nieuws

Brandveiligheid bij onafhankelijke ‘makelaar’ gebaat

bouwbreed

delft – Leveranciers van bouwproducten zijn geneigd brandveiligheid te benaderen vanuit hun eigen belang. Maar zij is meer dan het wel of niet toepassen van bepaalde materialen of installaties. Het zou beter zijn als een ‘veiligheidsmakelaar’ optreedt als verbindende schakel, een onafhankelijke instelling die de deelaspecten van brandveiligheid optimaal op elkaar afstemt.

Vooral de opdrachtgever, maar ook de verzekeraar is gebaat bij dit voorstel van ing. R. Hagen MPA, hoofd van de afdeling Preventie, Techniek en Onderzoek van de Gemeentelijke Brandweer Amsterdam. “Een ‘veiligheidsmakelaar’ is wellicht niet de oplossing, maar wel een denkrichting”, besloot Hagen zijn lezing op het symposium ‘Brandveilig bouwen met EPS’ in het Aula Congrescentrum van de TU Delft. Het symposium werd gehouden door de Vereniging van Fabrikanten van EPS-bouwproducten (Stybenex) te Zaltbommel. Het doel van dit symposium was de bezoekers te informeren over de (on)mogelijkheden van het brandveilig bouwen met geexpandeerd polystyreen (EPS).

Inventaris

Hagen wees op het relatieve belang van bouwmaterialen voor brandveiligheid. “Het Bouwbesluit is redelijk streng. Maar als de mensen en de inventaris worden meegerekend, dan blijkt de bijdrage van bouwmaterialen aan de brandvoortplanting en de rookontwikkeling minimaal. Er worden immers geen eisen gesteld aan de inventaris en kleding van de mensen.”

Ook lijkt de bouwregelgeving in een aantal gevallen geen oog te hebben voor de praktijk volgens Hagen. “Sommige glazen vliesgevels hebben rekenkundig een brandwerendheid tegen brandoverslag van zestig minuten. De praktijk leert echter anders. Aan de andere kant wordt heel krampachtig gedaan over brandoverslag tussen gevels en dakvlakken, die onder 180 graden tegenover elkaar liggen. De praktijk wijst uit dat die overslag zo’n vaart niet loopt”, weetHagen.

Het belangrijkste doel van brandveiligheid is het voorkomen van doden en gewonden. “De giftigheid van de rook is nog altijd de belangrijkste oorzaak van dodelijke ongevallen, vooral in de woningbouw. De rook is meestal afkomstig van de inventaris en van doe-het-zelf materialen. Een goede voorlichting lijkt meer op haar plaats dan bouwkundige eisen.”

Hagen concludeerde dat de keuze voor brandbaar EPS of brandvertragend EPS-SE niets zegt over de brandveiligheid van een gebouw. “Door het Bouwbesluit is het onderwerp brandveiligheid verschoven naar de wetgeving. Dat is weliswaar eenduidig, maar worden de brandweer en het bedrijfsleven nu geen slaaf van dit systeem? Is er nog wel ruimte voor een discussie over brandveiligheid, of gaat het alleen nog maar om wetgeving?” vroeg Hagen zich af.

Ministerie

Volgens adviseur Barendregt van European Fire Protection Consultants BV in Bilthoven, wordt de brandveiligheid die het Ministerie vraagt niet gehaald, als er wordt gebouwd met paneelsystemen met EPS-SE, PUR of minerale wol. “Voor de opdrachtgevers betekent dit een aanzienlijke verhoging van de (in)directe bouwkosten”, waarschuwde hij. “Stybenex zal daarom in overleg moeten treden met het Rijk. Op Europees niveau zijn erkende brandproeven uitgevoerd op paneelsystemen. Stybenex moet aandringen op regelgeving voor de toepassing van EPS-SE.”

Euroklassen

Ir. R. van Mierlo, hoofd van de Centrum voor Brandveiligheid TNO-Boxk behandelde de Europese brandproeven. Er zijn zes ‘Euroklassen’ voor vloersystemen en zes voor andere bouwproducten (A tot en met F, waarbij ook nog onderscheid gemaakt wordt tussen A1 en A2). De klassen A2 tot en met D zijn commercieel belangrijk. De Europese regelgeving is echter nog niet af. “Voor bouwproducten van EPS wordt de simulatie in een grootschalige test zeer belangrijk. De wijze waarop EPS in het eindproduct is opgenomen is van grote invloed op het brandgedrag.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels