nieuws

Afzinktunnel nog geen verleden tijd Teveel buizen boren is te duur

bouwbreed Premium

gouda – Zevenendertig jaar heeft Boris Nagtegaal gewerkt bij het bedrijf dat eerst Nederhorst en later Hollandsche Beton- en Waterbouw heette. Hij heeft het tot algemeen directeur gebracht, maar wordt volgende week 62 jaar. Op die leeftijd worden directieleden geacht te stoppen. “Je ziet het aankomen maar het is toch gek niet meer je bedrijf te hoeven leiden. Maar de vooruitzichten voor de beton- en waterbouw zijn uitstekend. En als je weggaat is het goed te weten dat het het bedrijf ook goed zal blijven gaan”, zegt de man die het afzinken van tunnels bij wijze van spreken heeft uitgevonden.

Nagtegaal heeft gewerkt bij de bouw van de metro’s in Rotterdam en Amsterdam bij het afzinken van verkeerstunnels. Dat tunnels tegenwoordig ook worden geboord , ziet hij niet als bedreiging. “Je kunt niet stellen dat het nu met de afzinktunnels is gedaan. Bij de afweging boren of afzinken moet je je afvragen waar de tunnel voor dient. Wil je zes, acht of tien rijstroken, dan is boren te duur. In die gevallen blijft het afzinken de methode om tunnels aan te leggen. De tweede Coentunnel wordt – wanneer die in uitvoering komt – ongetwijfeld een zinktunnel. De Groene Harttunnel voor de HSL had evengoed een zinktunnel kunnen zijn, hoewel de kruising met de Oude Rijn niet eenvoudig zou zijn geweest. Als er toch maar twee sporen door moeten en niet een stuk of acht rijstroken, is het simpeler om er onderdoor te boren. Ook voor de Noord/Zuidlijn is boren een zegening. We staan op scherp om dit werk te gaan doen.”

De hoeveelheid infrastructurele werken met tunnels, gepland of in uitvoering, is groot, stelt hij vast. Na een korte mijmering volgt: “De toekomst van de civiele techniek is mooi.”

Aannemers vinden wel dat ze voor hun technische inbreng te laat bij een project worden betrokken. Een goede manier om in een eerdere fase iets te kunnen doen, is ook (een deel van) de financiering voor je rekening nemen. Is dat voor de aannemers een mogelijkheid?

“Je steekt ergens je geld in als je verwacht dat je er meer uit krijgt dan je erin stopt. Neem de Betuweroute. Over deze spoorlijn gaan containers. Iemand die transporteert moet betalen wil dat overigens ook best. Wij als aannemers hebben eigenlijk maar een doel en dat is bouwen. We doen aan wel voorfinanciering, maar alleen omdat het moet als voorwaarde om te kunnen bouwen. Aanleg van de HSL is door een aannemer financieel moeilijker rond te krijgen, tenzij bij stations iets kan worden gebouwd dat inkomsten genereert. Als we geld voor het treinkaartje zouden ontvangen zou het ook gaan. Maar zelfs dan blijft financiering riskant. Als het gaat om technische inbreng is een eerdere inbreng zeker mogelijk via design-and-construct contracten. De kennis van de aannemer koppelen aan ontwerp en uitvoering is prima. Zeker voor een groot bedrijf als HBW. Voor het midden- en kleinbedrijf is het minder gunstig. Maar er blijft altijd genoeg over om in onderaanneming uit te geven.”

Hoeveel risico mag een aannemer nemen? Delftse hoogleraren verschillen daarover van mening. Horvat vindt dat alle risico naar de aannemer moet. De Ridder legt risico’s bij de partij die ze beheersen kan.

