nieuws

De Mal

bouwbreed

De consument moet je aanbieden wat hij wenst. Wil hij een eigen woning met een royale tuin en een flinke werkkamer op de begane grond? Op de Vinex-locaties lijken deze projecten niet of maar mondjesmaat te worden aangeboden. Oorzaak? Te hoge dichtheden als gevolg van restrictief beleid ten aanzien van grondgebruik. De consument moet genoegen nemen met zijn tweede of derde keuze.

Er zijn ook andere woonconsumenten. Vaak te vinden in huurwoningen. Woningen die krap bemeten zijn en niet voldoen aan – wat heet – eigentijdse normen. Deze consumenten willen niet iets nieuws, zij willen houden wat zij hebben. Als het aan gemeenten en verhuurders ligt, moet ook deze consument genoegen nemen met zijn tweede of derde keuze.

De beoogde eigen woningbezitter krijgt een kleine tuin. Misschien zelfs niet meer dan een balkon. De huurder die de sloopdreiging van zijn huis naderbij ziet komen, verliest de plek waar hij zich voor een bescheiden huur thuis voelt.

Vinex-locaties en herstructureringsgebieden kennen derhalve hun eigen problematiek. De ironie wil, dat de verdreven huurder zijn eerste keuze in een aantal gevallen moet inleveren voor de tweede of derde keuze van de nieuwe eigen woningbezitter. De overeenkomst tussen beide situaties is het gevolg: tweemaal bewoners die hun eerste keuze niet kunnen realiseren.

Niet bekend

Bewoners in herstructureringsgebieden hebben meer mogelijkheden. Dat is in de praktijk ook al merkbaar. Op verschillende plaatsen loopt men te hoop tegen sloopplannen. Deze acties zullen hun uitwerking niet missen. Op zijn minst zal het bij plannenmakers tot terughoudendheid leiden.

Geconstateerd is al, dat de herstructureringsplannen vooral betrekking hebben op wijken met huurwoningen. Buurten met veel eigen woningen – die niet in woontechnische zin afwijken – worden niet op de korrel genomen. De vraag rijst dan of het probleem voortkomt uit de woningvoorraad dan wel het huurdersbestand. Mogelijk is het stellen van de vraag al een indicatie voor het antwoord.

Natuurlijk is er een verschil in verantwoordelijkheid als het gaat om de exploitatie van de woningen. Eigenaar-bewoners betalen de rekening zelf. Huurders kunnen een deel van de rekening afwentelen op de verhuurder. Meestal een woningcorporatie. De exploitatiehorizon van de corporatie zal in principe afwijken van die van de huurder.

Gezamenlijk leed is half leed, zou je kunnen zeggen. Dat gaat in dit geval natuurlijk niet op. Het is ook te gemakkelijk te wijzen op de eigenaar-bewoner die het in zijn eigen portemonnee voelt en de huurder die het ook de kas van de corporatie laat voelen.

Ik ben niet blind voor overwegingen van een leefbare wijk en een evenwichtige samenstelling van bewoners. Er dient een draagvlak te zijn voor het samenleven. Tegelijk heeft het iets weg van een mal. Door een zekere samenstelling van de woningvoorraad worden bewoners in een bepaalde mix in een wijk samengebracht. Althans, dat is het wensbeeld. Toch nog een beetje een maakbare samenleving dus. Ook al worden de wensen van de burgers aan de ene zowel als de andere zijde daarvoor flink ingetoomd.

Mij is het nog steeds een raadsel hoe je economische groei ten behoeve van een hoger bestedingsniveau wilt nastreven, maar tegelijk de ultieme wens om riant te wonen, niet wilt honoreren.

Sommigen noemen dit dilemma’s. Ik zou liever spreken over inconsequenties. Bovendien, als het gaat om het wonen, kun je dichtheden die in Nederland gelden, ook uitdrukken in Europese getallen. Dan is de schrik aanmerkelijk minder groot. De vergelijking is ook reeler. Mogelijk kan dan ook voor een wat minder knellende mal worden gekozen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels