nieuws

Bouw windmolenpark Afsluitdijk begint 2001 Project vergt tussen 600 en 900 miljoen gulden

bouwbreed Premium

hippolytushoef – De bouw van een windturbinepark ter grootte van 300 megaWatt bij de Afsluitdijk begint op z’n vroegst in 2001 en neemt jaren in beslag. De totale kosten worden geraamd op een bedrag tussen de 600 en 900 miljoen gulden. Over de definitieve locatie, opstelling, aard en aantal molens moet volgend jaar duidelijkheid zijn.

Met de ondertekening van het bestuursconvenant voor het Interprovinciaal Project Windpark Afsluitdijk (IPWA) hebben de provincies Noord-Holland en Friesland en de gemeenten Wieringen, Wieringermeer, Harlingen en Wunseradiel woensdagmiddag in Hippolytushoef de intentie uitgesproken de plannen definitief door te zetten. De partijen willen eensgezind de benodigde planologische ruimte en de vergunningsruimte creeren.

Voorwaarde voor het doorgaan van de plannen zijn de uitkomsten van een mer (milieu effect rapportage) en een nut- en noodzaakanalyse. Daaruit moeten een of meer haalbare alternatieven naar voren komen.

Het kabinet heeft met de toezegging van een financiele bijdrage aan de voor de mer-procedure benodigde onderzoeken, zijn voorlopige steun aan de plannen gegeven.

De hoogte van die bijdrage moet nog worden bepaald. De totale voorbereidingskosten, die door de overheden worden gedragen, liggen rond de 7 miljoen gulden. Die kosten worden bij doorgang van de plannen doorberekend aan de toekomstige exploitant van de molens. Het startjaar 2001 wordt overigens alleen gehaald als alle procedures soepel verlopen. Bij bezwaren kan het project al snel vertraging oplopen door slepende juridische procedures.

In het convenant zijn afspraken vastgelegd over de op- en inrichting van de projectorganisatie, die met de uitvoering van het project wordt belast.

Klankbordgroep

Behalve de werkgroepen, die onderdelen van de mer voorbereiden, is ook een klankbordgroep in het leven geroepen. Die bestaat uit belanghebbenden, zoals vissers, bewoners, vogelwachten en experts op gebied van de landschappelijke inpasbaarheid. De projectorganisatie wil op die manier belanghebbenden in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken.

Momenteel wordt naar aanleiding van de reacties op de Startnotitie uit de mer-procedure onderzoek verricht naar de effecten die het bouwen en beheren van een windpark op verschillende locaties met zich meebrengen.

De onderzoeksresultaten zullen een belangrijke rol spelen bij het beantwoorden van de vraag of en waar een windpark kan worden gebouwd. Daarbij spelen afwegingen op nationaal niveau, zoals de herziening van de Planologische Kernbeslissing (PKB)-Waddenzee, een doorslaggevende rol.

Resultaten

De onderzoeksresultaten worden neergelegd in de mer-projectnota die door Gedeputeerde Staten van beide provincies wordt opgesteld. Vervolgens vindt toetsing plaats door een onafhankelijke commissie voor de mer.

De planning is om de mer-projectnota en het benodigde ontwerp-streekplan in de maanden april tot en met juni 1999 ter visie te leggen.

Als de inspraakfase is afgerond, nemen Provinciale Staten van Noord-Holland en Friesland de maanden daarna een definitief besluit of IPWA doorgaat. Bij groen licht gaan de betrokken gemeenten de bestemmingsplannen aanpassen en de benodigde vergunningsruimte realiseren.

Aanbesteding

Tegelijkertijd vindt dan de aanbesteding plaats door het bestuurlijke platform. Juristen onderzoeken momenteel in hoeverre de aanbesteding inpasbaar is binnen de Europese wetgeving. Is dat niet het geval, dan kunnen geinteresseerde projectontwikkelaars een vergunningsaanvraag indienen.

De eerste initiatieven voor het megaproject werden zes jaar geleden opgestart door de provincie Friesland.

In een later stadium werd ook de provincie Noord-Holland bij de plannen betrokken. De Friese gedeputeerde Siem Jansen stelde dat het windmolenpark straks 75 procent van de totale Friese energiebehoefte dekt. Dat komt neer op 250.000 huishoudens.

“Het is niet helemaal zeker of we de eindstreep halen, maar we gaan zelfverzekerd en zorgvuldig het traject in”, zegt gedeputeerde Ada Wildekamp van Noord-Holland.

Hoeveel turbines er uiteindelijk komen, hangt af van de opstelling, de locatie en de stand van de techniek. De initiatiefnemende overheden gaan er vanuit dat er in 2001 turbines van 3 megaWatt op de markt zijn. In dat geval zou kunnen worden volstaan met honderd molens. Het kunnen er ook minder zijn, gezien het feit dat in Duitsland turbines van 5 megaWatt worden ontwikkeld. De turbines die momenteel op de markt zijn, hebben een maximaal vermogen van 1,5 megaWatt.

Reageer op dit artikel