Volgens Nagtegaal moet je dat simpel zien. “Werken is risico. Alles ligt besloten in de regel: ‘had de aannemer kunnen voorzien dat een situatie zou ontstaan zoals die zich heeft voorgedaan’. Als onverwachts dingen in de grond zitten waardoor het bouwproces van de aannemer wordt verstoord, dan is dat risico voor de opdrachtgever. Dat is anders wanneer de aannemer te weinig wapening in beton doet en er gaat iets fout. Dat had hij kunnen weten, dus risico voor de aannemer. De dingen die hij kan weten neemt de aannemer op in zijn prijs. Als zich zaken voordoen die hij niet had kunnen weten, dan moet dat basis voor verrekening zijn. Het is nu eenmaal zo dat grote werken verbonden zijn met grote risico’s en grote problemen. Het is dan ook een kwestie van hoever je zelf wilt gaan. Zo is een project als de Haagse tramtunnel technisch gezien veel te link. Ik ken de clausules niet, maar je ziet hoever je kunt gaan met het nemen van risico.”

Hoeveel theorieen over management heeft u in uw loopbaan aangehangen en toegepast?

“Mijn levensloop heeft mijn inzicht bepaald. Bij Nederhorst ben ik begonnen in planning en werkvoorbereiding. Dat was toentertijd een nieuw inzicht. Daar heb ik geleerd langer dan een dag vooruit te kijken. Dat geeft steun aan alles wat je doet. Ook nu geldt nog dat goed voorbereiden de basis is van goed werk. Werkvoorbereiding is de rode draad bij alles wat speelt. Management is werken in teamverband. Dat betekent dat je ervoor moet zorgen dat teams goed ‘klikken’. Je bereikt zoveel meer als de mensen elkaar liggen. Kijk maar naar het uitvoeren van werken in combinatie, waarbij je samenwerkt met bedrijven met andere culturen. Vaak wordt alleen het goede van zo’n cultuur in de combinatie gestopt en niet het slechte. Iedereen probeert zijn beste beentje voor te zetten. Het zijn daarom bijna altijd goed lopende, goed geleide en financieel goede werken.”

Nagtegaal heeft veel cursussen gevolgd over management. “Het gaat om verschillende systematieken die in principe hetzelfde beogen, al zit het in een ander jasje. Het komt erop neer dat je je werk moet doen binnen de tijd en binnen het budget. Je moet ook nog wat geld overhouden en ervoor zorgen dat de mensen zich senang voelen.” Van alle cursussen heeft hij wel wat opgestoken. Toch vindt hij dat ook de ‘opvoeding’ in het werkzame leven bijdraagt aan de inzichten over leidinggeven.

Ineens een waarschuwing: “Je moet niet geloven in een manager die het vak niet kent. Een man aan de top van een aannemersbedrijf die niet uit het vak komt, kan slecht invoelen hoe je zo’n bedrijf moet leiden. Een hts of Delftse opleiding is een vereiste en je moet veel uitvoerend bouwbedrijf in je bagage hebben. Een algemeen manager van een schoenenfabriek kan geen directeur worden bij een aannemingsbedrijf. Andersom zou nog wel kunnen. Bouwen is een logistiek probleem, het vereist goed organiseren.”

Ligt de toekomst voor HBW als waterbouwer toch nog steeds in de waterbouw?

“Beton is mooi, maar als het iets met waterbouw te maken heeft is het in mijn optiek mooier. Kijk maar naar een kade, een brug of een tunnel. HBW legt graag funderingen voor chemische fabrieken aan, maar civiele techniek heeft net iets meer. Werken bij het water, daar voelt HBW zich thuis. Bijvoorbeeld een van onze specialismen: het bouwen en afzinken van tunnels. Onlangs hebben we nog twee afgezonken tunnels aangelegd in Ierland en Engeland. Het werkterrein van het bedrijf is West-Europa.”

Nagtegaal ziet in Nederland een hausse aan werk in het verschiet, mits de politiek het serieus blijft nemen met de infrastructuur. Dat dit veel buitenlandse concurrenten zal aantrekken, gezien de slechte situatie met de bouw in bijvoorbeeld Duitsland en Engeland, vindt hij niet erg. “De Nederlandse civiele aannemers en ingenieursbureaus, en zeker HBW, kunnen de concurrentie wel aan. De vooruitzichten voor de beton- en waterbouw in Nederland zijn daarom gunstig. Dat is fijn voor het bedrijf. Als je weggaat is het goed te weten dat het het bedrijf verder ook goed zal gaan.”

Reageer op dit artikel