nieuws

‘Juiste balans ontbreekt bij woningbouw Vinex’

bouwbreed

Volgend jaar moet Vinex pieken. Dan worden meer woningen dan ooit gebouwd in de nieuwe buitenwijken. Tegelijkertijd neemt het

gemor over het resultaat toe. De groots opgetuigde Vinex-convenanten zouden weinig meer hebben opgeleverd dan reeksen rijtjeshuizen.

In het koor van critici heeft zich gisteren staatssecretaris Remkes geschaard met een pleidooi voor een grotere rol van de consument. Die moet vaker de kans krijgen zijn

eigen woning te bouwen. Gemeenten zouden voorts moeten stimuleren dat er een grotere variatie aan woningtypen tot stand komt.

Of gemeenten daartoe de juiste partij zijn, is de vraag. Volgens de architecten Paauwe en Van de Seyp leggen gemeenten nu al te veel vast. De teleurstellende kwaliteit van Vinex is in hun ogen te wijten aan het feit dat de juiste balans tussen gemeenten, stedenbouwers, ontwikkelaars en ontwerpers zoek is.

Architect Ledderhof bedient de staatssecretaris op zijn wenken met een nieuw woningtype. Een stedelijker milieu op Vinex-locaties is alleen mogelijk als parkeren op eigen terrein en op eigen kosten verplicht wordt. Daartoe heeft Ledderhof het “grondgebonden penthouse” uitgevonden.

Bij het ‘grondgebonden penthouse’ van de Haagse architect Ledderhof liggen de woningen met een kleine voortuin aan een autovrije hof. Aan de achterkant loopt tussen de woningen een smalle parkeerstraat, die net als een parkeergarage is afgesloten met een hek. Boven deze straat bevinden zich grote terrassen. Die zijn vormgegeven als patio’s bij de woonruimte, die zich ook op de verdieping bevindt (zie doorsnede). Het groene hof biedt de voordelen van de grondgebonden woning. Het beveiligde parkeren en de privacy van de terrassen bieden de voordelen van een penthouse.

‘Architect moet als strateeg opereren om nog iets gedaan te krijgen’

rotterdam – De architecten Cor Paauwe en Frans van de Seyp van het Rotterdamse bureau Kokon zijn gepokt en gemazeld als Vinex-ontwerpers. Hun verklaring voor de tegenvallende resultaten: “De juiste balans is zoek tussen gemeente, stedenbouwers, ontwikkelaars en architecten.”

Zonder al teveel overdrijving kan worden gezegd dat er geen nieuwbouwwijk in Nederland is, of Kokon is er wel actief. In het Rotterdamse bureau ligt ook de ervaring van een lange geschiedenis in de woningbouw opgeslagen. Architect Frans van de Seyp heeft al in de jaren zeventig zijn sporen verdiend met experimentele flexibele woningbouw en daarom heeft hij recht van spreken als hij verzucht: “De grote ramp is dat niet wordt geleerd van het verleden. Dezelfde fouten worden gemaakt als in de jaren zeventig”.

Zijn opsomming van vergeten lessen varieert van details als de verkeerde plaats van de carport in sommige woningbouwplannen tot het gebrek aan bovenwijkse voorzieningen in vrijwel alle

Vinex-gebieden. In een geanimeerde samenspraak vult zijn compagnon Cor Paauwe hem aan met voorbeelden uit de praktijk.

Als belangrijkste oorzaak van alle gebreken die zij signaleren komt naar voren, dat de planvorming niet goed is georganiseerd.

“Alles gebeurt volgtijdelijk, van masterplan, via bestemmingsplan naar beeldkwaliteitsplan. Zo komt geen plan tot stand waarin alle aspecten zijn geintegreerd”, zegt de een. De ander vult aan: “De variatie in typologie en voorzieningen is teleurstellend, omdat de juiste balans in de rolverdeling tussen gemeente, stedenbouwer, ontwikkelaar en architect zoek is”.

Voorbeelden uit de praktijk schudden zij moeiteloos uit de mouw. Er zijn locaties waar gemeenten alles, tot en met de plattegrond en verkoopprijs, vastlegden zonder voldoende naar de markt te kijken. Het andere uiterste vormen locaties waar een dictaat van de projectontwikkelaar heerst.

“Op de variatie in woningtypen heeft de architect weinig vat. Soms neemt de stedenbouwer daarover bepalingen op in zijn plan. Zo niet, dan wordt de typologie eenvoudigweg overgelaten aan de opdrachtgever. Is dat een projectontwikkelaar, dan kiest die meestal omwille van een hoge omloopsnelheid voor een veilig gemiddelde en voor seriematig bouwen. Afwijkingen of zelfwerkzaamheid van bewoners komen niet aan de orde, omdat de strengpers winstgevender is”, zegt Van de Seyp.

Paauwe vult aan: “In grondcontracten wordt vaak teveel vastgelegd. Als bovendien van alles is geregeld in het beeldkwaliteitsplan, is de rol van de architect teruggebracht tot een minimum. Die moet dan als een strateeg tussen alle partijen door opereren om nog iets gedaan te krijgen.”

“Bovendien”, zo plaatst hij het onderwerp in een ruimer kader, “ligt ongelooflijk veel vast door regelingen als de Energieprestatienorm, Politiekeur, brandweer en de invloed van garantie-instituten als Woningborg. Die verbieden domweg bepaalde variaties in materiaal, kleur of vorm”.

Geen van beide architecten bedoelt dit als klaagzang. De architect is niet zielig of miskend, het is het hele proces dat uit balans is. Daardoor is het uiteindelijke resultaat niet optimaal. Het krachtenspel tussen overheid, markt en ontwerper moet beter tot zijn recht komen. Voor het beste resultaat in dat samenspel moeten de belangrijkste aspecten niet na elkaar, maar integraal worden opgelost.

Wat zij beschouwen als het belangrijkste aspect? Unaniem antwoorden Van de Seyp en Paauwe:

“De grootste bedreiging voor Vinex is de dichtheid. Dichter dan 35 woningen per hectare is niet goed mogelijk. Het knelpunt wordt dan het parkeren. Bij een hogere dichtheid is eigenlijk dubbel grondgebruik noodzakelijk om auto’s op te bergen.”

‘Verplicht parkeren

op eigen terrein en op eigen kosten’

den haag – De Haagse architect Jan Ledderhof is “gelukkig” niet actief op Vinex-locaties. Als er alleen maar keus is om appartementen of rijtjeshuizen te ontwerpen, dan liever niet. In zijn analyse van deze eenzijdigheid van Vinex speelt de parkeerruimte de hoofdrol. Zijn oplossing: het “grondgebonden penthouse”.

Architect Jan Ledderhof ergert zich mateloos aan de levenloosheid van de nieuwe buitengebieden waar wonen en werken strikt gescheiden zijn. ’s Avonds liggen de ‘brainparks’ er ongebruikt bij, overdag de woonwijken. Zonde van alle oneconomisch gebruikte wegen, zonde ook dat door deze spreiding nauwelijks draagvlak is voor goed openbaar vervoer.

Net als zijn collega’s van Kokon is Ledderhof overigens van oordeel dat de Vinex-wijken qua woningdichtheid op de grens zitten van wat nog acceptabel is. Ook hij noemt als oorzaak van de kleine kavels het grote beslag dat auto’s leggen op de openbare ruimte.

Ledderhof: “Het is eigenlijk vreemd dat de auto zoveel ruimte in beslag mag nemen en dat iedereen moet meebetalen aan parkeerruimte op straat. Waarom is er niet de verplichting te parkeren op eigen terrein en op eigen kosten? Zoals dat ook gebeurt bij appartementen met een eigen parkeerkelder. Zo’n verplichting zou ontwerpers dwingen op zoek te gaan naar een andere typologie. Iets tussen appartementen en rijtjeshuizen in. Een hogere woningdichtheid zou dan toch mogelijk zijn.”

Op de vraag of dat niet op gespannen voet staat met de uitkomsten van woonwensen-onderzoeken, antwoordt Ledderhof: “De vraag is wat mensen eigenlijk bedoelen als ze zeggen dat ze een huis met tuin willen. Bedoelen ze een grondgebonden woning, of vooral dat ze een ruim privegebied willen? Penthouses zijn populair, omdat het een soort afgescheiden huisjes zijn met grote terrassen, al staan ze niet op de grond. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een kruising waarin de voordelen van het penthouse en het rijtjeshuis zijn gecombineerd; een nieuw type, dat ik ‘grondgebonden penthouse’ heb genoemd.”

Als inspiratiebron diende een populair Haagse buurtje: de als jong monument beschermde Papaverhof van architect Jan Wils. Dit zijn rug-aan-rug woningen met een beperkte voortuin, gerangschikt rond een plantsoen. Ledderhof heeft de woningen aan hun rugkant van elkaar losgemaakt om er een soort kleine dienststraat tussen aan te brengen. Net als een parkeerkelder is dit straatje met een hek afgesloten voor andere gebruikers. Het parkeren kan deels op dit straatje plaatsvinden, deels in de daaraan gelegen prive-garages die in de woningen zijn opgenomen.

Het straatje is gedeeltelijk overdekt, doordat Ledderhof er grote terrassen boven heeft aangebracht. Die dienen als patio bij de woonruimte op de verdieping.

Aan de voorkant ligt een voortuintje als overgang tussen de slaap/werkkamers op de begane grond en het openbare plantsoen waar de woningen omheen liggen.

Het autovrije plantsoen biedt als gemeenschappelijke hof de voordelen van een grondgebonden woning. Bij de terrassen boven de dienststraat heeft Ledderhof extra aandacht besteed aan maximale privacy en bezonning, wat de voordelen van het penthouse oplevert: veilig parkeren en hoog en droog wonen.

De woningen en plantsoenen vormen carres die kunnen worden afgewisseld met kantoren. Ledderhof: “De menging van wonen en werken versterkt het draagvlak voor openbaar vervoer. Het zal overigens niet eenvoudig zijn die menging tot stand te brengen, omdat daarbij altijd veel onzekere vestigingsfactoren spelen. De overheid moet die menging tot stand brengen en zorgen voor de ontwikkeling van de woonomgeving op de langere termijn. Die mag zich dus niet uit de Vinex-gebieden terugtrekken. Alleen zo kan duurzaam bouwen zich ontwikkelen tot wat het moet zijn: duurzaam wonen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels