nieuws

Brand in de computer

bouwbreed Premium

den haag – “Geen enkele brand is dezelfde”, verzekert ir. Cees Both van het Centrum voor Brandveiligheid van TNO. Het gedrag van een brand in een bepaald gebouw voorspellen, is lastig. Je zou eigenlijk elk bouwsel eerst een keer moeten ‘affakkelen’ om te kunnen zeggen hoe het zich bij een eventuele brand houdt.

“En dan ben je er feitelijk nog niet. Je constateert dat bepaalde zaken anders moeten. De veranderingen zou je ook weer moeten testen”, vertelt Both. Dat is onwerkbaar en daarom wordt sinds vijftien jaar meer en meer met de computer gefakkeld.

Simulatiebranden dus, die volgens Both haast niet meer van echt te onderscheiden zijn. Omdat een computerbrandje relatief simpel is gesticht, komt er momenteel een stortvloed aan informatie voor de bouw los. Hoe langer een gebouw tijdens een brand blijft staan, hoe (ook weer relatief) veiliger het is.

Hoe langer de vluchttijd, hoe veiliger ook, is het idee. Er wordt daarom al jaren onderzocht hoe bijvoorbeeld balken, leggers, kolommen en vloeren zich bij verhitting gedragen. Van veel materialen is bekend hoe ze zich houden in een ‘standaard brand’.

Standaardgegevens

In het boekwerkje ‘Brandgedrag van Materialen en Contructies’ van de Koninklijke Vermande Uitgeverij zijn daarover allerlei tabellen te vinden.

Internationaal is afgesproken wat onder een standaard brand verstaan moet worden. Dat is een brand, die een gemiddeld verloop heeft. Branden kunnen heel snel verlopen en minder hitte veroorzaken, maar zij kunnen ook langzaam smeulend op gang komen en dan juist verschrikkelijk heet worden.

De tegenwoordige brandveiligheidsdeskundige wil niet meer werken met standaardgegevens. Heeft een ligger maar even een ander profiel dan dat uit de brochure van Vermande, dan kloppen de tabellen al niet meer. Computerdeskundigen hebben onder meer progamma’s ontworpen voor het brandgedrag van liggers in z’n algemeenheid. Je voert de maten, het profiel, de materiaalsamenstelling, de beschermlaag (verf), en wat je verder maar wil, in en de computer spuugt de gevens over het brandgedrag voor het betreffende profiel bij verschillende branden uit.

Nog dichter naar de werkelijkheid willen de onderzoekers toe. Als je het brandgedrag van een bepaald object – of beter – onderdeel weet, hoeft dat nog helemaal niet te betekenen dat je kan voorspellen hoe het object zich houdt als het is toegepast binnen een bepaalde constructie. Het maakt immers dag en nacht verschil of je een stalen profiel los in een oven test, of dat je een stevige brander zet op dat profiel terwijl het is verwerkt in een betonnen wand van een flatgebouw.

Brandveiligheidsdeskundigen zijn gaan inzien dat je eigenlijk alleen bij een totaalbeoordeling echt iets kan zeggen over de brandveiligheid van een gebouw.

Hetzelfde geldt voor schade boordelingen na een brand. Both illustreert dat laatste met een praktijkvoorbeeld.

Het betreft een brand onder een viaduct. Nadat een groepje vandalen er de brandbaarheid van kerstbomen onder heeft getest, moet bekeken worden of het viaduct nog veilig is. Dan kan je niet volstaan met een globale beoordeling van het gedeelte rond de brandhaard. De hele constructie moet worden geinspecteerd omdat de constructie wellicht fors heeft kunnen uitzetten. Dragende delen zijn daardoor mogelijk verplaatst, of erger, net niet van hun plaats geduwd.

“De eerste de beste truck, die over de brug dendert, laat dan het hele zaakje in elkaar storten”, vreest Both.

Natuurgetrouw

Inmiddels zijn er computerprogramma’s, die hele gebouwen kunnen scannen op brandveiligheid. “Ze kloppen”, zegt Both met enige trots. Onlangs is in het Engelse Carlington een proef gedaan. In een enorme zeppelinhangaar bouwde men een acht verdiepingen tellend gebouw op. Ruimten werden volgezet met kantoorspullen en vervolgens ging de brand er in.

Eerst was met de computer berekend hoe lang de constructie zich zou houden. Later is na de brand bekeken of de computeruitdraaien klopten. Dat bleek in grote lijnen het geval te zijn.

“De computerprogramma’s geven een steeds natuurgetrouwer beeld. Je ziet effecten, die vroeger niet werden opgemerkt. De totaalbeoordeling leidt tot een realistischer beoordeling, wat over het algemeen weer economischer constructies tot gevolg heeft”, vertelt Both.

Er komt in elk geval momenteel een stortvloed aan informatie op de bouwwereld af. Borh wijst op een probleem. De huidige regelgeving is nog niet aan de stand der techniek aangepast. Er wordt nog veel gewerkt met brandveiligheidseisen voor individuele onderdelen van constructies. En het zal volgens hem nog wel even duren voordat de regels zijn aangepast aan de moderne ontwikkelingen. “Dat is namelijk een zeer ingewikkeld proces”, weet Both.

Reageer op dit artikel