nieuws

Nieuw huis, oude zorgen: Leidsche Rijn

bouwbreed Premium

utrecht – Donkere wolken, motregen en diepe modderplassen. Maar dat mocht de pret niet drukken. Woensdagmiddag werden de eerste bewoners van het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn bij Utrecht in het zonnetje gezet. Wat beduusd door alle aandacht namen de Utrechters Prins en zijn vriendin Van Delft de sleutel van hun nieuwe woning in ontvangst.

Daarna togen ze, onder muzikale begeleiding, naar de klaarstaande helikopter, waarmee ze een rondvlucht maakten boven het gebied; een cadeautje van projectontwikkelaar Rabo Vastgoed en bouwer Wilma aan de eerste vijftig bewoners van het nieuwe stadsdeel.

Behalve zompige weilanden, modderige bouwwegen en hier en daar een beginnende bouwplaats viel er voor de gelukkigen echter weinig te zien. Leidsche Rijn is vooralsnog een kaal gebied, doorsneden door een spoorlijn en grenzend aan een industrieterrein, twee drukke autosnelwegen en het drukstbevaren kanaal van Europa. Het eengezinshuis van Prins en Van Delft staat in Langerak, de eerste wijk die wordt gebouwd. De woning – een ontwerp van Oorthuis Associates – valt op door haar bijzondere, ronde vormgeving en maakt deel uit van een complex van 338 woningen van Rabo Vastgoed en Wilma Bouw.

In totaal verrijzen dertigduizend woningen de komende vijftien jaar in Leidsche Rijn, die daarmee de grootste woningbouwlocatie van Nederland is. Kwaliteit en duurzaamheid kenmerken de opzet van Leidsche Rijn, zo viel in diverse speeches te horen. Onder meer de gevarieerde architectuur, de vele groenvoorzieningen, het eigen regen- en grondwatersysteem en het tweede leidingnet voor huishoudwater werden genoemd als voorbeelden van deze duurzaamheid en kwaliteit.

Prins en Van Delft, voorheen woonachtig in een flat op het Kanaleneiland aan de overzijde van het Amsterdam Rijnkanaal, waren uiteraard blij met hun nieuwe woning. Een koophuis, een eigen tuintje en volop de ruimte; dat was wat ze nou altijd al hadden begeerd. Dat er geen voorzieningen zijn in de wijk bleek voor de twee geen enkel probleem. “Voor boodschappen gaan we wel even met de auto naar Utrecht,” zo lieten ze weten. Daarmee illustreerden de twee onbedoeld datgene waarover het gemeentebestuur van Utrecht zich grote zorgen maakt.

Leidsche Rijn krijgt uiteindelijk honderdduizend inwoners. De meesten daarvan zullen werken, winkelen en uitgaan in Utrecht. Dat genereert dagelijks enorme nieuwe verkeersstromen in en rond de toch al zo drukke Domstad. Voor de verwerking van deze stromen heeft Utrecht wel de plannen klaar maar bij lange na niet de financiele middelen.

Op het programma staan onder meer drie nieuwe bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal, minimaal twee stations voor een nog op te zetten regionaal spoornet Randstadspoor en een verbinding voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer. Wegens gebrek aan geld bestaat het openbaar vervoer in de nieuwe wijk vooralsnog alleen uit een extra busdienst. “Vervoer op maat”, noemde wethouder Rijckenberg deze oplossing.

Het geld voor deze infrastructuur moet grotendeels van het ministerie van Verkeer en Waterstaat komen. Het is echter onzeker in hoeverre het ministerie deze gelden ook daadwerkelijk beschikbaar stelt. Er klonk dan ook enige wanhoop door in de oproep die wethouder Rijckenberg over de hoofden van de bewoners heen deed aan minister Netelenbos om voortvarend over de brug te komen.

Herinnering

Van groot belang voor de ontwikkeling van Leidsche Rijn is ook de verlegging en gedeeltelijke overkapping van A2, die vlak langs de wijk scheert. Ter gelegenheid van de oplevering van de eerste woningen stuurden de gemeente Utrecht, provincie en het regionale samenwerkingsverband BRU een brief naar de minister. Het schrijven herinnert het ministerie aan de afspraken die twee jaar geleden zijn gemaakt over de A2 tussen het Rijk, de provincie en de stad Utrecht en het BRU. Volgens de memorie van toelichting bij het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) is pas in 2003 geld beschikbaar voor het verleggen van de rijksweg. De plaatselijke overheden streven er echter naar om al volgend jaar met de werkzaamheden te beginnen. “Elk jaar vertraging kost de gemeente circa 25 miljoen gulden”, luidt een citaat uit de brief.

Ook de plannen van het ministerie van Volkshuisvesting om tot het jaar 2000 bijna driehonderd miljoen gulden te besparen op sociale woningbouw, leidde tot sombere gezichten bij de bestuurders. Zij waarschuwden dat als gevolg van deze bezuiniging het uitgangspunt dat Leidsche Rijn een gevarieerde en gemeleerde wijk moet worden, in gevaar zou kunnen komen. De stad kan immers minder sociale woningen bouwen dan was voorgenomen. De eerste bewoners van Leidsche Rijn hadden geen boodschap aan die signalen. Ze maakten zich op om te gaan doen wat ze de komende jaren moeten doen: hun plek vinden in een nieuwe wijk.

En in een stadsdeel als Leidsche Rijn betekent dat vooral pionieren.

Reageer op dit artikel