aangepast. Het gaat bij deze herstructurering vooral om vroeg-naoorlogse wijken en buurten, waar de kwaliteit van woningen en leefbaarheid van de wijken onder druk staan.

Deze vorm van stadsvernieuwing schreeuwt om een geintegreerde aanpak. De lokale overheid, de woningcorporaties en niet te vergeten de bewoners zelf zijn de sleutel voor succes. De middelgrote en kleinere aannemer staat in de startblokken om zijn bijdrage te leveren aan deze stadsvernieuwingsprojecten.

Maar de voortekenen zijn helaas niet gunstig. Ook op dit gebied dreigen corporaties, gemeenten en grotere concerns al vooraf de pot te verdelen. Het NVOB laat over haar standpunt geen misverstand bestaan. ‘Plan grootschalig, maar voer kleinschalig uit’ is ons motto. Als belangenorganisatie zorgt het NVOB er ook voor, dat dit standpunt wordt gehoord.

Meerwaarde

Herstructurering is veel meer dan bouwen alleen. De aannemer moet op dit gebied zijn meerwaarde bewijzen. Hij zal zich een bredere rol moeten aanmeten. Gemeenten en corporaties, de belangrijkste partijen bij herstructurering, zijn namelijk geinteresseerd in bedrijven die meedenken, ingewikkelde projecten aankunnen en risico kunnen nemen.

Binnen het NVOB lopen daarom verschillende samenwerkingsprojecten van kleine en middelgrote bedrijven om gezamenlijk grote opdrachten aan te nemen. Bouwbedrijven zullen naast het uitvoerende proces immers ook advies, engineering, coordinatie en ontwerp in hun vingers moeten hebben. En dus niet alleen moeten kunnen bouwen, maar ook naderhand beheer en onderhoud kunnen aanbieden.

Corridor

De komende jaren zien we dus het staartje van de Vinex-opdrachten en het veelbelovende begin van de herstructureringsopgaaf. Daarnaast zien we de opmars van een nieuw type woonconsument. Alle VROM-nota’s ten spijt, maakt deze tegenwoordig zelf uit waar hij wil wonen en werken. De strakke planning van de Rijksoverheid om honderdduizenden woningen te laten bouwen op vastomlijnde locaties, staat hiermee op gespannen voet.

Het is dus zaak om het ruimtelijk ordeningsbeleid nog eens kritisch onder de loep te nemen. Het ‘compact-denken’ moet plaatsmaken voor de ‘corridor-gedachte’: de wetenschap dat mensen en bedrijven zich juist zullen vestigen op plaatsen waar beleidsmakers dat liever niet hebben. Zelf vind ik dat een troostende gedachte. Niets is immers dreigender dan de vervlakking die nu optreedt als gevolg van halfslachtige keuzes. Nederland dreigt een soort haakkleedje te worden zonder patroon. Trek je deze beeldspraak door, dan is stadsplanning het werk van goedbedoelende broddelaars geworden.

Hoogste tijd dus om dit een halt toe te roepen. We moeten keuzes durven maken. Bijvoorbeeld contrasten tussen rust en drukte de ruimte geven. De mogelijkheid bieden om te wonen en bouwen naar eigen wens. Inspelen op een trend van verregaande individualisering. Rekening houden met de ontwikkeling van het telewerken, waardoor mensen meer werken vanuit huis.

Zo wordt woningbouw geen broddellapje, maar een waar kunstwerk met ongekende schakeringen, waarbij natuurlijke groei het zal winnen van kunstmatigheid.

Ik ben ervan overtuigd, dat de komende decennia de markt zijn functie zal terugkrijgen, het huis als – zo goedkoop mogelijk – massaproduct niet meer aan de orde is, het individualisme zal groeien, met daaraan gekoppeld diversiteit en maatwerk. De overheid zal daarin een rol moeten innemen in de vorm van de beschermheer van alles wat van waarde is.

Voor de aannemer is een belangrijke rol weggelegd. Hij zal mee moeten flexibiliseren en zijn meerwaarde als adviseur moeten waarmaken.

Het tij in de woningbouw zal keren, kleinschaligheid wordt belangrijker en creativiteit, ervaring en innoverend vermogen van de aannemer zijn daarbij onmisbaar.

Rob Hoogendoorn is Lid van het Dagelijks Bestuur van het NVOB.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels