nieuws

‘Een kasteel laat je niet in elkaar donderen’

bouwbreed

ammerzoden – Niet alleen het parmantige kasteel De Haar in Haarzuilens dreigt af te brokkelen door een verkeerde constructie en achterstallig onderhoud. Ook kasteel Nederhemert staat op instorten. Een nachtvorstje en essentiele delen van dit monument in de Bommelerwaard vriezen vrijwel zeker stuk. Conservering duldt geen enkel uitstel meer, signaleren verontruste ingewijden.

Directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor Monumentenzorg is gealarmeerd. In Kasteel Ammerszoyen in Ammerzoden werd hij dezer dagen met het verval van kasteel Nederhemert geconfronteerd. Geld, hoe komt men aan geld om voor Nederland het zo belangrijke cultuur-historisch erfgoed te behouden.

Op deze gure en kletsnatte herfstmiddag is het op kasteel Ammerszoyen geweldig toeven. Een stemmig haardvuur en overal brandende kaarsen. Geweien aan de muur. Aan liefhebbers van kastelen geen gebrek. Ze verdringen zich in deze sprookjesachtige ambiance om tezamen de noodklok te luiden. De storm giert om het in de jaren zestig zorgvuldig en fraai gerestaureerde kasteel. Maar evenwel pijnlijk ontvouwt zich al gauw het schrijnende contrast tussen de warme beslotenheid van kasteel Ammerszoyen en de verlaten, afbrokkelende ruine van Nederhemert. En daar nu is het allemaal om begonnen. De schrijver Bollebakker toont een indrukwekkende diareportage over Nederhemert. Die serie zet eenieder aan het denken. Zodra Bollebakker tergend langzaam inzoemt op de ruine – sinds een grote brand in 1945 staan nog slechts wat steunmuren en de vijf torens overeind- wordt het doodstil in de zaal.

Liefde

Bollebakker, wiens liefde voor kastelen werd geboren bij een uitstapje naar het Muiderslot, hij was nog maar tien jaar, grijpt daarna elke dia aan om te laten zien wat een schat aan bouwhistorische informatie de resten van het kasteel nog in zich dragen.

Hij smeekt het publiek bijkans door het puin heen te kijken en de moed vooral niet te laten zakken. Maar dat valt zeker niet mee, ondanks de mystieke schoonheid die de oude verweerde muurresten, temidden van de zich opdringende natuur, in zich dragen. De eens zo fiere burcht, meerdere malen belegerd en bevolkt door adellijke geslachten, is de instorting nabij.

Bollebakker blijkt duidelijk allerminst voorstander van algehele restauratie. Want, vindt hij, dat zou tot gevolg kunnen hebben dat waardevolle bouwhistorische informatie verloren gaat. “Als je nieuw pleisterwerk aanbrengt, raak je de sporen kwijt die daarachter zitten.”

Zijn voorkeur gaat uit naar een aanpak die in Engeland en Frankrijk hoogtij viert: het kasteel wind- en waterdicht maken, metselwerk en vloeren grondig herstellen, en daarbij uiteraard ook de mystieke kelder niet vergeten.

Tot slot heeft Bollebakker een vraag aan het gezelschap kasteelliefhebbers. “U moet het me maar vertellen, beste dames en heren. Hoe komen we aan het geld voor zo’n opknapbeurt als ik bedoel? Kunnen we daar gezamenlijk iets voor bedenken?”

Ook directeur Asselbergs van de Rijksdienst Monumentzorg Asselbergs denkt hardop mee. Hij is eveneens van mening dat ‘alle mogelijke krachten moeten worden ingezet om dit soort nationale monumenten aan te pakken’.

Maar, waarschuwt Asselbergs: “Zonder de kennis en inzet van toegewijden, kunnen wij geen wonderen verrichten.”

En daarmee slaat hij de spijker op zijn kop. Monumentenzorg heeft namelijk het geld niet voor dergelijke grootschalige restauraties.

“Vanuit die zekerheid moet een plan van aanpak worden gemaakt. Daarbij is het van het allergrootste belang dat – bijvoorbeeld kasteel Nederhemert – een vitale functie in de regio krijgt toebedeeld. Dat kan bijvoorbeeld een publieke functie zijn, of een culturele. Zorg ook dat er een marktcomponent is die het gebruik kan betalen”.

Zo slaat Asselbergs een andere weg in dan Bollebakker. Niettemin vindt ook hij ‘dat je een kasteel niet zomaar in elkaar kunt laten donderen’. “Want noblesse oblige. Maar ook belangrijk, aanwezigen: de maatschappelijke relevantie moet duidelijk aantoonbaar zijn”.

Asselbergs zet de zaken nog graag even op een rijtje.

Ten eerste: “Zorg voor een plan van aanpak waarbij restauratie in beeld komt. Op casco niveau”. Voor Nederhemert is dit plan al uitgewerkt door architect Walter Kramer. Hij wil verval zichtbaar houden danwel maken in visuele, niet bouwkundige zin om zo de geslachten de schoonheid bij te brengen van wat ons werd overgedragen.

Het tweede punt van Asselbergs: “Consolideer daar waar vervolgschade het eerste wordt veroorzaakt, vanwege vorst, en wend beschikbare gelden aan voor noodmaatregel op korte termijn”.

Ten derde stelt hij: “Gebruik Nederhemert als een van de meest beeldende probleemgevallen in het kader van grootschalige restauratie”.

Punt vier in de opsomming van Asselbergs: “Kijk met gemeente en provincie wat op eigen kracht bij elkaar kan worden gebracht.

Kortom: consolideer, repareer, restaureer, dat alles versterkt door bouwhistorisch onderzoek. Belangrijk vindt de directeur van de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat alle scenario’s mogelijk moeten zijn, ‘zonder dogmatiek’. “We moeten intelligent bekijken hoe we het complex weer in beeld kunnen brengen”.

Daarbij komt Asselbergs op een volgend punt. Namelijk dat elk monument een andere mate van restauratie nodig heeft. De rol van Monumentenzorg daarin moet volgens de directeur zijn dat Monumentenzorg als ‘kennisinstituut’ fungeert.

Asselbergs dringt er bij de kasteelliefhebbers op aan het moede hoofd niet in de schoot te leggen, en treedt daarmee in het voetspoor van initiatiefnemer en ‘actieleider’ Bollebakker.

Maar tot harde financiele toezeggingen komt het (nog) niet. Wel benadrukt de directeur van Monumentenzorg hoe belangrijk het is dat de situatie van Nederhemert bij eenieder ‘op het netvlies komt’.

Nadat het afbrokkelende kasteel De Haar in Haarzuilens twee weken geleden de openingszet gaf voor de honderd monumenten die nodig moeten worden aangepakt, is de timing van Nederhemert perfect.

De nazaten stellen zich gepast bescheiden op. Voor hun staat voorop dat Nederhemert na een eventuele restauratie, of conservering, niet wordt overstelpt door toeristen.

Dat zou niet alleen het kasteel, maar vooral ook het pittoreske dorpje Nederhemert kapotmaken. Daarbij zou het dodelijk zijn voor het prachtige, waardevolle natuurgebied. Want met de toeristen komt het verkeer, respectievelijk de parkeerplaatsen. Een verkeersluwe bestemming heeft dan ook de voorkeur. Eigenlijk zouden zij het liefst zien dat ‘hun’ kasteel weer particulier wordt bewoond. Utopie?

Maas omarmt kasteel Nederhemert

Het oudste deel van kasteel Nederhemert is de woontoren uit omstreeks 1300. Tot in de jaren dertig van deze eeuw wordt het kasteel, gelegen tussen vertakkingen van de Maas, bewoond door Baron van Wassenaer van Nederhemert. Daarna krijgt het een museale functie ten behoeve van de aanzienlijke kunstcollectie. Na een fatale brand in 1945 staan het muurwerk en de vijf torens nog overeind. Voorzieningen tegen inwatering worden getroffen. In de loop der jaren storten delen in. Bovendien slaat het vandalisme toe. Sinds 1958 is de Stichting Geldersche Kasteelen eigenaar van het kasteel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels